Home | Publicaties | SER-adviezen | 1990 - 1999 | 1991 | Advies ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid

Advies ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid

Adviesnr. 1991/15 - 12 juli 1991

Het advies is voorbereid door de werkgroep Ziekteverzuim en Arbeidsongeschiktheid van de Commissie Sociale Verzekeringen. Het advies is vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van 12 juli 1991.


Download:Volledig advies (6247 kB)

In het eerste deel van het advies komen de belangrijkste feiten en achtergronden van de volumeontwikkeling in verband met ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid aan de orde. Daarnaast bevat dit deel een beschrijving van de wettelijke regelingen ter zake van ziekte en arbeidsongeschiktheid in Nederland en in een vijftal andere landen. Tenslotte in dit deel de vereisten die internationale normverdragen stellen ten aanzien van de wettelijke ziekengeld- en arbeidsongeschiktheidsregelingen.
Het tweede deel bevat een nadere beschouwing van de adviesaanvraag en de daarin opgenomen beleidssuggesties. In dit deel wordt ingegaan op de beoogde gevolgen van volumebeleid en op de samenhang tussen de beleidssuggesties uit de adviesaanvraag en de reeds in gang gezette beleidsontwikkelingen. Voorts worden de beleidssuggesties uit de adviesaanvraag gegroepeerd rond de beleidsthema's vergroting financiële betrokkenheid van werkgevers en van werknemers, (verdergaande) rechtsbescherming en reïntegratie van (gedeeltelijk) arbeidsongeschikten en wijzigingen in werkingssfeer en uitkeringsmodaliteiten van de wettelijke arbeidsongeschiktheidsregelingen.
Het derde deel bevat de visie van de raad op het in de toekomst te voeren beleid. De raad benadrukt dat verdergaande maatregelen moeten worden genomen dan voortvloeien uit het najaarsoverleg 1990, teneinde de beoogde stabilisatie en vervolgens substantiële vermindering van ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid zo spoedig mogelijk te realiseren. De raad ziet daarbij als primaire doelstelling voor het volumebeleid dat de te treffen maatregelen ertoe zullen moeten leiden dat zoveel mogelijk mannen en vrouwen die onder de huidige wetgeving en uitvoeringspraktijk buiten het arbeidsproces zouden komen te staan, hun plaats in het arbeidsproces behouden of (weer) in het arbeidsproces worden opgenomen.