Home | Publicaties | SER-adviezen | 1951 - 1959 | 1954 | Advies inzake de deelneming door de Nederlandse Spoorwegen aan het goederenvervoer over de weg, respectievelijk te water

Advies inzake de deelneming door de Nederlandse Spoorwegen aan het goederenvervoer over de weg, respectievelijk te water

Adviesnr. 1954/01 - 15 januari 1954

Advies over de verhouding tussen de Nederlandse Spoorwegen en haar dochterondernemingen enerzijds en de particuliere vervoerondernemingen anderzijds.

Download:Volledig advies (1108 kB)

De Commissie heeft drie vragen voorgelegd gekregen.
Mag de Nederlandse Spoorwegen (NS) zelf, of een dochteronderneming van de NS deelnemen aan het vervoer over de weg, respectievelijk het vervoer te water?
Hoe is de situatie bij het sluiten van onrendabele spoorlijnen en wat moet de verhouding zijn van het overheidsbedrijf ten opzichte van particuliere ondernemingen?

In haar advies stelt de Commissie dat beide eerste vragen (het vergunningenbeleid) het best vanuit de bestaande situatie en van geval tot geval kunnen worden opgelost.
Wat betreft vraag drie; de Commissie wil hier geen oordeel over geven ten aanzien van gelijkheid of ongelijkheid van concurrentievoorwaarden tussen rail-, weg- en watervervoer. Waar tegen moet worden gewaakt is het gevaar, dat een overheidsbedrijf het particuliere wegvervoer met gemeenschapsgeld concurrentie gaat aandoen. De waarborg daartegen moet worden gezocht in het toezicht van regering en Staten Generaal op de kostenadministratie van NS en Van Gend & Loos, teneinde te verhinderen dat Van Gend & Loos overmatige vergoeding voor haar diensten van de NS ontvangt en zo oneerlijke concurrentie kan uitoefenen.