Home | Publicaties | SER-adviezen | 1960 - 1969 | 1968 | Advies inzake vermogensaanwasdeling en andere instrumenten van bezitsvormingsbeleid

Advies inzake vermogensaanwasdeling en andere instrumenten van bezitsvormingsbeleid

Adviesnr. 1968/02 - 17 mei 1968

De regering vraagt het oordeel van de raad over de mogelijkheden een deel van de winsten van ondernemingen te bestemmen, voor de bevordering van het krijgen van duurzaam eigen bezit van werknemers.

Download:Volledig advies (7208 kB)

De aanvraag splitst zich toe op de volgende punten:
1. Dient de overheid de invoering van vermogensaanwasdeling te bevorderen, zo ja: hoe?
2. Moeten werknemersbelangen (welke') door de overheid worden beschermd?
3. Welke verhouding moet er zijn tussen inwerkinggetreden bezitsvormingsmaatregel en Vermogensaanwasdeling?
4. Hoe kan men voorkomen dat het uit Vermogensaanwasdeling verkregen bezit in de consumptiesfeer komt?
5. Indien in verband met Vermogensaanwasdeling wordt besloten tot sociale beleggingsgemeenschappen, is het dan gezien risicospreiding wenselijk zo'n beleggingsgemeenschap op te richten voor meer dan één onderneming, of voor delen van het bedrijfsleven?
6. Welke algemene eisen zijn er ten aanzien van sociale beleggingsgemeenschappen?
7. Dienen langs de weg van met Vermogensaanwasdeling vergelijkbare middelen, bijvoorbeeld in de vorm van investeringsloon, maatregelen te worden genomen ten behoeve van werknemers, die hetzij tengevolge van de aard van het werk, hetzij door de rechtsvorm van hun werkgever niet voor winstdeling of Vermogensaanwasdeling in aanmerking komen.
Pas hierop toe de vragen 1 t/m 4.
De raad verstaat onder Vermogensaanwasdeling : een regeling die beoogt werknemers krachtens hun dienstbetrekking te doen delen in de overwinst van de ondernemingen, waarbij
a. het toegekende bedrag zekere tijd wordt geblokkeerd (buiten de consumptiesfeer blijft) en
b. de ondernemer vrij is te beslissen hoe het winstaandeel wordt toegekend (contanten, vermogens- of schuldtitels). Voor en tegenstanders komen uitvoerig aan het woord, er is geen meerderheidsstandpunt.