OPINIE - Marguerite Soeteman-Reijnen, voorzitter SER Topvrouwen

Realiseren we de balans zelf, of zonder wet ook geen voortgang, in raden van bestuur?

© SER Topvrouwen

Het percentage vrouwen in de Raden van Bestuur (RvB) en de Raden van Commissarissen (RvC) van grote vennootschappen (ca 5.000) neemt nog steeds toe, maar het tempo blijft te traag. Die conclusie valt te trekken uit de vorige week verschenen 2020 editie van de Bedrijvenmonitor Topvrouwen. Het wetsvoorstel “ingroeiquotum en streefcijfers” welke een dezer dagen door de Tweede Kamer besproken wordt, is hoogst noodzakelijk. Verslechtering ligt bovendien op de loer: de crisis laat de aandacht voor diversiteit bij sommige bedrijven verslappen, en ook los hiervan zijn er nog steeds organisaties waar diversiteit geen onderdeel van de bedrijfsstrategie uitmaakt. Van broodnodige cultuurverandering – zonder inclusief klimaat zal divers talent immers snel afhaken – is daar geen sprake.  

In andere landen om ons heen dendert de trein van diversiteitswet- en regelgeving inmiddels gestaag voort. In Duitsland moeten besturen van beursgenoteerde bedrijven moeten voortaan ten minste één vrouw in hun raad van bestuur hebben. De Duitse regeringspartijen CDU en SPD stemden begin dit jaar voor het vrouwenquotum. Hiermee is een quotum in Duitsland nu zowel van toepassing op raden van bestuur als raden van commissarissen. Ook wat verder van huis in de US gooit de Amerikaanse beursexploitant Nasdaq de knuppel eveneens in het hoenderhok: Naast minimaal een vrouw in de raad van bestuur eveneens een bestuurder die een raciale minderheid is of iemand die zichzelf identificeert als lesbienne, homo, biseksueel, transgender of queer. Nasdaq heeft hiertoe bij de toezichthouder een verzoek ingediend. 

In Nederland gaat dat toch wat anders. Ruim een jaar geleden werd door de Tweede Kamer het advies Diversiteit in de top, tijd voor versnelling van de Sociaal-Economische Raad geaccordeerd. Nu, een jaar later, ligt het wetsvoorstel ter goedkeuring bij de Tweede Kamer. Dit wetsvoorstel in Nederland behelst naast het ingroeiquotum voor vrouwen bij raden van commissarissen van beursgenoteerde bedrijven ook een inspanningsverplichting voor de 5.000 grootste bedrijven om diversiteit en inclusie door middel van passende en ambitieuze streefcijfers in de praktijk te brengen. Een mooi begin, maar niet te vergelijken met de daadkracht van de landen hierboven.

Of het niet eens tijd is in Nederland de lat hoger leggen en ook diversiteitsvereisten voor de nog zeer mannelijke raden van bestuur (12% is slechts vrouw volgens de Female Board Index vergeleken met 13% in Duitsland) en subtop neer te leggen, is dan ook een logische vraag. Eumedion, belangenbehartiger van institutionele beleggers in Nederland, liet al doorschemeren hieraan steun te willen verlenen.

Diverse partijen hebben zich de afgelopen jaren uitgelaten over uiteenlopende redenen voor diversiteit en inclusie. Het is mij werkelijk een raadsel waarom na al die rapporten, discussies, berekeningen en maatschappelijke ontwikkelingen diversiteit en inclusie nog steeds geen gemeengoed zijn. Waar is de intrinsieke motivatie die hoort bij de onaanvaardbare risico’s die we lopen – denk aan onvoldoende aangesloten zijn bij een brede groep stakeholders, niet voldoende behept zijn om binnen een disruptief klimaat relevant te blijven en besluitvorming die niet gebalanceerd is – als we niet al het talent dat we kunnen vinden omarmen? Bovendien voedt een gebrek aan diversiteit en inclusie de polarisatie die nu al ontwrichtende vormen aanneemt. 

De maatschappelijke roep om gelijkwaardigheid neemt toe. Zaak voor bedrijven om dit nu zelf op te pakken en aan het werk te gaan. Maak diversiteit en inclusiviteit bespreekbaar. Zorg dat je als leider zélf aanspreekbaar bent. Werk aan een adequate D&I strategie en voer deze uit. Evalueer en monitor de kpi’s daarvan tijdig om bij te (kunnen) sturen en gewenste resultaten tastbaar te realiseren. Als een ieder daar nu een aanvang mee maakt, hebben we een nieuw wetsvoorstel dat de balans ook regelt in raden van bestuur en de subtop misschien niet nodig. Dan wordt het geen fait accompli, maar houden bedrijven zelf de regie. Zo niet, dan zal de roep en het activisme om ook in Nederland in navolging van Duitsland een quotum bij wet voor Raden van Bestuur te realiseren alleen maar verder toenemen. 

Marguerite Soeteman-Reijnen is voorzitter van SER Topvrouwen, bestuurder en toezichthouder bij o.a. Aon, NautaDutilh