Tips voor meer bewustwording en vertegenwoordiging van de belangen van flexwerkers

Vorm je een goed beeld van de groep flexwerkers

De groep flexwerkers is geen homogene groep. Om zich in te kunnen zetten voor (de belangen van) flexwerkers moet de OR goed inzicht krijgen in die groep. Het sociaal jaarverslag van de onderneming kan daarbij een hulpmiddel zijn. Daarin is informatie terug te vinden over de verschillende groepen en aantallen flexwerkers en de verhouding tussen vast en flex. Ook goede informatie-uitwisseling hierover tussen de bestuurder en de OR is van belang. Daarnaast kunnen OR-leden zelf op de werkvloer hun licht opsteken.


Maak een OR-lid verantwoordelijk voor ‘medezeggenschap en flexwerkers’

De OR wijst een van zijn leden aan voor zaken die de flex-strategie en flexwerkers betreffen. Dit zorgt voor een versterking van medezeggenschap in het belang van flexwerkers. Dat OR-lid moet buiten de gebaande paden durven te treden om de flexwerkers – een groep die buiten de reguliere achterban van de OR valt – goed te vertegenwoordigen.

Het OR-lid is enerzijds contactpersoon/eerste aanspreekpunt voor flexwerkers en anderzijds gaat hij/zij actief op zoek naar wat er speelt bij flexwerkers.
Voor meer informatie: zie hoofdstuk 5 van '70 jaar VvA: einde van het begin' uit 2016.


Erken het verschil in belangen

Er kan sprake zijn van verschillende en soms tegengestelde belangen tussen vaste medewerkers en flexwerkers. Erken dat hun belangen kunnen verschillen en maak dit bespreekbaar. En ga vervolgens ook op zoek naar gemeenschappelijke belangen. Het bij elkaar brengen van vaste medewerkers en flexwerkers kan het inzicht en begrip over en weer wellicht vergroten.

Voorbeeld
Het personeel van een organisatie bestaat voor circa 30 procent uit werkenden met een vaste arbeidsovereenkomst en voor circa 70 procent uit studenten met een oproepovereenkomst voor bepaalde tijd. In de praktijk roostert de organisatie de vaste medewerkers vooral in tijdens kantooruren en de oproepkrachten tijdens avonduren en in de weekenden. De vaste krachten en de oproepkrachten werken hierdoor zelden tegelijkertijd.

Veel vaste medewerkers hebben behoefte aan flexibeler werktijden op doordeweekse dagen, maar werken niet graag in het weekend. De oproepkrachten zouden juist wat vaker vrij willen hebben in het weekend. Beide groepen hebben baat bij een redelijke verdeling van de kantooruren en de avond- en weekenduren tussen vaste medewerkers en oproepkrachten. Bovendien motiveert het de vaste medewerkers om hun kennis en ervaring te kunnen overdragen en hebben de studenten behoefte aan meer instructie en coaching.

De OR zou met enkele vertegenwoordigers van beide groepen van gedachten kunnen wisselen over de diverse belangen en mogelijke oplossingen. De OR kan vervolgens in een overlegvergadering aan de ondernemer voorstellen om op een andere manier te gaan roosteren; een roostermethode die meer recht doet aan de belangen en wensen van zowel vaste medewerkers als flexwerkers.