10 vragen over het advies Naar een gezond stelsel van ziektekostenverzekeringen



  1. Wat is de kern van het SER-advies?
  2. Waarom moet het stelsel fundamenteel worden herzien?
  3. Hoe ziet de algemene zorgverzekering er uit?
  4. Kunnen mensen met een slechte gezondheid gebruik blijven maken van de zorg?
  5. Blijft de zorg ook toegankelijk voor mensen met een laag inkomen?
  6. Heeft een volledig nominale premie niet te grote inkomensgevolgen?
  7. Waarom is de huisartsenzorg niet in het verplichte pakket opgenomen?
  8. Wie wordt verantwoordelijk voor de gezondheidszorg?
  9. Heeft de SER ook oog voor actuele problemen in de gezondheidszorg?
  10. Wat stelt de SER voor ten aanzien van de AWBZ?





1. Wat is de kern van het SER-advies?

De SER stelt het kabinet voor een algemene zorgverzekering in te voeren die de huidige ziekenfondsverzekering, de ziektekostenregelingen voor ambtenaren en particuliere verzekeringen vervangt. Deze verzekering is voor iedereen verplicht . De financiering van de algemene zorgverzekering is gebaseerd op solidariteit tussen jong en oud, ziek en gezond en hoge en lage inkomens. Daarnaast biedt de algemene zorgverzekering mensen enige keuzevrijheid bij het afsluiten van een verzekeringspolis. De AWBZ moet van de raad gehandhaafd blijven. Verder vindt de raad het noodzakelijk dat de huidige aanbod-, prijs- en budgetbeheersing door de overheid plaatsmaakt voor vraagsturing, concurrentie en marktwerking . Hierdoor krijgen zorgverzekeraars, zorgaanbieders en verzekerden een groter belang bij de kwaliteit en de prijs van gezondheidszorg.


2. Waarom moet het stelsel fundamenteel worden herzien?

De SER constateert dat het huidige zorg- en ziektekostenstelsel de komende jaren steeds meer zal gaan vastlopen. Zo is het stelsel onvoldoende bestand tegen toekomstige ontwikkelingen zoals de vergrijzing en de groeiende behoefte van mensen om precies die zorg te krijgen die zij willen hebben. Verder is het stelsel vanwege de vele regels niet in staat zich aan de maatschappelijke ontwikkelingen aan te passen. Hierdoor kunnen zorgverzekeraars, zorgaanbieders en de overheid onvoldoende tegemoet komen aan de vraag van mensen naar zorgverzekeringen en -voorzieningen. De gevolgen van deze belemmeringen tekenen zich nu reeds af: wachtlijsten, personeelstekorten en verschraling van de zorg.



3. Hoe ziet de algemene zorgverzekering er uit?

De algemene zorgverzekering is een verplichte verzekering die wordt uitgevoerd door particuliere zorgverzekeraars. Om verzekerd te zijn moet iedereen een verzekering afsluiten bij een zorgverzekeraar naar keuze. Daarbij kan een verzekerde tot op zekere hoogte zelf bepalen voor welk pakket hij zich wil verzekeren en welk eigen risico hij wil nemen. Zij hebben dus enige keuzevrijheid . De standaardpolis dekt alle zorgvormen die onder de algemene zorgverzekering vallen. Iedereen kan deze polis afsluiten omdat zorgverzekeraars hiervoor een acceptatieplicht hebben. Mensen kunnen ook voor een minder ruime dekking kiezen, maar moeten zich ten minste voor de basispolis verzekeren ( verzekeringsplicht ). Deze polis dekt alle kostbare zorgvormen die onder de algemene zorgverzekering vallen, zoals ziekenhuiszorg. Verder kunnen verzekerden kiezen uit een eigen risico van tenminste 200 gulden per huishouden (verplicht) en ten hoogste 1000 gulden voor een polis met één volwassene en 2000 gulden per polis met twee of meer volwassenen. Verzekerden die een polis hebben afgesloten betalen een individuele en volledig nominale premie waarvan de hoogte door de zorgverzekeraar wordt vastgesteld. Deze premie is onafhankelijk van iemands leeftijd of gezondheid. Huishoudens zijn alleen voor de eerste twee kinderen premie verschuldigd.



4. Kunnen mensen met een slechte gezondheid gebruik blijven maken van de zorg?

In het voorstel van de SER blijft de gezondheidszorg voor iedereen beschikbaar, ook voor ouderen en mensen met een chronische ziekte. Een uitgangspunt van de raad is dat de solidariteit tussen jonge en oude mensen en tussen gezonde en minder gezonde mensen zo groot mogelijk is ( risicosolidariteit ). Daarom stelt hij onder meer voor om verzekeraars te verplichten:

  • iedereen voor de brede dekking van de standaardpolis te accepteren,
  • aan iedereen voor de standaardpolis een gelijke premie te vragen,
  • deel te nemen aan een systeem van risicoverevening dat verzekeraars prikkelt zich ook in te zetten voor ouderen en chronisch zieken,
  • in het uiterste geval zich te houden aan een door de overheid opgelegde maximum en minimum premie voor de algemene zorgverzekering (premiebandbreedte). 

5. Blijft de zorg ook toegankelijk voor mensen met een laag inkomen?

Net zo belangrijk als de solidariteit tussen jong en oud en ziek en gezond vindt de raad de solidariteit tussen hogere en lagere inkomens ( inkomenssolidariteit ). Hij wil dat de inkomenssolidariteit in het huidige stelsel in een vergelijkbare omvang behouden blijft. Hierdoor blijft de algemene zorgverzekering ook voor lagere inkomensgroepen betaalbaar. Hij adviseert de lagere inkomensgroepen via het belastingstelsel te compenseren. Daarvoor kunnen bestaande (algemene en specifieke heffingskortingen, aftrekbaarheid buitengewone uitgaven door ziekte, invaliditeit en bevalling) en nieuwe mogelijkheden (inkomensafhankelijke zorg- en heffingskortingen, negatieve aanslag inkomstenbelasting) worden gebruikt. Verder beveelt de raad het kabinet aan de jaarlijkse aanpassing van de heffingskortingen en van de negatieve aanslag voor de inkomstenbelasting wettelijk te verankeren. Zo kan de overheid ieder jaar bekijken in welke mate met name lagere inkomensgroepen gecompenseerd moeten worden voor de ontwikkeling van de premies van de algemene zorgverzekering.



6. Heeft een volledig nominale premie niet te grote inkomensgevolgen?

Het Centraal Planbureau en het Sociaal en Cultureel Planbureau zijn nagegaan of eventuele negatieve inkomenseffecten van een volledig nominale premie kunnen worden gerepareerd. De berekeningen van de planbureaus laten zien dat er forse negatieve inkomenseffecten kunnen optreden, maar dat deze effecten “op verschillende wijzen kunnen worden gerepareerd via aanvullend beleid”. De raad heeft mede op grond van deze bevindingen voorgesteld in de algemene zorgverzekering een volledig nominale premie in te voeren en de negatieve inkomenseffecten via een evenwichtige mix van fiscale instrumenten te repareren (zie vraag 5 over inkomenssolidariteit). 


7. Waarom is de huisartsenzorg niet in het verplichte pakket opgenomen?

De SER hecht er aan dat verzekerden meer keuzevrijheid krijgen. Daarom streeft de raad naar een duidelijk aantal keuzemogelijkheden bij het afsluiten van een polis (zie onderstaande tabel). Kiest iemand voor de standaardpolis dat heeft hij dekking voor alle zorgvormen die onder de algemene zorgverzekering vallen, waaronder huisartsenzorg. Kiest iemand voor de basispolis dan is hij alleen verzekerd voor kostbare zorgvormen zoals ziekenhuiszorg, specialistische zorg en dure geneesmiddelen. Ook bij de keuze voor een tussenliggende polis kan de verzekerde huisartsenzorg in het pakket opnemen. In het voorstel van de SER kan iedereen naar de huisartsenzorg blijven gaan, ook mensen die voor de basispolis kiezen. Daarnaast blijft de huisarts de poortwachter naar de tweedelijns gezondheidszorg, zoals ziekenhuizen en medisch specialisten. Het voorstel van de SER houdt alleen in dat mensen die voor een basispolis kiezen zelf de kosten van de huisarts dragen. Naarmate mensen meer kosten voor eigen rekening nemen kan dit met name voor sociale minima tot financiële problemen leiden. Volgens de raad heeft de (lokale) overheid een belangrijke taak om dit te voorkomen.

Standaardpolis Basispolis
Zorgvormen uit de basispolis, plus:
Ambulante geestelijke gezondheidszorg
Overige genees- en hulpmiddelen
Thuis- en verpleeghuiszorg (tot 3 mnd)
Huisartsenzorg
Tandheelkundige zorg
Fysiotherapeutische zorg
Ziekenhuiszorg
Specialistische zorg
Kostbare genees- en hulpmiddelen
Thuis- en verpleeghuiszorg (4 mnd tot 1 jr)

 


8. Wie wordt verantwoordelijk voor de gezondheidszorg?

Op dit moment heeft de overheid de gezondheidszorg te stevig in zijn greep. Dit heeft tal van nadelen (zie vraag 2 ). De SER stelt daarom voor in de algemene zorgverzekering een belangrijk deel van de verantwoordelijkheid voor goede, betaalbare en toegankelijke zorg neer te leggen bij zorgverzekeraars . Zij worden tevens verantwoordelijk voor de beschikbaarheid van zorg voor hun verzekerden. Om goed met zorgaanbieders te kunnen onderhandelen over de prijs en de kwaliteit van zorgvoorzieningen moeten zij in een sterke positie worden gebracht. Dit betekent onder meer dat de monopolies van beroepsbeoefenaren en de contracteerplicht voor ziekenhuizen moeten worden opgeheven en dat de prijzen op termijn zo veel mogelijk moeten worden vrijgelaten. Ook moet de budgettering van zorginstellingen worden afgeschaft. Zorginstellingen worden op deze manier financieel afhankelijk van een contract met een zorgverzekeraar. Zij moeten onderling gaan concurreren op prijs en kwaliteit. De overheid blijft een eigen verantwoordelijkheid houden voor de kwaliteit, de doelmatigheid en de toegankelijkheid van de gezondheidszorg.



9. Heeft de SER ook oog voor actuele problemen in de gezondheidszorg?

De SER gaat ervan uit dat zijn voorstellen in 2005 zijn ingevoerd. Hij acht het noodzakelijk dat ondertussen actief maatregelen worden getroffen om actuele knelpunten in de gezondheidszorg op te lossen. In dit verband beveelt de raad maatregelen aan ter vergroting van de concurrentie en marktwerking, zoals de vrije toelating van zorgaanbieders, het bestrijden van schaarste en de geleidelijke invoering van vrije prijsvorming en een gelijktijdige vergroting van het financiële belang van alle betrokkenen bij een doelmatige zorgverlening. Daarnaast stelt hij voor op korte termijn het huidige ziekenfondspakket uit te breiden met tandheelkundige zorg voor volwassenen en de ziekenfondspremie verder te nominaliseren (waarbij negatieve inkomenseffecten worden gerepareerd).


10. Wat stelt de SER voor ten aanzien van de AWBZ?

De AWBZ heeft in de zienswijze van de raad een zelfstandige functie binnen het stelsel van ziektekostenverzekeringen. Hij stelt daarom voor de AWBZ te handhaven. De AWBZ is in zijn huidige vorm echter onvoldoende toekomstbestendig : het zorgaanbod sluit bijvoorbeeld onvoldoende aan op de vraag van patiënten en de uitvoering door zorgverzekeraars en zorgaanbieders bevat onvoldoende prikkels voor een optimale zorgverlening. De raad stelt voor meer vraagsturing in de AWBZ te introduceren, bijvoorbeeld door het gebruik van persoonsgebonden financiering uit te breiden. Daarnaast stelt de raad voor de woonfunctie van zorginstellingen niet langer uit de AWBZ te financieren. Verder moet een aantal verstrekkingen die korter duren dan een jaar en die functioneel samenhangen met het verstrekkingenpakket van de algemene zorgverzekering hier naartoe worden overgeheveld . Het gaat bijvoorbeeld om op herstel gerichte en kortdurende verpleeghuiszorg, geestelijke gezondheidszorg en thuiszorg. Ten slotte moeten zorginstellingen meer mogelijkheden krijgen om in de zorgvraag van mensen te voorzien.