Keynote Bas ter Weel: De minder vlakke kant van Nederland

Tijdens de Charterbijeenkomst Leeftijdsdiversiteit (18 november) presenteerde prof. dr. Bas ter Weel, kroonlid van de Sociaal-Economische Raad en algemeen directeur van SEO Economisch Onderzoek, resultaten van zijn onderzoek naar de kansen van starters op de arbeidsmarkt. Ter Weel richtte zich daarbij op jongeren met een mbo-opleiding, met name op de verschillen tussen mannen en vrouwen en tussen jongeren met en zonder migratieachtergrond.

Keynote Bas ter Weel: de minder vlakke kant van Nederland
De afgelopen vijftien jaar laat de arbeidsmarkt een sterke variatie zien in kansen van jongeren met mbo-opleiding. In deze periode is de arbeidsparticipatie van jonge mannen hoger dan die van jonge vrouwen. Meest opvallend is dat jongeren met een migratieachtergrond zo’n dertig procent minder participeren dan jongeren zonder migratieachtergrond.

De coronapandemie heeft deze verschillen nog verder vergroot. Jongeren op mbo-niveau 2 of lager blijken veel minder te profiteren van de huidige economische opleving en de sterk aantrekkende arbeidsmarkt.

Migratieachtergrond en opleidingskeuze zijn bepalend

De verschillen in kansen op werk zijn vooral duidelijk bij banen van 24 uur of meer per week. Het onderzoek laat zien dat 85 procent van de jonge mannen die zijn afgestudeerd op maximaal mbo-niveau 2 een volwaardige baan heeft. Bij jonge vrouwen is dit percentage iets lager. Jongeren met een migratieachtergrond hebben een nog veel grotere afstand tot de arbeidsmarkt: 50 procent van de jonge mannen en 85 procent van de jonge vrouwen van hen heeft een volwaardige baan. “Je zou denken dat jongeren tijd nodig hebben om aan de arbeidsmarkt te wennen, maar het erge is dat deze waarden stabiel en na tien jaar nog hetzelfde zijn,” concludeert Ter Weel. De oorzaken zijn volgens hem verschillend.

Leer jongeren betere keuzes te maken

Het verschil wordt onder meer verklaard door de keuze in opleiding. Volgens Ter Weel kiezen relatief weinig jongeren met een migratieachtergrond een kansrijke opleiding, zoals een IT-opleiding. Autochtone jongeren kiezen een kansrijke opleiding ruim twee keer zo vaak. Een kwart van de jongeren in het mbo heeft spijt van de studiekeuze, omdat een baan uitblijft. Ter Weel adviseert daarom dat onderwijsinstellingen meer beroepskeuzevoorlichting en begeleiding aanbieden zodat jongeren een betere studiekeuze kunnen maken. Daarbij is aandacht voor het effect van de technologische ontwikkelingen en de automatisering in bepaalde sectoren op de baankansen cruciaal. “Schets realistische beelden van beroepen, zodat jongeren de meerwaarde ervan zien.”

Ook pleit Ter Weel voor betere kinderopvang. Jonge vrouwen met een op de praktijk gerichte opleiding op maximaal mbo-niveau 2 krijgen in verhouding vaker op jonge leeftijd kinderen. Dit vermindert hun kansen op de arbeidsmarkt. Betere kinderopvang vergroot die kansen.

Een deel van het verschil tussen de arbeidsparticipatie van jongeren met en zonder migratieachtergrond is niet verklaarbaar. Volgens Ter Weel ligt de oorzaak hiervan bij discriminatie op de arbeidsmarkt, zowel bij het vinden van stages als van (volwaardig) werk. SER Diversiteit in Bedrijf constateert tevens dat vooroordelen bij de instroom van potentiële werknemers een belangrijke rol spelen. (Zie onder meer het Charterdocument Divers werven en selecteren.)

 

Video: Keynote prof. dr. Bas ter Weel op de Charterbijeenkomst Leeftijdsdiversiteit, 18 november 2021, Den Haag.