Tips voor actieve deelname van flexwerkers aan medezeggenschap

Breid de kring uit van in de onderneming werkzame personen

De OR en de ondernemer breiden de groep van ‘in de onderneming werkzame personen’ uit met groepen van personen die anders dan op basis van een vaste of tijdelijke arbeidsovereenkomst met de onderneming of anders dan op basis van een aanstelling regelmatig in de onderneming werkzaamheden verrichten (artikel 6 lid 4 WOR). Denk daarbij aan uitzendkrachten die nog geen twee jaar in de onderneming werkzaam zijn, maar ook aan gedetacheerde werknemers en payrollers. Op die manier kan aan meer flexwerkers een rol in de medezeggenschap worden gegeven.

Voorbeeld
In een organisatie bestaat 20 procent van het personeelsbestand uit gedetacheerden. OR en bestuurder gaan daarover het gesprek met elkaar aan. Zij willen deze groepen wel actief, maar geen passief kiesrecht verlenen. Hoe kan dat worden geregeld? 

Indien in het OR-reglement de kring van in de onderneming werkzame personen wordt uitgebreid, heeft iedereen actief én passief kiesrecht. Hoe is dit op te lossen? Neem in een ondernemingsovereenkomst (artikel 32, lid 2 WOR) het volgende op:
“De ondernemer en de OR besluiten in het belang van de goede toepassing van de WOR in de onderneming dat navolgende groep van personen: gedetacheerden, in aanvulling op artikel [..] , lid [..], van het OR-reglement, eveneens het actief kiesrecht krijgen.”


Maak gebruik van de mogelijkheid af te wijken van de wettelijke termijnen voor het actief en passief kiesrecht

Artikel 6 lid 5 WOR geeft aan de OR de mogelijkheid om in zijn reglement af te wijken van de wettelijke termijnen voor het actief (na zes maanden) en passief kiesrecht (na twaalf maanden). Dat biedt een mogelijkheid om een gedeelte van de flexibele schil eerder bij de medezeggenschap te betrekken. Voor afwijking van de wettelijke termijnen van actief en passief kiesrecht in het reglement is geen toestemming van de ondernemer nodig.

Medezeggenschapsrechten voor flexwerkers op grond van de WOR verschillen overigens per type contract.

Werknemers met een tijdelijk contract en oproepkrachten bouwen rechten op om OR-leden te kiezen (actief kiesrecht) en zichzelf voor de OR kandidaat te stellen (passief kiesrecht). Hier gelden dezelfde regels als voor vaste werknemers. Deze flexwerkers kunnen door de korte duur van het dienstverband of de beperkte hoeveelheid werkuren in de praktijk vaak moeilijker gebruik maken van deze rechten dan vaste werknemers.

Uitzendkrachten bouwen bij de inlener na een wettelijke termijn actief en passief kiesrecht op. Voor meer informatie zie de vraag: 'Wie hebben actief en passief kiesrecht?'

Andere categorieën flexwerkers dan de hierboven genoemde groepen bouwen bij de inlener geen actief en passief kiesrecht op.

Voorbeeld
Een aantal OR-leden vindt de termijnen voor actief en passief kiesrecht te lang en wil deze verkorten. Daardoor kunnen onder andere meer jongeren met een relatief kort contract voor bepaalde tijd bij de medezeggenschap worden betrokken. De OR-leden gaan daarover met elkaar in gesprek en de OR besluit vervolgens om de termijnen te verkorten. Wat moet de OR daarvoor doen? Neem in het reglement bijvoorbeeld deze bepalingen op:

Voorbeeld verkorting van de termijn voor het actief kiesrecht:
“Kiesgerechtigd zijn de personen die op de verkiezingsdatum gedurende ten minste drie maanden in de onderneming werkzaam zijn.”

Voorbeeld verkorting van de termijn voor het passief kiesrecht:
“Verkiesbaar tot lid van de ondernemingsraad zijn de personen die op de verkiezingsdatum gedurende ten minste zes maanden in de onderneming werkzaam zijn.”


Bestem een geoormerkte zetel voor een flexwerker

Een andere manier om vertegenwoordiging van flexwerkers in de OR te bevorderen, is het werken met een of meer geoormerkte zetels (kwaliteitszetels). Deze zetel wordt dan steeds bemenst door een flexwerker maar dat hoeft niet de hele zittingsperiode dezelfde persoon te zijn. De OR bepaalt in zijn reglement vanuit welke groep(en) flexwerkers een geoormerkte zetel wordt ingevuld.

Voorbeeld
Een OR met 11 zetels heeft in zijn reglement gekozen voor het personenstelsel. Van de 11 zetels wordt 1 zetel geoormerkt, bijvoorbeeld voor een vertegenwoordiger van uitzendkrachten die minder dan 24 maanden in de onderneming werkzaam zijn.

In het kiesregister moet bij de kiesgerechtigden worden vermeld tot welke groep zij behoren. De verkiezing wordt gehouden onder en vanuit het gehele stemgerechtigde personeel. Op het stembiljet wordt vermeld tot welke groep de kandidaten behoren. Bij de uitslagbepaling wordt als eerste de geoormerkte zetel vervuld. Is er voor een geoormerkte zetel geen enkele kandidaat dan wordt die zetel aan de eerstvolgende kandidaat toegekend die daar volgens de uitslag recht op heeft. Dit moet worden beschreven in het reglementsartikel dat de uitslagbepaling beschrijft. Dit voorbeeld veronderstelt dat de kring van in de onderneming werkzame personen door de ondernemer en OR is uitgebreid met de genoemde uitzendkrachten en zij - mits zij aan de termijnen voor actief en passief kiesrecht voldoen - kiesgerechtigd en verkiesbaar zijn.


Laat flexwerkers in commissies meedenken, meepraten en meebeslissen

Artikel 15 WOR biedt ruimte om flexwerkers via commissies bij de besluitvorming te betrekken, onder verantwoordelijkheid van de OR.
Zie SER Voorbeeldreglement, hoofdstuk 5.
De leden van de commissies hoeven niet allemaal OR-lid te zijn. Zo kunnen ook flexwerkers participeren in een commissie. De OR moet zijn voornemen om een commissie in te stellen wel eerst voorleggen aan de ondernemer. Nadere afspraken over een nieuwe opzet voor inrichting van de medezeggenschap kunnen in een ondernemingsovereenkomst worden vastgelegd (artikel 32 lid 2 WOR).