Home | Taken | Pensioenonderzoek | Onderzoek 2005

Overzicht pensioenonderzoek 2005


Economische aspecten en consequenties

  • CPB
    • Description Gamma Model; version pension study, CPB Memorandum 115, Maart 2005
      The paper presents a technical description of the GAMMA model as used for the pension study. Moreover, the paper presents the theoretical background of the behavioural relations and details on the calibration method.

    • Ed Westerhout and Frank Pellikaan, Can we afford to live longer in better health?, CPB-document no 85 , 6 juni 2005
      Het document analyseert de effecten van vergrijzing op de publieke financiën en meer in het bijzonder op de uitgaven aan gezondheidszorg (cure), verpleging en verzorging (care) en publieke pensioenen. Dit gebeurt voor 15 EU-landen. Het besteedt bijzondere aandacht aan drie nieuwe inzichten: i) een groot deel van de uitgaven aan zorg is eerder gerelateerd aan de resterende levensduur dan aan leeftijd ii) de levensverwachting zou in de toekomst veel harder kunnen stijgen dan veelal aangenomen en iii) de gezondheid zou zich in de toekomst kunnen blijven verbeteren. Het analyse-instrument is een generational accounting model dat de zorguitgaven gedurende het laatste levensjaar meeneemt, gesplitst in een care en een cure deel. De projecties laten zien dat een stijging van de levensverwachting de leeftijdsgerelateerde uitgaven vergroot; een verbetering van de gezondheid heeft het tegenovergestelde effect. Het gezamenlijke effect van deze trends op de publieke financiën is beperkt. Dientengevolge blijft
      de beoordeling van de overheidsfinanciën in het EU15-gebied onveranderd: zelfs als een snellere toename van de levensverwachting gepaard zou gaan met een verbetering van de gezondheid, zijn de huidige fiscale en socialezekerheidsregelingen in de EU-15 onhoudbaar.

    • Rob Euwals, Daniel van Vuuren, Ronald Wolthoff, Early Retirement Behaviour in the Netherlands Evidence from a Policy Reform, CPB Discussion Paper no 52, December 2005
      In het begin van de jaren negentig besloten de Nederlandse sociale partners de genereuze, actuarieel niet-neutrale en omslaggefinancierde vervroegde uittredingsregelingen (VUT) om te vormen tot minder genereuze, actuarieel neutrale en kapitaalgedekte prepensioen regelingen. De ingangsdatum van de overgangsregeling varieert per bedrijfstak. In deze studie gebruiken we de variatie in de ingangsdata om het causale effect van de hervorming te schatten. We gebruiken een groot administratief databestand, het Inkomenspanelonderzoek 1989-2000, om duurmodellen voor vervroegde uittreding te schatten. We concluderen dat door de herziening werknemers vervroegde uittreding zijn gaan uitstellen. Modelsimulaties laten zien dat de eerste fase van de overgang al tot een uitstel van gemiddeld 4 maanden heeft geleid in de onderzochte groep van oudere werknemers. Dat uitstel zal gemiddeld 9 maanden worden als de overgang is voltooid. 
       
  • DNB
    • W. Allard Bruinshoofd en Sybille G. Grob, Arbeidsparticipatie van ouderen. Microfinanciële motivaties en beleidsaspecten, DNB Occasional Studie, juni 2005
      Nederland vergrijst. Het aantal 65+-ers, uitgedrukt als percentage van alle inwoners
      met een leeftijd van 20 tot 65 jaar – de zogenoemde grijze druk – ligt momenteel rond
      de 22. Naar verwachting zal de grijze druk de komende decennia ten minste verdubbelen. Deze studie richt zich op het vraagstuk van de vergroting van het arbeidsaanbod van oudere Nederlandse werknemers als middel om de toenemende grijze druk op te vangen. Centraal staat hierbij de vraag of door wijzigingen in de vormgeving van de pensioenvoorzieningen mensen kunnen worden bewogen om langer te blijven werken. De belangrijkste resultaten zijn als volgt samen te vatten. In de eerste plaats laten wij zien dat er voor Nederland veel winst in termen van extra groei is te halen met het stimuleren van de ouderenparticipatie. Een internationale vergelijking van de institutionele vormgeving van het ouderdomspensioen toont vervolgens dat financiële prikkels een belangrijke rol spelen in de arbeidsparticipatie van ouderen.
      Dit resultaat wordt aan de hand van een enquête onder Nederlandse huishoudens bevestigd: een groot deel van de Nederlanders is (financieel) te prikkelen om langer door te werken. In de pensioenvoorzieningen kunnen deze prikkels tot uitdrukking komen in het niveau van de uiteindelijke (vroeg)pensioenuitkering en het aantal jaren waarin een volledig pensioen kan worden opgebouwd. Daarnaast tonen de enquêteresultaten dat het pensioenmoment sterk wordt beïnvloed door het al dan niet aanpassen van de hoogte van de pensioenuitkering bij vervroegde of uitgestelde pensionering. Ten slotte blijkt een groot deel van de Nederlanders bereid te zijn om langer door te werken als dit in deeltijd mogelijk is. 
       
    • Currency Hedging for a Dutch Investor: The Case of Pension Funds and Insurers, DNB Working Papers nr 054, oktober 2005
      This paper analyzes the risk reduction effectiveness of currency hedging international portfolios from the perspective of an average Dutch pension fund and insurer during the period 1999-2004. Several portfolios and approaches to hedging are analyzed. Passive hedging seems to be efficient in reducing the volatility of a foreign bond portfolio whereas the risk reduction achieved for a foreign equity portfolio is not significant. The case of mixed (bonds and equities) portfolios and hedging is also analyzed. No significant risk reduction (at the same level of returns as that of an unhedged portfolio) was attained using a static hedging approach and portfolio optimization under short sale constraints. Using a selective (dynamic) hedging approach based on the forward premium, showed similar results; the volatility of an unhedged and hedged portfolio was virtually the same. Nevertheless, this selective hedging strategy had a positive impact improving the hedged portfolio returns. 

    • What Triggers Early Retirement? Results from Swiss Pension Funds, DNB Working Papers nr 41, mei 2005
      Early retirement is predominantly considered as the result of incentives set by social security and the tax system. But people seem to retire early even in the absence of such distortions as the Swiss example demonstrates. We look for determinants of early retirement, in particular the role of lifetime income and family status, using individual data from a selection of Swiss pension funds. Our findings suggest that affordability is a key determinant in retirement decisions: More affluent men, and — to a much smaller extent — women, tend to leave the work force earlier. The fact that early retirement has become much more prevalent in the last 15 years is another indicator for the importance of affordability as Switzerland’s funded pension system has matured over that period leading to higher effective replacement rates. We also find sizeable differences in retirement behavior across marital status. These may be explained by a constrained rational choice based on differential mortality and the desire of couples to coordinate their entry into retirement.

    • Changes in Consumption and Activities at Retirement The simple one -good model of life-cycle consumption requires “consumption smoothing.”, DNB Working Papers nr. 39, mei 2005
      According to previous results based on partial spending and on synthetic panels, British and U.S. households apparently reduce consumption at retirement. The reduction cannot be explained by the simple one-good life-cycle model, so it has been referred to as the retirement-consumption puzzle. An interpretation is that at retirement individuals discover they have fewer economic resources than they had anticipated prior to retirement, and as a consequence reduce consumption. This interpretation challenges the life-cycle model where consumers are assumed to be forward looking. Using panel data on anticipated consumption changes at retirement and on recollected consumption changes following retirement, we find that the median recollected change in spending at retirement is zero and that the recollections are broadly consistent with anticipations. Based on a measure of total spending in true panel we find that the actual mean and median changes are slightly positive. Therefore, we find no retirement consumption puzzle.

    • Risk-Return Preferences in the Pension Domain: are People Able to Choose? DNB Working Papers, nr. 25, januari 2005
      In this paper we investigate pension preferences and the effect of individual freedom of choice on risk taking in the context of pension arrangements based on a representative survey of about 1000 Dutch citizens. The attitude towards pension schemes and portfolio choices is explained by individual characteristics. Our main conclusions are the following. Risk aversion is domain dependent and highest in the pension domain. The vast majority of respondents is in favour of compulsory saving for retirement and favours a defined benefit pension system. If offered a combined defined benefit/defined contribution system, the majority of the respondents would like to have a guaranteed pension income of 70% or more of their net labour income. Self-assessed risk tolerance and financial expertise are important explanatory variables of pension system attitude. Respondents are on average conservative in their investment policy. If given investor autonomy, they are willing to change the composition of their retirement savings portfolio in response to their personal financial situation, general economic conditions, and expectations of financial markets. Respondents may be inconsistent in their preferences. Especially respondents who have chosen a relatively safe portfolio (less stock, more bonds) appear to prefer the retirement income streams of the median investment portfolio to their own portfolio choice. Finally, the average respondent considers himself financially unsophisticated, but is not very eager to take control of retirement savings investment when offered the possibility to increase expertise.

      • Zie in relatie tot dit onderzoek ook: H.M. Prast, M.C. van Rooij en C.J.M. Kool, Werknemer kan en wil niet zelf beleggen voor pensioen, in: ESB, 22-4-2005, pp. 172-175 en Prof. dr. H.M. Prast, Emotie-economie: de mythe van de persoonlijke financiële planning, Tilburg 2005.

      • De aspecten en risico’s die samenhangen met eigen keuzes bij pensioen maakten ook onderdeel uit van de door ABP, PGGM, NIB Capital en IFL georganiseerde conferentie Pension Plan Design for the Future (25, 26 april 2005).

  • Raad van Economisch Adviseurs (REA), Voorjaarsnota 2005.
    De REA gaat in dit advies onder andere in op de procyclische werking van pensioenen mede in relatie tot het financiële toetsingskader (FTK).

  • ESB, serie Pensioenvraagstukken in macroperspectief (gestart september 2005).
    De serie bevat bijdragen van onder meer C.N. Teulings, C.G. de Vries, E.H.M. Ponds, A.L. Bovenberg.

Kengetallen

  • SER, Tussenevaluatie Medezeggenschap Gepensioneerden, oktober 2005, www.ser.nl en www.stvda.nl.
    Onderzoek naar de doorwerking van het vernieuwde convenant tussen Stichting van de Arbeid en het Coördinatieorgaan Samenwerkende Ouderenorganisaties gericht op de kwalitatieve verbetering van de medezeggenschap van gepensioneerden bij de uitvoering van pensioenregelingen. Uit het onderzoek dat is uitgevoerd door Research voor Beleid blijkt dat het gestelde doel (voldoen aan een aantal onderdelen van het convenant) niet is gehaald. 
     
  • SZW, Evaluatie Vrijstellingsbesluit Wet bpf 2000 (afgerond in 2006)
    Het onderzoek dient inzicht te leveren in de omvang en de aard van de vrijstellingspraktijk in de periode 2000-2004 en de ervaringen met de verruiming van de vrijstelingsgronden sinds 1998. De evaluatie richt zich primair op de betekenis van de verruiming van de vrijstellingsgronden.

  • Watsons Wyatt Brans & Co, Dekkingsgraad en indexatieruimte 2005, oktober 2005 (PDF 217 Kb)
    Het rapport geeft de stand van zaken weer, gebaseerd op het klantenbestand van WWB.


Pensioenregelingen

  • SER-Pensioencommissie, Notitie de gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid (WGBL) en pensioenregelingen, juni 2005.
    Door de pensioencommissie opgestelde notitie waarin de relatie tussen de WGBL en pensioenregelingen wordt toegelicht en een aantal oordelen van de Commissie Gelijke Behandeling worden besproken. 

  • SER-Pensioencommissie, Verslag miniconferentie over WGBL en pensioenregeling, september 2005
    Verslag van de miniconferentie die de Pensioencommissie heeft georganiseerd naar aanleiding van de hiervoor genoemde notitie. Sprekers waren de heren Castermans (CGB) en Kappelle (Aegon Adfis, VU) en mevrouw Pásztor (Blue Sky Group). 
     
  • Stichting van de Arbeid, Commentaar op het Ambtelijk Consultatiedocument Pensioenwet, 19 januari 2005
    In deze brief geeft de Stichting van de Arbeid haar reactie op het ambtelijk consultatiedocument Pensioenwet dat zij op 19 november 2004 van de zijde van SZW heeft ontvangen.

  • Alternatief uitvoeringsmodel pensioenregelingen, 18 maart 2005
    De Stichting van de Arbeid komt tot de slotsom dat nut en noodzaak van het verkende alternatieve uitvoeringsmodel voor Nederlandse pensioenregelingen onvoldoende zijn aangetoond. 

  • advies Wetsvoorstel bestuursstructuur pensioenfondsen (28 354), 13 mei 2005
    Hoewel het nader gewijzigde wetsvoorstel minder ver gaat dan de eerder ingediende versies, blijft de Stichting bij haar eerdere opvatting dat aanvaarding van dit wetsvoorstel bedreigend is voor het Nederlandse pensioenstelsel en geen recht doet aan het vrijwillig tussen de Stichting en de samenwerkende ouderenorganisaties, verenigd in het CSO, begin 2004 overeengekomen vernieuwde medezeggenschapsconvenant.

  • I.C. Ascher-Vonk en A.C. Hendriks, Gelijke behandeling en onderscheid bij de arbeid, monografieën Sociaal Recht nr. 26, Deventer 2005.
    Bevat hoofdstukken over arbeidsvoorwaarden, gelijk loon en pensioen.

  • Jan B. Kuné, Billijkheid en doelmatigheid in het systeem van de (aanvullende) pensioenvoorziening, Financiële en monetaire Studies (in samenwerking met Stichting Pensioenwetenschap), jaargang 23 nr. 3.
    Deze studie geeft een brede tour d’horizon van het pensioenvraagstuk. Het bevat hoofdstukken over het pensioeninkomen als verdelingsvraagstuk, de risicoallocatie (het pensioencontract), financiering, dekkingsgraad en zekerheid, de interactie met de nationale economie en eindigt naast conclusies met een diagnose en prognose.

Overig

  • Inspectie Werk en Inkomen
    Pensioen bewaakt, een onderzoek naar het risicogericht toezicht van De Nederlandsche Bank op pensioenfondsen, Den Haag, mei 2005
    De conclusie van de IWI luidt: dat DNB haar risicogericht toezicht voor wat betreft de uitbetalingsverplichting van pensioenfondsen zodanig heeft ingericht dat er een gerechtvaardigd vertrouwen is dat dit toezicht bijdraagt aan de borging van de uitbetalingsverplichting door pensioenfondsen.

  • Ministerie van SZW, Nationaal Strategierapport Pensioenen 2005.
    Het rapport bevat een beschrijving van het Nederlandse pensioenstelsel en de beleidsdoelen van het kabinet. Het rapport is opgesteld ten behoeve van de Europese Commissie in het kader van de zogeheten open coördinatie op pensioengebied. De rapporten van de andere lidstaten zijn gepubliceerd op de (Europese) site van MISSOC

  • OECD, Pensions at a glance 2005, Parijs 2005.
    This report provides indicators for comparing pension policies across OECD countries. It loos at the main features of pension systems, such as contribution rates to define-contribution schemes, accrual rates in earnings-related schemes, ceilings to pensionable earnings and indexation of pensions in payment.

  • Mr. P.M. Siegman, Implementatie van de Pensioenrichtlijn; commentaar en consequenties, in het bijzonder voor grensoverschrijdende activiteiten, in: Tijdschrift voor Ondernemingsbestuur 2005-6, pp. 217-224
    Het artikel heeft betrekking op de Richtlijn betreffende de werkzaamheden van en het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen (richtlijn 2003/41 van 3 juni 2003).

  • Pensions Commission, A New Pension Settlement for the Twenty-First Century, the Second Report of the Pensions Commission (TURNER RAPPORT).
    Voorstellen voor een hervorming van het Britse pensioenstelsel

Voorgenomen onderzoek

  • DNB Onderzoeksprogramma: Vergrijzing en pensioenen: economische implicaties en beleid ( 5 december 2005):
    The usage of leverage in defined-benefit pension plans
    Dirk Broeders, Franka Liedorp

  • The optimal composition of pension schemes
    Willem Heeringa

  • The impact of pension claims on individuals´ stock market participation and asset allocation
    Frank de Jong (Universiteit van Amsterdam), Paul Sengmüller

  • Pension preferences: a behavioural finance approach
    Clemens J.M. Kool (Utrecht School of Economics), Henriëtte M. Prast and Maarten J.C. van Rooij

  • Planning, Financial Literacy, and Household Wealth: Evidence from the US and the Netherlands
    Annamaria Lusardi (Dartmouth College, University of Chicago and NBER), Rob Alessie (Utrecht School of Economics) and Maarten van Rooij

  • Real effects of virtual liabilities
    Robert Mosch and Jean-Paul Vosse

  • Ageing of the population and macro consequences: an OLG general equilibrium model
    Olivier Pierrard

  • Should defined benefit plans be fully funded?
    Paul Sengmüller, Thomas Steinberger (CSEF/University of Salerno )

  • Improving the L in PALMNET
    Peter Vlaar

  • Optimal Investment Policy for Pension Funds
    Peter Vlaar and Paul Sengmüller