Toezicht en bestuur - Toezichtbeleid

De tekst op deze pagina gold tot 1 januari 2015. Met ingang van die datum zijn de product- en bedrijfschappen opgeheven. Op die datum zijn daarmee ook de toezichttaken van de SER komen te vervallen.

Het wettelijk kader bepaalt op welke onderdelen de SER toezicht dient te houden. Dit laat onverlet dat de SER een eigen visie heeft op het toezicht dat hij uitoefent. Leidraad daarbij is de herijking van het SER-toezichtbeleid die in 2007 heeft plaatsgevonden en begin 2008 neergeslagen is in de notitie Herijking van het SER-toezichtbeleid.

De SER heeft besloten om, mede als onderdeel van de verdere modernisering van de PBO, ook haar eigen toezichtbeleid op de PBO te herijken. Hiervoor bestaan verschillende aanleidingen:

  • het vigerende toezichtbeleid dateert uit 1999-2000 en kenmerkt zich door een vrij grote mate van gedetailleerdheid en regelgeving (rule based). 
  • de algemene inzichten ten aanzien van de rol van toezicht in de keten van wetgeving, uitvoering en handhaving zijn veranderd, zoals neergeslagen in enkele recente overheidsnotities over wettelijke toezichtarrangementen; 
  • een van de rode draden in de modernisering van de PBO is het versterken van de horizontale verantwoording door bedrijfslichamen. Naarmate dit via onder meer de Code Goed Bestuur product- en bedrijfschappen beter vorm krijgt – waarmee ook het zelfcontrolerend en -corrigerend vermogen van de product- en bedrijfschappen wordt versterkt – kan met meer selectief extern toezicht worden volstaan; 
  • de praktijkervaringen bij de uitoefening van het SER-toezicht in de afgelopen jaren.

In 2007 is het SER-toezichtbeleid herijkt, mede op basis van een consultatie van betrokken partijen. De SER gaat in ieder geval uit van erkenning van de zelfstandige democratische legitimatie en autonomie waarover bedrijfslichamen beschikken, hetgeen een zekere mate van terughoudendheid vereist ten aanzien van een inhoudelijke toets op de opportuniteit van verordeningen en besluiten van bedrijfslichamen. De SER toetst primair aan procedurele en juridische randvoorwaarden. In overeenstemming met de inrichting van het PBO-stelsel zal de SER het randvoorwaardelijke karakter van het toezicht dan ook continueren en de doelmatig- c.q. doeltreffendheid van het functioneren van de bedrijfslichamen procesmatig benaderen. Deze procesmatige benadering impliceert bijvoorbeeld dat de SER niet zelf een inhoudelijk oordeel velt over de gestelde doelen, maar wel beoordeelt of een schap over de instrumenten beschikt om de mate van doelbereiking te volgen in de tijd en hierover ook communiceert met de bedrijfsgenoten. In het toezicht van de SER is vertrouwen een sleutelbegrip. Als de SER zelf constateert dat uitvoering wordt gegeven aan de Code Goed Bestuur product- en bedrijfschappen en de relevante wet- en regelgeving, zal de SER primair stimulerend optreden. Als het vertrouwen beschaamd wordt, zal de SER hard en corrigerend optreden. Dit komt concreet neer op het onthouden van goedkeuring aan een verordening. Vertrouwen vormt hiermee ook de basis voor gericht en selectief toezicht (risk based).

Dit leidt tot het verder uitwerken van de volgende voornemens: 

  • Risicoprofielen. Aan de reeds door de SER gehanteerde risicoanalyses zal een element toegevoegd worden, te weten het opstellen van gedifferentieerde risicoprofielen. Op een nog uit te werken aantal relevante onderwerpen zal er per bedrijfslichaam en per onderwerp een gedifferentieerd profiel opgesteld worden van de risico’s. Hierbij moet met name gedacht worden aan risico’s in verband met een niet-juiste naleving van wet- en regelgeving die een groot belang vertegenwoordigen voor bedrijfslichamen, overheid, samenleving en bedrijfsgenoten. 
  • Toezichtplan. De SER wil het toezicht op de schappen vormgeven langs de lijnen van het programmatisch handhaven. Een onderdeel hiervan is de opstelling van een toezichtplan. De toezichtresultaten van enig jaar (t) zullen de focus van de SER in het daarop volgende jaar (t+1) bepalen. Dit wordt vastgelegd in het jaarlijks op te stellen Toezichtplan. 
  • Communicatie van toezichtresultaten. Vooropstaat dat alle resultaten van het toezicht in beginsel openbaar zijn, tenzij er zwaarwegende redenen zijn die zich hiertegen verzetten. 
  • Onafhankelijkheid. De onafhankelijkheid van het toezicht van de SER op de bedrijfslichamen kan gemarkeerd worden door de instelling van een subcommissie van de Bestuurskamer, waarin uitsluitend onafhankelijke leden zitting hebben. Deze subcommissie (de Toezichtkamer) wordt in ieder geval belast met de belangrijkste toezichthoudende taken van de raad, zoals goedkeuring van verordeningen.

Zie voor meer informatie over het SER-toezichtbeleid de notitie Herijking van het SER-toezichtbeleid.