Home | Thema's | Arbeidsomstandigheden | Grenswaarden | Procedure 1976 - 2007

Procedure Nederlandse grenswaardestelsel in de periode 1976 - 2007

Wettelijke grenswaarden
In de periode 1976 tot 2007 werd in ons land bij het vaststellen van MAC-waarden een zogenoemde drietrapsprocedure gevolgd:

  • een werkgroep van onafhankelijke deskundigen (toen de Commissie WGD van de Gezondheidsraad) rapporteert en adviseert over een gezondheidskundige grenswaarde; 
  • een tripartiet samengestelde commissie (toen de Subcommissie MAC-waarden van de SER) toetst de sociaal-economische en technische consequenties en praktische haalbaarheid van invoering van de gezondheidskundige grenswaarde en brengt daarover een advies uit aan de betrokken bewindspersoon van SZW; 
  • de betrokken bewindspersoon van SZW stelt de wettelijke of bestuurlijke grenswaarde vast.

Grenswaarden van stoffen die deze procedure hebben doorlopen werden in beginsel als wettelijke grenswaarden vastgesteld.

De toenmalige bewindspersoon van SZW besliste dat de adviezen van de SCOEL die na 1 januari 2002 zijn gepubliceerd op eenzelfde wijze moeten worden behandeld als adviezen van de Gezondheidsraad. Dat betekende dat voor die stoffen eenzelfde werkwijze is gevolgd als voor de stoffen waarvoor door de Gezondheidsraad een gezondheidskundige grenswaarde is geadviseerd. Gedurende een overgangsperiode, waarbinnen de werkprogramma’s op elkaar werden afgestemd, zou een uitzondering worden gemaakt voor de stoffen waarvoor al een rapport van de Gezondheidsraad beschikbaar was. Per geval is beslist of een haalbaarheidstoets zou moeten plaatsvinden.

Bestuurlijke grenswaarden
Naast wettelijke grenswaarden werden ook bestuurlijke grenswaarden vastgesteld. Het ging hierbij om uit het buitenland overgenomen grenswaarden waarvoor de voormalige Subcommissie MAC-waarden van de SER op eigen initiatief adviseerde zonder betrokkenheid van de Commissie WGD. Dergelijke waarden zijn door SZW als bestuurlijke grenswaarden vastgesteld.
De subcommissie ging daarbij uit van de grenswaardenlijsten van Duitsland, Groot-Brittannië en Zweden. Voor deze drie landen was gekozen omdat zij een werkwijze voor de vaststelling van grenswaarden volgden die op dat moment in grote lijnen overeenkwam met de Nederlandse werkwijze.

Werkwijze vroegere Subcommissie MAC-waarden
De subcommissie onderscheidde naar gelang de herkomst van de te toetsen grenswaarde een aantal werkprogramma's.
De subcommissie betrok werkgevers- en werknemersorganisaties, maar ook brancheorganisaties, Arbodiensten en ander organisaties bij haar werkzaamheden. De brancheorganisaties en Arbodiensten en overige organisaties werden in de gelegenheid gesteld aan te geven voor welke stoffen zij betrokken wilden worden bij de haalbaarheidstoets van de subcommissie.
Deze organisaties werden ook betrokken bij de haalbaarheidstoets voor overname van buitenlandse grenswaarden.

Haalbaarheidstoets
Goede informatie uit de praktijk over de haalbaarheid van voorgestelde grenswaarden is belangrijk. Als geen reacties werden ingediend ging de Subcommissie MAC-waarden ervan uit dat de voorgestelde grenswaarden acceptabel zijn en dat de betrokken bedrijven niet voor onoverkomelijke problemen werden gesteld. De subcommissie adviseerde dan de getoetste grenswaarde in te voeren.