Recente beleidsontwikkelingen

Schakel- en taalklassen

Voor kinderen die net in Nederland aankomen en de Nederlandse taal niet spreken zijn schakel- en taalklassen nodig. Deze klassen worden gefinancierd met onderwijsfinanciering vanuit het Rijk. De (samenwerkende) gemeenten hebben een coördinerende rol ter bevordering van de organisatie en optimale afstemming van vraag en aanbod zodat er een goede infrastructuur van schakel- en taalklassen ontstaat. Daartoe kunnen zij gebruik maken van reeds bestaande overlegstructuren met schoolbesturen op gemeentelijk en regionaal niveau (LEA, REA, OOGO of RMC).
Het Rijk borgt de kwaliteit van taal- en schakelklassen via de reguliere bekostiging (waarbinnen al aanvullend circa € 135 miljoen beschikbaar is gesteld in verband met de verhoogde instroom). De Inspectie van het Onderwijs zal toezien op de kwaliteit van het taalonderwijs en daarover rapporteren.

In het funderend onderwijs kunnen onderwijsinstellingen gebruik maken van bestaande reguliere en aanvullende bekostigingsregelingen. Dit is ongeacht of een leerling wel of geen vergunninghouder is. Wanneer de bestaande regelingen niet toereikend zijn, kunnen scholen gebruik maken van maatwerkfinanciering.

Met ingang van het schooljaar 2016-2017 wordt de maatwerkfinanciering in het primair en voortgezet onderwijs door het Rijk verder geharmoniseerd. De invoering van een viertal peilmomenten – ook voor het primair onderwijs – voorziet onderwijsinstellingen in het ontvangen van een vast bedrag per kwartaal. Met deze maatregel komt er voor onderwijsinstellingen eerder geld beschikbaar.

Om de kwaliteit van de schakel- en taalklassen te borgen en eventuele knelpunten weg te nemen in het organiseren van deze klassen, wordt een bestuurlijke overlegtafel ingericht met OCW, VNG, PO Raad en VO Raad.

Voor- en vroegschoolse educatie (vve)

Het Rijk en de gemeenten zien het belang van voorschoolse educatie voor peuters van asielzoekers. Voorschoolse educatie helpt hen snel Nederlands te leren waardoor de achterstand bij de start van de basisschool zo klein mogelijk gehouden kan worden. Gemeenten hebben de taak een aanbod te doen voor peuters met een risico op taalachterstand. Het Rijk stelt jaarlijks via het goab-budget financiële middelen aan de gemeenten beschikbaar. Met deze middelen kunnen de gemeenten een vve-aanbod doen aan peuters van vergunninghouders die een woning krijgen toegewezen in een gemeente. Omdat de instroom van de groep peuters naar rato van het aantal inwoners wordt verspreid over alle gemeenten zal het aantal ‘nieuwe’ peuters per gemeente naar verwachting vergelijkbaar zijn met voorgaande jaren.

Leerlingenvervoer

Het vervoer van asielzoekerkinderen tussen opvangcentra en scholen wordt door het COA geregeld. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het eventueel noodzakelijke vervoer van en naar school van kinderen van vergunninghouders die in een gemeente wonen. De verhoogde asielinstroom vraagt om een andere organisatie van het onderwijsaanbod. Vaak worden centrale schakelklassen ingericht, met als gevolg dat de afstanden tot de school groter kunnen zijn dan gebruikelijk.

Een aantal kinderen zal geen extra taalonderwijs meer nodig hebben, omdat ze dit al gevolgd hebben toen zij nog in een AZC verbleven. Een ander deel van de kinderen van vergunninghouders zal niet ver van de school wonen; zij komen dan niet in aanmerking voor een vervoersvoorziening van de gemeente. Kinderen die ver van de schakelklassen wonen, komen in aanmerking voor een vergoeding van de kosten van het openbaar vervoer. Daar waar het openbaar vervoer niet toereikend is, wordt het vervoer dan georganiseerd door de gemeente.

Shutterstock