Inburgeringsexamen

Het inburgeringsexamen is een examen over kennis van de Nederlandse taal en samenleving. Vluchtelingen met een voorlopige verblijfsvergunning moeten dit inburgeringsexamen doen.

Het inburgeringsexamen bestaat uit 2 onderdelen: een praktijkdeel en een centraal deel. In het praktijkexamen moet de deelnemer een aantal opdrachten doen om aan te tonen dat hij de Nederlandse taal genoeg kent om zich in het dagelijks leven te redden. In het centraal deel krijgt de inburgeraar 3 examens. Hij wordt getoetst op zijn kennis van de Nederlandse samenleving en taal.

Examen inburgering

Het examen bestaat uit 6 onderdelen:

  • Kennis van de Nederlandse Maatschappij
  • Spreekvaardigheid
  • Leesvaardigheid
  • Luistervaardigheid
  • Schrijfvaardigheid
  • Oriëntatie op de Nederlandse Arbeidsmarkt

Beoordeling examen

Om te slagen voor het inburgeringsexamen moet de deelnemer aantonen dat hij de Nederlandse taal kan schrijven, spreken en begrijpen op taalniveau A2. Met dit taalniveau kan hij of zij zich te redden in het dagelijkse leven. Het inburgeringsexamen is ook nodig om te kunnen naturaliseren.

Vluchtelingen kunnen ook op een hoger taalniveau (B1 of B2) inburgeren. Hiervoor bestaan 2 examenprogramma’s:

  • Programma I, op taalniveau B1/2F, als vluchtelingen willen werken of studeren op mbo-niveau 3 of 4.
  • Programma II, op taalniveau B2/3F, als vluchtelingen willen werken of studeren op het niveau van hbo/universiteit.

Als vluchtelingen voor het inburgeringsexamen slagen, dan zijn ze officieel ingeburgerd en krijgen ze een inburgeringsdiploma.

Meer informatie

Op Inburgeren.nl vindt u meer informatie over het inburgeringsexamen.

Mensen in een klaslokaal Shutterstock