Er kunnen geen rechten worden ontleend aan dit bericht/deze tekst. Deze geanonimiseerde samenvatting van een bemiddelingsadvies van de bedrijfscommissie wordt gepubliceerd om inzage te geven in de aard van het uitgebrachte advies. Met deze publicatie wordt geen jurisprudentievorming beoogd, aangezien de commissie steeds met maatwerkoplossingen komt, gericht op het(/de) specifieke (omstandigheden van het) geval.
Publicatie
Bemiddelingsverzoek 25.003
Or weigert instemming op plan van aanpak Arbo
| Datum indiening: |
4 maart 2025 |
| Verzoeker: |
Ondernemingsraad |
| Onderwerp: |
Or weigert instemming op plan van aanpak Arbo |
| Trefwoorden: |
Arbeidsomstandigheden, instemmingsrecht, onderling vertrouwen, vergaderstructuur, werkafspraken, artikel-24-overleg, informatieplicht |
| Afhandeling: |
Bemiddelingszitting / bemiddeling |
Kern van het geschil
De bestuurder vraagt zijn ondernemingsraad (or) in te stemmen met het Arbo-plan van aanpak dat hij heeft opgesteld als onderdeel van de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E). De or weigert in te stemmen omdat hij vindt dat er een beleidsonderdeel ontbreekt. De bestuurder meent dat dat beleid losstaat van het arbeidsomstandighedenbeleid en geeft aan dat het zijn verantwoordelijkheid is om het beoogde beleid in te voeren en ook de manier waarop het wordt ingevoerd.Bevindingen
De geschillencommissie spreekt zich niet bindend uit over de inhoud of volledigheid van het huidig plan van aanpak en of dit voldoet aan de arbeidsomstandighedenwetgeving. Die beoordeling is voorbehouden aan kerndeskundigen zoals bedoeld in de Arbowet.Tijdens de zitting blijkt dat de or steeds laat bij instemmings- en adviestrajecten wordt betrokken en weinig invloed meer kan uitoefenen. Bestuurder en or missen daardoor de mogelijkheid om tijdig en zorgvuldig processen met elkaar in te richten en zo nodig hiervoor expertise in de arm te nemen.
De geschillencommissie geeft aan dat de bestuurder en de or een gedeeld belang hebben en dat het in hun belang is om een gezamenlijke visie op medezeggenschap te ontwikkelen en hier samen passende werkafspraken over te maken. Beide partijen willen graag een goede en constructieve verstandhouding voor de lange termijn bereiken.
Overlegvergaderingen
De commissie adviseert om regelmatig met elkaar te overleggen, bijvoorbeeld zo’n zes keer per jaar (een gebruikelijk aantal overlegvergaderingen). Voor dit overleg kunnen zowel bestuurder als de or onderwerpen inbrengen. De commissie adviseert ook een jaarplanning te maken en hier de vaste overlegmomenten in op te nemen. Ook adviseert de commissie om vooraf samen een agenda op te stellen voor de overlegvergadering en deze overleggen te notuleren. Zonodig kan hiervoor een ambtelijk secretaris worden aangesteld. Zo houden bestuurder en ondernemingsraad hun handen vrij voor het verdere or-werk.