WOR

Wanneer moet een bedrijf een ondernemingsraad (or) of personeelsvertegenwoordiging instellen?
De Wet op de ondernemingsraden (WOR) bepaalt over het instellen van een ondernemingsraad (OR) dan wel personeelvertegenwoordiging (PVT) het volgende:
  • Bij ondernemingen waarin ten minste 50 personen werken, is de ondernemer verplicht om een or in te stellen (artikel 2 WOR).
  • Bij ondernemingen met minder dan 50 werknemers kan een personeelsvertegenwoordiging worden ingesteld op vrijwillige basis (artikel 35c en artikel 35d WOR). Bij een onderneming met tien of meer werknemers moet een ondernemer verplicht een personeelsvertegenwoordiging instellen als een meerderheid van de werknemers daarom vraagt.

Waarom de WOR?

De Wet op de ondernemingsraden (WOR) regelt de medezeggenschap van werknemers in ondernemingen in Nederland. Het begrip onderneming is in de WOR overigens heel breed omschreven. Het gaat om een groep mensen in loondienst, die samenwerkt en naar buiten toe optreedt als zelfstandige eenheid. Onder het begrip valt bijvoorbeeld een filiaal, een verkoopkantoor, een ziekenhuis of een orkest. De WOR is in 1950 voor het eerst ingesteld en de wet is sinds die tijd een aantal keren aangepast.

Medezeggenschap geeft werknemers invloed op het beleid en de gang van zaken in de onderneming waarin zij werken. Zo raken werknemers betrokken bij de totstandkoming van besluiten in de onderneming. Het management wordt door de medezeggenschap gevoed met informatie van de werkvloer. Daar kan het management zijn voordeel mee doen, bijvoorbeeld als hij keuzes maakt over organisatiebeleid en besluitvorming in de organisatie. 

De wet zegt het volgende: “in het belang van het goed functioneren van die onderneming in al haar doelstellingen” en “ten behoeve van het overleg met en de vertegenwoordiging van de in de onderneming werkzame personen”.