SERmagazine

Misstanden tegengaan in productieketens hernieuwbare energie: 5 vragen over het beoogde IMVO-convenant

Geen kinderarbeid, uitbuiting en slechte arbeidsomstandigheden. In navolging van veel andere sectoren willen bedrijven in de duurzame energiesector afspraken maken die misstanden moeten voorkomen en uitbannen. In de vorm van een beoogd convenant voor internationaal MVO (IMVO). Vijf vragen hierover.

Tekst: Alexander Haje

Aan het woord:

Manuella Appiah, teamleider grondstoffensectorconvenanten bij de SER
Manuella Appiah,
teamleider grondstoffen-sectorconvenanten, SER
Bastiaan Vader
Bastiaan Vader,
branchespecialist offshore wind, branchevereniging NWEA
 
 

1. Hoe ziet de sector hernieuwbare energie eruit?

“Die is heel breed”, zegt Manuella Appiah van de SER. “Naast wind en zon zijn er bedrijven actief op het gebied van onder meer biomassa en elektriciteitsopslag. Het beoogde IMVO-convenant richt zich met name op de wind- en zonne-energiesector. Dan moet je denken aan fabrikanten van windturbines, bedrijven die windmolens plaatsen op zee en op land, maar ook energiebedrijven.

“Kijk je naar zonne-energie, dan zijn dat importeurs, producenten, installateurs en leveranciers van zonnepanelen aan consumenten. De wind- en zonne-energieketen bestaat met andere woorden uit een grote diversiteit aan bedrijven.”

2. Waarom een beoogd internationaal MVO-convenant voor de sector hernieuwbare energie?

“De Nederlandse overheid vindt het van groot belang dat bedrijven maatschappelijk verantwoord werken, ook als ze zaken doen met buitenlandse partijen”, zegt Appiah. “Dit betekent dat misbruik, dwang en uitbuiting uit den boze zijn en dat bedrijven zich daaraan niet schuldig mogen maken.”

Bastiaan Vader, branchespecialist offshore wind van de branchevereniging van de windsector NWEA, noemt het een goed initiatief om een IMVO-convenant hernieuwbare energie in het leven te roepen. Aanleiding om met elkaar in gesprek te gaan was de vraag van de ministeries van Economische Zaken en Klimaat en Buitenlandse Zaken aan de sector om te kijken of zo’n convenant inderdaad ook relevant zou kunnen zijn, zegt Vader.

‘De windenergiesector maakt de laatste jaren een enorme groei door’

“Samen met onze leden hebben we toen gezegd dat we een IMVO-convenant hernieuwbare energie heel zinvol vinden. Waarom? Omdat de windenergiesector de laatste jaren een enorme groei doormaakt, waardoor ongeoorloofde omstandigheden zich internationaal ongewild kunnen voordoen.”

3. Om welke concrete risico’s en misstanden gaat het dan, en hoe komt het dat die er zijn?

“Het risico dat zich in een productieketen misstanden voordoen is waar ter wereld altijd aanwezig”, aldus Appiah. “Het komt voor in vele bedrijfssectoren. Je moet dan denken aan mensenhandel, discriminatie, kinderarbeid en gevaarlijke arbeidsomstandigheden waaraan mensen worden blootgesteld. Maar ook aan corruptie en activiteiten die het milieu schade berokkenen. Er zijn landen waar dit nog steeds aan de orde van dag is en daar moet tegen op worden getreden.”

4. Hoe pak je deze misstanden aan en in hoeverre draagt dit convenant daaraan bij?

“Wij vinden het ontzettend belangrijk dat onze sector, waar mogelijk, kan bijdragen aan het verminderen of wegnemen van ketenrisico’s”, zegt Vader. “Heel belangrijk is de vraag: heb je voldoende invloed om daar iets aan te kunnen doen? Door krachten te bundelen en samen te werken met andere organisaties, zijn we in staat om misstanden in de sector te voorkomen en zo nodig te elimineren. We beschouwen het convenant als een van de mogelijke instrumenten die bedrijven hierbij kunnen helpen.”

‘Door collectief op te trekken kunnen bedrijven van elkaar leren’

“De meerwaarde van het convenant is om individuele bedrijven te helpen inzicht te krijgen in hun productieketen”, vult Appiah aan. “Met inzicht bedoelen we in hoeverre risico’s zich ook daadwerkelijk kunnen voordoen. Het blijkt in de praktijk vaak lastig om een scherp beeld te krijgen van de totale productieketen van grondstof tot eindproduct. Om daar goed inzicht in te krijgen is het belangrijk dat bedrijven daarover met elkaar in gesprek gaan en onderling informatie uitwisselen. Door collectief op te trekken kunnen zij van elkaar leren.

“Ook de hulp van maatschappelijke organisaties is daarbij van groot belang. Die beschikken over vaardigheden en kennis die bedrijven zelf niet in huis hebben. Andersom is dat ook zo. Op die manier kunnen zij elkaar versterken. Zodra dat inzicht in de eigen productieketen er is, kunnen bedrijven ook beter samenwerken met andere bedrijven, vakbonden, brancheorganisaties, NGO’s en de Nederlandse overheid.”

5. Hoe gaan jullie nu praktisch aan de slag?

Vader: “We bevinden ons nu nog in de onderhandelingsfase van het convenant en dus is het nog te vroeg om hierover publiekelijk uitspraken te doen. Onder leiding van de SER zitten wij als windenergiebrancheorganisatie met andere partijen aan tafel.”

Appiah vult aan: “Omdat in de hernieuwbare energiesector een zeer groot aantal partijen actief is, zullen zij hun krachten moeten gaan bundelen. Concreet betekent dit samen aan de slag gaan, het beschikbaar stellen en delen van elkaars expertise en een vuist maken tegen bedrijven in de keten die (nog) niet maatschappelijk verantwoord werken.”


Meer lezen? SERmagazine verschijnt ook 5 keer per jaar als papieren tijdschrift.

Abonneer nu gratis


SER en IMVO

Bedrijven die de risico’s in de internationale productieketen goed in beeld hebben, kunnen deze aanpakken en voorkomen. Dit heet IMVO-risicomanagement of due diligence. In 2014 adviseerde de SER sectoren om IMVO-convenanten te sluiten. Hierin maakt de overheid met Nederlandse bedrijfssectoren en maatschappelijke organisaties afspraken over internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen. Die afspraken hebben betrekking op het voorkomen van risico’s op het gebied van mensenrechten, arbeidsomstandigheden en milieu. Op dit moment zijn er negen zogeheten IMVO-convenanten actief.