Home | Publicaties | SER-adviezen | 1960 - 1969 | 1964 | Advies inzake de binding van het maximumdagloon van enige sociale verzekeringswetten aan de index van de regelingslonen

Advies inzake de binding van het maximumdagloon van enige sociale verzekeringswetten aan de index van de regelingslonen

Adviesnr. 1964/12 - 25 september 1964

De raad komt op grond van een aantal praktische en sociaal politieke overwegingen tot de conclusie dat in de adviesaanvraag van de minister geen aanleiding kan worden gevonden wijziging te brengen in het geldende systeem.

Download:Volledig advies (743 kB)

Voor de diverse sociale-verzekeringswetten wordt één gecoördineerd dagloon - basis voor maximumpremie en -uitkering - aangehouden, dat zich op gelijke wijze als de welstandsgrens (9.700 gulden) kan ontwikkelen.
Ten aanzien van het niveau van dit dagloon geeft de raad in overweging het maximum dagloon, omgerekend op jaarbasis, gelijk te stellen met de welstandsgrens zoals deze voor verschillende wetten geldt.
Ook de (komende) arbeidsongeschiktheidsverzekering zou in dit regiem passen.

Het minderheidsstandpunt geeft de mening van een groot aantal leden weer die o.m. voor de arbeidsongeschiktheid het dagloon op 20.000 gulden op jaarbasis wensen, een redelijker compensatie voor gederfd inkomen; voor de Ziektewet een maximum dagloon dat correspondeert met 12.000 gulden per jaar.