Home | Thema's | Arbeidsomstandigheden | Grenswaarden | Procedure vaststelling publieke grenswaarden

Procedure vaststelling publieke grenswaarden sinds 1-1-2007

Een onderscheid moet worden gemaakt tussen vier categorieën stoffen, te weten: 

  • gewone’ stoffen, dat wil zeggen niet kankerverwekkende stoffen, waarvoor een veilige drempelwaarde kan worden vastgesteld;
  • kankerverwekkende en mutagene stoffen met een veilige drempelwaarde; 
  • kankerverwekkende en mutagene stoffen zonder veilige drempelwaarde;
  • inhaleerbare allergene stoffen zonder veilige drempelwaarde.

Alleen voor deze laatste twee groepen van stoffen wordt een grenswaarde vastgesteld mede op basis van de resultaten van een haalbaarheidstoets.


Stoffen met een veilige drempelwaarde
Dit zijn ‘gewone’ stoffen en kankerverwekkende en mutagene stoffen met een veilige drempelwaarde.
Een wettelijke grenswaarde wordt vastgesteld op basis van: 

  • een ILV-waarde of binding limit van de Europese Commissie. Deze is veelal gebaseerd op adviezen van het Scientific Committee on Occupational Exposure Limits (SCOEL). ILV-waarden worden opgenomen in richtlijnen van de Europese Commissie. Deze richtlijnen verplichten de lidstaten voor de stoffen waarvoor een ILV-waarde is vastgesteld, een nationale grenswaarde vast te stellen. Deze mag afwijken van de ILV-waarde; 
  • een rapport van de Gezondheidsraad. Het ministerie van SZW stelt daartoe een werkprogramma op en legt dat ter advies voor aan de Commissie Arbeidsomstandigheden van de SER. Het ministerie stelt zich vooralsnog op het standpunt dat een beslissing of voor een bepaalde stof een wettelijke grenswaarde wordt vastgesteld pas wordt genomen nadat de Gezondheidsraad een advies heeft uitgebracht.

Kankerverwekkende en mutagene stoffen zonder veilige drempelwaarde

Vooralsnog gaat het hier om stoffen van een nationaal vastgesteld werkprogramma (zie ook hiervoor). Het ministerie van SZW vraagt de Gezondheidsraad voor deze groep van stoffen op basis van risicogrenzen een blootstellingsniveau te berekenen. De risicogrenzen die daarbij worden gehanteerd, zijn gebaseerd op het extra kankerrisico van 1 op de miljoen en 1 op de tienduizend werknemers.
Het extra kankerrisico van 1 op de miljoen werknemers wordt beschouwd als het streefrisiconiveau. Het daarbij behorende en berekende blootstellingsniveau is dan het niveau waar beneden geen extra beschermende maatregelen behoeven te worden genomen.
De subcommissie Grenswaarden Stoffen op de Werkplek (GSW) van de SER toetst de technische haalbaarheid van invoering van een wettelijke grenswaarde op het niveau van het streefrisico en adviseert daarover de bewindspersoon van SZW. Bij de toetsing betrekt de subcommissie naast de centrale werkgevers- en werknemersorganisaties ook brancheorganisaties. Deze organisaties kunnen via het intekenen op stoffen aangeven voor welke stoffen zij betrokkenheid bij de haalbaarheidstoets wenselijk vinden.
Ook de arbodiensten worden geïnformeerd.

Voor het verzamelen en verstrekken van informatie over de technische haalbaarheid van de invoering van een wettelijke grenswaarde voor een kankerverwekkende of mutagene stof zonder veilige drempelwaarde is een formulier ontwikkeld dat door bedrijven kan worden ingevuld. Verder is een opzet voor een rapportage door branches opgezet.
Zowel het bedrijvenformulier (PDF) als de rapportageopzet (PDF) is te downloaden.

Het resultaat van de haalbaarheidstoets kan ertoe leiden dat een hogere grenswaarde wordt vastgesteld. De hoger vastgestelde grenswaarde wordt in principe vierjaarlijks door de subcommissie opnieuw aan de orde gesteld met als doel na te gaan of een verdere verlaging van de grenswaarde realiseerbaar is opdat uiteindelijk het streefrisiconiveau wordt bereikt.


Inhaleerbare allergene stoffen zonder veilige drempelwaarde

Ook hier gaat het vooralsnog om stoffen van een nationaal vastgesteld werkprogramma Het ministerie van SZW vraagt de Gezondheidsraad voor deze groep van stoffen op basis van risicogrenzen een blootstellingsniveau te berekenen. De risicogrens die daarbij wordt gehanteerd, is gebaseerd op het extra risico van 1% extra kans op sensibilisatie (boven op de natuurlijke prevalentie van sensibilisatie voor een stof) als gevolg van beroepsmatige blootstelling aan een overeenkomstig concentratieniveau op de werkplek.
Dit extra risico wordt beschouwd als acceptabel.
De subcommissie Grenswaarden Stoffen op de Werkplek (GSW) van de SER toetst de technische en sociaal-economische haalbaarheid van invoering van een wettelijke grenswaarde op het niveau van dit risico en adviseert daarover de bewindspersoon van SZW. Bij de toetsing betrekt de subcommissie naast de centrale werkgevers- en werknemersorganisaties ook brancheorganisaties. Deze organisaties kunnen via het intekenen op stoffen aangeven voor welke stoffen zij betrokkenheid bij de haalbaarheidstoets wenselijk vinden. Ook de arbodiensten worden geïnformeerd.

Voor het verzamelen en verstrekken van informatie over de technische en sociaal-economische haalbaarheid van de invoering van een wettelijke grenswaarde voor een inhaleerbare allergene stof zonder veilige drempelwaarde is eveneens een formulier ontwikkeld dat door bedrijven kan worden ingevuld. Verder is een opzet voor een rapportage door branches opgezet.
Zowel het bedrijvenformulier (PDF) als de rapportageopzet (PDF) is te downloaden.


Taken van de subcommissie GSW

De subcommissie GSW rekent tot haar taak: 

  • Het adviseren over de invoering van grenswaarden voor kankerverwekkende en mutagene stoffen en inhaleerbare allergene stoffen, voor zover voor deze stoffen geen veilige drempelwaarde kan worden vastgesteld, op basis van de resultaten van een haalbaarheidstoets. Inclusief het periodiek – om de vier jaar – adviseren over een verdere verlaging van de grenswaarde richting het vastgestelde streefrisiconiveau. 
  • Het informeren van brancheorganisaties (en Arbodiensten) over ontwikkelingen ten aanzien van grenswaarden in het publieke stelsel. Dit betreft onder meer het openbare conceptrapport (OCR), definitieve rapport Gezondheidsraad en SCOEL, het werkprogramma van SZW en van de SCOEL, wijzigingen en/of ontwikkelingen in het buitenland, meetmethoden. 
  • Het beheren van een databank Grenswaarden Stoffen op de Werkplek. In deze databank kunnen belanghebbenden informatie vinden over de vigerende grenswaarden, haalbaarheidstoetsen, adviezen van de subcommissie etc. 
  • Het vullen en gebruikersvriendelijk maken van een leidraad voor het op verantwoorde wijze werken met chemische stoffen op de werkplek (digitaal instrument).
  • Het opstellen en bijhouden van een vergelijkend overzicht van lijsten van grenswaarden (EU-lidstaten en enkele andere in dit opzicht belangrijke niet-EU landen) en dit overzicht vrijelijk via de voornoemde databank ter beschikking stellen aan (branche)organisaties en andere belanghebbenden.

Activiteiten van de subcommissie

In de eerste plaats informeert de subcommissie GSW branches en arbodiensten over ontwikkelingen rond grenswaarden. Zo wordt informatie verstrekt over openbare conceptrapporten en definitieve rapporten van de Gezondheidsraad en van de SCOEL. Deze informatieverstrekking is specifiek gericht op de ontwikkeling van grenswaarden in het publieke stelsel en op wijzigingen in het vergelijkende overzicht van grenswaarden.
In de tweede plaats voert de subcommissie GSW de haalbaarheidstoets uit van voorgenomen publieke (wettelijke) grenswaarden voor kankerverwekkende en mutagene stoffen en inhaleerbare allergene stoffen waarvoor geen veilige grenswaarde kan worden vastgesteld. Hiervoor wordt de huidige systematiek van het voorintekenen gehandhaafd: branches geven aan voor welke stoffen zij betrokkenheid wenselijk achten, dan wel voor welke stoffen een branche op de hoogte wil blijven van de ontwikkelingen rond de vaststelling van een grenswaarde.
In de derde plaats het actueel houden van de databank Grenswaarden. Ditzelfde geldt uiteraard ook voor het vergelijkende overzicht van lijsten van grenswaarden.
Via de nieuwsrubriek wordt informatie verstrekt over (inter)nationale ontwikkelingen.