Home | Publicaties | SER-adviezen | 2000 - 2009 | 2002 | Normering piekblootstelling organische oplosmiddelen

Normering piekblootstelling organische oplosmiddelen

Advies 2002/11 - 19 september 2002

Download:Volledig advies (3213 kB)Samenvatting (21 kB)

Inleiding


Bij brief van 12 mei 2000 heeft staatssecretaris Hoogervorst van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) aan de Commissie Arbeidsomstandigheden van de Sociaal-Economische Raad (SER) advies gevraagd over zijn voornemen de piekblootstellingen aan organische oplosmiddelen door middel van een beleidsregel te normeren en over zijn voornemen deze beleidsregel uit te breiden tot alle stoffen die op de werkplek kunnen voorkomen.
Van de zijde van het ministerie is bij memo van 1 september 2000 een nadere toelichting verstrekt op (onderdelen van) de adviesaanvraag.
Voorts heeft een briefwisseling plaatsgevonden met de Algemeen Directeur van de Arbeidsinspectie over de consequenties en toepassing van een beleidsregel.
Tevens is aan het ministerie verzocht duidelijkheid te verschaffen in de stoffen waarop de beleidsregel van toepassing zou moeten zijn.

Het advies is als volgt opgebouwd.
In hoofdstuk 2 wordt nader ingegaan op de achtergrond van en aanleiding tot de adviesaanvraag.
In hoofdstuk 3 worden de adviesaanvraag en de beide voornemens van de staatssecretaris van SZW besproken.
In de hoofdstukken 4 tot en met 6 behandelt de commissie een aantal algemene zaken rond de normering van piekblootstellingen. In hoofdstuk 4 wordt de huidige praktijk van normering van piekblootstellingen in ons land weergegeven en wordt een vergelijking gemaakt met enkele andere landen. Hoofdstuk 5 gaat in op de toetsing van (kortdurende) grenswaarden in de praktijk en in hoofdstuk 6 gaat de commissie in op het onderscheid tussen richtsnoer en beleidsregel.
Het commentaar van de commissie op de beleidsvoornemens van de staatssecretaris is ten slotte opgenomen in hoofdstuk 7. De commissie gaat daarbij eerst in op het voornemen via een beleidsregel piekblootstellingen aan organische oplosmiddelen te normeren en de verschillende onderdelen van de voorgestelde beleidsregel. Vervolgens geeft de commissie haar commentaar op het voornemen van de staatssecretaris de beleidsregel uit te breiden tot alle stoffen die op de werkplek kunnen voorkomen.
Tot slot wordt in hoofdstuk 8 een afrondende opmerking gemaakt.

Het advies van de commissie is voorbereid door de Subcommissie MAC-waarden. De subcommissie heeft zich laten bijstaan door twee externe deskundigen, afgevaardigd door de Nederlandse Vereniging voor Arbeidshygiëne.

De adviesaanvraag is als bijlage 1 bijgevoegd; de nadere toelichting daarop van de zijde van het ministerie van SZW is als bijlage 2 opgenomen. De samenstelling van de Commissie Arbeidsomstandigheden en van de Subcommissie MAC-waarden zijn opgenomen in respectievelijk de bijlagen 3 en 4. Bijlage 5 betreft de brief van 21 december 2000 aan de Algemeen Directeur van de Arbeidsinspectie over de consequenties en toepassing van een beleidsregel en bijlage 6 bevat diens antwoord van 24 januari 2001. De brief van 29 maart 2001 aan de staatssecretaris van SZW over onder meer de lijst van stoffen waarop de beleidsregel van toepassing zou kunnen zijn, is bijgevoegd als bijlage 7. Bijlage 8 omvat de lijst van stoffen waarop naar het oordeel van de commissie de beleidsregel betrekking dient te hebben.