Home | Publicaties | SER-adviezen | 1990 - 1999 | 1997 | Samenstelling Sociaal-Economische Raad 1 april 1998 - 1 april 2000

Samenstelling Sociaal-Economische Raad 1 april 1998 - 1 april 2000

Advies 1997/13 - 21 november 1997

Inleiding
Bij brief van 14 juli 1997 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de raad verzocht advies uit te brengen over de twee vragen inzake de samenstelling van de ondernemers- en werknemersgeleding van de raad voor de periode 1 april 1998 tot 1 april 2000.

Download:Volledig advies (550 kB)

Samenvatting

Inleiding

Bij brief van 14 juli 1997 (1) heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de raad verzocht advies uit te brengen over de volgende twee vragen inzake de samenstelling van de ondernemers- en werknemersgeleding van de raad voor de periode 1 april 1998 tot 1 april 2000:
  • "of er grond bestaat wijziging te brengen in de aanwijzing van organisaties welke gerechtigd zijn tot het benoemen van leden en plaatsvervangende leden van de raad";
  • "of er grond bestaat wijziging te brengen in het aantal leden, dat elke organisatie kan benoemen".

Conform de daarvoor geldende procedure heeft de algemeen secretaris op 25 juli 1997 in de Staatscourant en op dezelfde datum tevens in het Mededelingenblad Bedrijfsorganisatie het verzoek van de minister bekend gemaakt. Daarbij zijn organisaties die voor de komende zittingsperiode voor benoemingsrecht in aanmerking willen komen, uitgenodigd deze wens uiterlijk 12 september 1997 bij de secretaris van de Bestuurskamer schriftelijk kenbaar te maken. Voorts zijn de thans zitting hebbende organisaties rechtstreeks aangeschreven onder vermelding van voornoemde vragen.

Na het verstrijken van de gestelde termijn is gebleken dat geen andere dan de organisaties die voor de huidige zittingsperiode zijn aangewezen, zich hebben aangemeld.
De Bestuurskamer heeft het voorliggende advies voorbereid, mede aan de hand van de daarvoor relevante richtlijnen, vervat in het SER-besluit Richtlijnen representativiteit organisaties (2).

De raad heeft het advies vastgesteld in zijn openbare vergadering van 21 november 1997. Het verslag van deze vergadering is te verkrijgen bij het secretariaat van de raad. 

Samenstelling ondernemersgeleding

De raad heeft vastgesteld dat geen andere dan de nu benoemingsgerechtigde organisaties van ondernemers voor aanwijzing in aanmerking wensen te komen. Dit zijn de Vereniging VNO-NCW, MKB-Nederland en LTO-Nederland.

Met betrekking tot het aantal te benoemen ondernemersleden door elk van deze organisaties heeft de raad voorts vastgesteld dat er tussen de genoemde organisaties overeenstemming bestaat over de zetelverdeling van de ondernemersgeleding voor de komende zittingsperiode.

Overeenkomstig het bepaalde onder D van zijn besluit Richtlijnen representativiteit organisaties en uitgaande van een omvang van elf zetels voor de geleding, adviseert de raad de volgende ondernemersorganisaties aan te wijzen voor het benoemen van het achter hun naam vermelde aantal leden voor de zittingsperiode van 1 april 1998 tot 1 april 2000:

  • ­ Vereniging VNO-NCW zeven zetels
  • ­ MKB-Nederland drie zetels
  • ­ LTO Nederland een zetel.

Samenstelling werknemersgeleding

Ook ten aanzien van de werknemersgeleding heeft de raad vastgesteld dat geen andere dan de nu zitting hebbende organisaties voor aanwijzing in aanmerking wensen te komen, met dien verstande dat de Algemene Vakcentrale (AVC), die in de huidige zittingsperiode het benoemingsrecht voor een zetel had, niet in de raad zal terugkeren. De vakcentrales Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV) en AVC zijn namelijk voornemens op 1 januari 1998 te fuseren. Hun werkorganisaties zijn reeds per 1 januari 1997 samengevoegd in een federatief verband.

Wat de werknemersgeleding betreft wensen derhalve de volgende organisaties voor aanwijzing in aanmerking te komen: de Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV), het Christelijk Nationaal Vakverbond (CNV) en de Vakcentrale voor Middelbaar en Hoger Personeel (MHP).

Het aantal leden dat elk van deze organisaties gerechtigd is te benoemen, is zoals gebruikelijk berekend op basis van ledentallen, conform onderdeel C van de bedoelde richtlijnen.

Op de meest recente peildatum, waarover het Centraal Bureau voor de Statistiek gegevens kan verstrekken, 1 juli 1997 (3), hadden de bij de drie genoemde vakcentrales aangesloten bonden in totaal 1.718.657 leden: de FNV 1.203.315; het CNV 354.072; de MHP 161.270.

Op basis van de berekening van het aantal hele zetels voor elk van deze organisaties en vervolgens de toedeling van de restzetels aan de hand van het systeem van de grootste overschotten, zoals bepaald in de richtlijnen, en uitgaande van een omvang van elf zetels van de werknemersgeleding, adviseert de raad de volgende zetelverdeling voor de zittingsperiode van 1 april 1998 tot 1 april 2000:

  • ­ FNV acht zetels
  •  CNV twee zetels
  • ­ MHP een zetel.

(1) Kenmerk: AV/A&M/97/1158; zie bijlage 1.
(2) Tweede, herziene druk, maart 1997.
(3) Van belang is uiteraard de datum van 1 januari 1998 wanneer de fusie van FNV en AVC een feit zal zijn. Ten aanzien van de effecten daarvan is de verwachting gewettigd dat door het systeem van toedeling van restzetels er geen verandering optreedt in de genoemde zetelverdeling.