Home | Publicaties | SER-adviezen | 1960 - 1969 | 1969 | Advies inzake ‘Proeve van een nieuwe grondwet’

Advies inzake ‘Proeve van een nieuwe grondwet'

Adviesnr. 1969/10 - 20 juni 1969

De Staatssecretaris stelde drie vragen:
1. bestaat er behoefte aan een algehele of gedeeltelijke herziening van de Grondwet?
2. welke verlangens zouden bij zulk een herziening moeten worden verwezenlijkt?
3. zijn de in de Proeve voorgestelde oplossingen aanvaardbaar?

Download:Volledig advies (951 kB)

Aan de eerste vraag heeft de Raad geen boodschap.
Aan de behandeling van de twee overblijvende vragen koppelt de raad:
- vermelding van de SER in de Grondwet;
- de regeling van de openbare lichamen van bedrijf (publiekrechtelijke bedrijfslichamen) in de Grondwet;
- de vraag of, en zo ja, in welke mate de Grondwet aandacht dient te schenken aan zogenaamde sociale grondrechten.

Tot het uitspreken van een oordeel over deze onderwerpen komt de raad toe. Vermelding van SER en openbare bedrijfslichamen in de Grondwet ontmoet geen tegenstand. De raad is het oneens met de in de Proeve aan de sociale grondrechten toegedachte, minimale ruimte: Art. 69 luidt: 'De wet stelt regels vast omtrent de maatschappelijke rechten van de ingezetenen'. Dit vindt de raad onvoldoende waarborg. Een Grondwet is behalve juridisch document ook een maatschappelijk handvest. De plicht van de overheid om bij de wet bepaalde sociale rechten te regelen moet daarin worden vastgelegd.