Toezicht en bestuur - Toezichtvisie

De tekst op deze pagina gold tot 1 januari 2015. Met ingang van die datum zijn de product- en bedrijfschappen opgeheven. Op die datum zijn daarmee ook de toezichttaken van de SER komen te vervallen.

Het wettelijk kader bepaalt op welke onderdelen de SER toezicht dient te houden. Dit laat onverlet dat de SER een eigen visie heeft op het toezicht dat hij uitoefent. Leidraad daarbij is de herijking van het SER-toezichtbeleid die in 2007 heeft plaatsgevonden en begin 2008 neergeslagen is in de notitie Herijking van het SER-toezichtbeleid.
Kernbegrippen binnen de toezichtvisie van de SER zijn:

  • randvoorwaardelijk toezicht; 
  • onafhankelijk- en betrokkenheid; 
  • openbaarheid, risico-oriëntatie en vertrouwen.

Randvoorwaardelijk toezicht, van ‘rule based’ naar ‘principle based’

Omdat in het PBO-stelsel de relatieve autonomie van de besturen van schappen wordt benadrukt, is het toezicht door de SER vooral randvoorwaardelijk van aard. De SER dient als toezichthouder niet op de stoel van de schapsbesturen te gaan zitten, maar erop toe te zien dat de bedrijfslichamen binnen het kader van de wet functioneren.

De wet noemt de strijdigheid met het recht of met de belangen die de SER heeft te behartigen dan ook als enige inhoudelijke grond voor de raad om zijn goedkeuring aan bestuursbesluiten van schappen te onthouden. De verantwoordelijkheid voor het functioneren van schappen ligt primair bij de betrokken besturen zelf. De SER richt zich aldus op hoofdlijnen en processen van de bedrijfslichamen en niet meer op de naleving van detailvoorschriften. De SER wil in zijn eigen regelgeving geen gedetailleerde voorschriften geven, maar de nadruk leggen op de achterliggende doelen. Van ‘rule based’ naar ‘principle based’.

Onafhankelijk- en betrokkenheid

De wet maakt de rechtsgeldigheid van de belangrijkste verordeningen en besluiten van schappen afhankelijk van de goedkeuring van de SER. Vanuit dat perspectief dient de SER helder te zijn in de toepassing van de regels en oog te hebben voor wat er op en rond het veld gebeurt. Bij de invulling van zijn toezicht streeft de SER naar een goede balans tussen onafhankelijk- en betrokkenheid.
Onafhankelijkheid is van belang om het toezicht objectief en neutraal te kunnen uitoefenen. Deze onafhankelijkheid wordt medio 2008 versterkt door de instelling van een Toezichtkamer bij de SER, waarin alleen onafhankelijke raadsleden zitting hebben, die in de toekomst op basis van een eigen werkprogramma (Toezichtplan) en verantwoordingsverslag (Toezichtverslag) de toezichttaak zal uitoefenen.

Anderzijds zoekt de SER de dialoog bij het ontwikkelen van nieuwe instrumenten of bij het aanpassen van bestaande regels. Dit kan er toe bijdragen dat het zelfcorrigerend vermogen van schappen toeneemt en de SER minder hoeft in te grijpen.

Openbaarheid, risico-oriëntatie en vertrouwen

 De effectiviteit van toezicht is gebaat bij openbaarheid van de toezichtresultaten. Een deel van de toezichtresultaten wordt actief geopenbaard en de SER zal dit intensiveren. Voorop staat dat alle resultaten van het toezicht in beginsel openbaar zijn, tenzij er zwaarwegende redenen zijn (bijvoorbeeld vertrouwelijke bedrijfsinformatie) die zich hiertegen verzetten. ’Naming and shaming’ kan daarbij onderdeel uitmaken van de openbaarmaking, uiteraard op basis van de regels van hoor en wederhoor.

Het gebruik van risicoanalyses is een hulpmiddel dat de SER als toezichthouder beter in staat stelt de juiste prioriteiten te leggen in de toezichtactiviteiten en aldus tot een goede afstemming te komen tussen de gegeven toezichtcapaciteit en de gebleken toezichtbehoefte. In aanvulling hierop zullen in de toekomst voor de bedrijfslichamen gedifferentieerde risicoprofielen opgesteld worden en een jaarlijks Toezichtplan. Ten aanzien van de risicoprofielen moet met name gedacht worden aan risico’s in verband met een niet juiste naleving van wet- en regelgeving die een groot belang vertegenwoordigen voor bedrijfslichamen, overheid, samenleving en bedrijfsgenoten. Het Toezichtplan geeft de prioriteiten van de SER als toezichthouder in enig jaar weer, gebaseerd op de toezichtresultaten van het voorgaande jaar.

In het toezicht van de SER is vertrouwen een sleutelbegrip. Als de SER zelf constateert dat uitvoering wordt gegeven aan de Code Goed Bestuur product- en bedrijfschappen en de relevante wet- en regelgeving, zal de SER primair stimulerend optreden. Als het vertrouwen beschaamd wordt, zal de SER hard en corrigerend optreden. Dit komt concreet neer op het onthouden van goedkeuring aan een verordening. Vertrouwen vormt hiermee ook de basis voor risico-georienteerd toezicht (risk based).

Zie voor meer informatie over het SER-toezichtbeleid de notitie Herijking van het SER-toezichtbeleid.