De tekst op deze pagina gold tot 1 januari 2015. Met ingang van die datum zijn de product- en bedrijfschappen opgeheven. Op die datum is ook de naam van de Wet op de bedrijfsorganisatie gewijzigd in Wet op de Sociaal-Economische Raad en zijn de op deze pagina genoemde artikelen van die wet komen te vervallen.

De algemene taakstelling van de schappen is vastgelegd in artikel 71 Wet op de bedrijfsorganisatie (Wbo). Op grond van deze taakstelling verrichten schappen twee soorten taken, te weten:

Beide soorten taken worden hierna nader toegelicht. De hierbij gegeven voorbeelden zijn overigens alleen bedoeld ter nadere duiding.


Taken in medebewind

Op grond van artikel 96 Wbo kan de medewerking worden gevorderd van schappen bij de uitvoering van overheidstaken, ook wel medebewind genoemd. Medewerking wordt gevorderd bij of krachtens de wet of verordening van de raad. Deze medebewindstaken komen in de praktijk geheel voor rekening van productschappen.

De (agrarische) productschappen voeren taken uit in medebewind, met name in opdracht van het ministerie van EL&I. Veel van de medebewindtaken betreffen het uitvoeren van Europese regelgeving. Te denken valt aan import- en exportregelingen, melkquotering (superheffing), Europese steunmaatregelen (bijvoorbeeld op het gebied van schoolmelk), taken in het kader van de uitvoering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, de fokkerij, toezicht op stamboeken, samenwerking met de Dienst Regelingen over de uitvoering van betalingen uit Europese fondsen en taken op het gebied van een gemeenschappelijke marktordening. Het Productschap Vis houdt zich onder andere bezig met de uitvoering van gemeenschappelijke handelsnormen, productiegebieden van tweekleppige weekdieren en dagvers gerookte paling.

Onderdeel van het medebewind kan ook zijn het opstellen van nadere regelgeving. De productschappen die zich hiermee bezig houden hebben om die reden ook een aantal medebewindverordeningen vastgesteld. Verdeeld over de verschillende productschappen zijn er circa 20 van dergelijke verordeningen vastgesteld. Dergelijke verordeningen variëren sterk qua aard en inhoud. Zo zijn er bijvoorbeeld verordeningen over zaaizaad, vezelvlas en hennep, handelsnormen en schoolfruit.

Op basis van de jaarrekeningen 2010 van de schappen blijkt dat van de totale lasten (afgerond 257 miljoen euro) ongeveer 9 procent medebewindstaken betreft (23 miljoen euro).


Autonome taken

Indien er geen (wettelijke) opdracht ligt aan de schappen om taken in medebewind uit te voeren, worden taken verricht in autonomie. In dat geval kan worden gesproken van autonome taken. Deze kunnen in drie categorieën worden onderverdeeld. Deze onderverdeling is aan de Wet op de bedrijfsorganisatie (Wbo) ontleend. 

Het maken van autonome verordeningen en de uitvoering daarvan

In artikel 93 Wbo worden de onderwerpen benoemd waarop een schap verordenende bevoegdheid heeft. Het gaat daarbij om:

  • registratie van ondernemingen en daarin werkzaam personeel, en – voor zover noodzakelijk voor de vervulling van de taak van het schap – verstrekking van gegevens en inzage in boeken en bescheiden en bezichtiging van de onderneming; 
  • de voortbrenging, de afzet, de verdeling en de aanwending van goederen, waaronder mede begrepen de opslag en de be- en verwerking van goederen, en het verlenen van diensten; 
  • bevordering van professionele bedrijfsvoering; 
  • de lonen en andere arbeidsvoorwaarden; 
  • onderzoek op sociaal, economisch en technisch terrein; 
  • arbeidsmarktvoorzieningen; 
  • fondsen en andere instellingen in het belang der bedrijfsgenoten.

In het instellingsbesluit van een schap kan worden bepaald dat het schap ten aanzien van een of meerdere taken niet bevoegd is tot het maken van verordeningen. In veel gevallen is daarvan gebruik gemaakt door een uitzondering te maken voor het maken van verordeningen op het gebied van de lonen en andere arbeidsvoorwaarden. Maar ook ten aanzien van andere onderwerpen komen uitzonderingen voor. De Wbo stelt ook enkele randvoorwaarden aan het maken van autonome verordeningen. Zo mogen verordeningen niet aan een gezonde mededinging in de weg staan. Ook mogen verordeningen geen betrekking hebben op de vestiging, uitbreiding of stillegging van een onderneming. Zoals uit de opsomming blijkt, strekt de bevoegdheid tot het maken van autonome regelgeving zich niet uit tot het gehele terrein van de taakvervulling ex artikel 71 Wbo.

Advisering van overheden, zowel nationaal als internationaal

De bevoegdheid van schappen om ten opzichte van elkaar, de raad of derden een adviserende functie te vervullen vloeit rechtstreeks voort uit artikel 108 Wbo. Het advies kan zowel gevraagd als ongevraagd worden gegeven en kan betrekking hebben op alle aangelegenheden, waartoe de taakvervulling van schappen ziet.

Daden van vrij bestuur

Onder daden van vrij bestuur worden alle autonome werkzaamheden van schappen verstaan, die vallen binnen de taakomschrijving van artikel 71 Wbo, maar die niet geschieden op basis van een bij wettelijk voorschrift verleende bevoegdheid of opgelegde verplichting. Daarbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een door het schap te initiëren onderzoek, voor zover niet vastgelegd in een verordening. 


12 werkterreinen

De 17 schappen verrichten een grote hoeveelheid taken, die zeer uiteenlopend van aard zijn. Van taken op het gebied van dier- en plantziektebestrijding tot taken op het gebied van duurzaamheid en milieu, en van collectieve promotie tot arbeidsmarktprojecten. Er zijn taken die door vrijwel alle schappen worden verricht en er zijn taken die specifiek zijn voor de betreffende sectoren, dan wel specifiek voor de aard van de betreffende schappen. Zo zijn bedrijfschappen ingesteld voor ondernemingen met een gelijke of verwante functie in het economisch systeem, terwijl productschappen zijn ingesteld voor enkele of alle schakels van de bedrijfskolom tussen grondstof en consument. Kenmerkende ketens bij de productschappen zijn de primaire sector (boeren), de verwerkende industrie, de groothandel en de detailhandel. Het spreekt voor zich dat de aard van taken verschilt naarmate ze betrekking hebben op specifieke onderdelen van de bedrijfskolom.

Naast de taken in medebewind worden hierna 12 werkterreinen ten aanzien van taken van schappen onderscheiden. Daarbij moet worden opgemerkt dat de gekozen werkterreinen de taken niet scherp afbakenen. Het is goed mogelijk dat bepaalde taken onder meerdere werkterreinen te rangschikken zijn. Om die reden moeten de bij de werkterreinen genoemde bedragen ook met enige reserve bezien worden. Dit betreft immers een geschatte kostentoerekening. 

Collectieve promotie

Meerdere schappen houden zich bezig met collectieve promotie of reclame. Het betreft landelijke campagnes om het imago van een branche of de producten of diensten van de ondernemers in de branche onder de aandacht van de consument te brengen. Vaak houden deze promotiecampagnes ook verband met export- en importbevordering. Als voorbeeld daarvan gelden campagnes in de bloemen-, planten- en bollensector. Campagnes kunnen op verschillende manieren plaatsvinden. De bekendste voorbeelden zijn uiteraard de publiekscampagnes, zoals ‘Gek op Bloemen’ en ‘Ei love you’. Daarnaast geschiedt promotie langs diverse andere kanalen, zoals beurzen, symposia, publicaties, televisieprogramma’s, presentaties, etc. Het productschap Tuinbouw heeft speciaal voor dit doel een aantal promotieorganisaties opgericht, zoals het Bloemenbureau Holland, het Internationaal Bloembollencentrum, Plant Publicity Holland, het Hoveniers Informatiecentrum en het Groenten en Fruit Bureau. Het Hoofdbedrijfschap Ambachten promoot in zijn algemeenheid of in het kader van arbeidsmarktcommunicatie, bijvoorbeeld ´De week van het Ambacht’, en daarnaast ondersteunt het diverse promotiecampagnes die door de verschillende branches worden uitgevoerd.
Kosten: zie onder Voorlichting hierna. 

Voorlichting

Naast promotie doen de schappen ook veel aan voorlichting, vaak in combinatie met verschillende projecten op de overige werkterreinen van de schappen. Waar promotie over het algemeen zuiver gericht is op de consument of de arbeidsmarkt, kunnen voorlichtingsactiviteiten gericht zijn op alle betrokkenen bij de sector, zoals ondernemers, werknemers, overheid, studenten en scholieren, organisaties, media en consumenten. Naast de gebruikelijke kanalen, zoals publicaties, presentaties en symposia, vindt voorlichting ook plaats door middel van het ontwikkelen van lesmateriaal voor bijvoorbeeld scholieren en het organiseren van cursussen en ondernemersbijeenkomsten. Een voorbeeld van een voorlichtingsproject is het project Bestrijding van Winkelcriminaliteit van het Hoofdbedrijfschap Detailhandel. In dit project, dat wordt uitgevoerd in combinatie met activiteiten binnen andere taakvelden van het schap, wordt voorlichting gegeven aan alle betrokkenen bij criminaliteit in de detailhandel, van ondernemers en werknemers tot slachtoffers.
Op basis van de jaarrekeningen 2010 van de schappen blijkt dat van de totale lasten (afgerond 257 miljoen euro) ongeveer 21 procent Collectieve promotie en Voorlichting betreft (53 miljoen euro). 

Sector(structuur)onderzoek

Bij sectoronderzoek gericht op de structuur gaat het om het in kaart brengen van ontwikkelingen in sectoren op het gebied van bijvoorbeeld aantal en omvang van de ondernemingen, werkgelegenheid, in- en uitvoer, productie, omzet en prijzen. Enerzijds gebeurt dit door middel van continu statistisch onderzoek, bijvoorbeeld ten aanzien van gegevens die zijn ontleend aan de registratie bij het schap of aan jaarlijkse enquêtes, en anderzijds doen de schappen periodiek of eenmalig onderzoek naar dergelijke kenmerken. Zo onderzoekt het Hoofdbedrijfschap Ambachten iedere vier jaar alle onder de werkingssfeer vallende branches. Ook hebben de afgelopen jaren diverse schappen zich ontwikkeld tot kenniscentrum voor de betreffende sector. Individuele ondernemers en (overheids)organisaties kunnen zich tot een dergelijk kenniscentrum richten met verzoeken om informatie. Voorts doet een aantal schappen regelmatig onderzoek naar consumentengedrag en ander marktonderzoek.
Op basis van de jaarrekeningen 2010 van de schappen blijkt dat van de totale lasten (afgerond 257 miljoen euro) ongeveer 4 procent Sector(structuur)onderzoek betreft (9,5 miljoen euro). 

Technisch productonderzoek en innovatie

Een andere kenmerkende taak voor veel schappen is allerhande onderzoek ter verbetering van de producten en diensten van de sector. Ook wordt veel aan innovatie gedaan. Het gaat bij dit soort technisch onderzoek niet altijd om onderzoeken die door de schappen zelf worden uitgevoerd, maar ook om het financieren (subsidiëren) van onderzoeken die door andere instituten worden uitgevoerd, zoals bijvoorbeeld Wageningen University & Research centre (WUR). Voorbeelden van onderwerpen waarnaar onderzoek wordt verricht en waarop geïnnoveerd wordt, betreffen: logistiek, ICT, productcodering, e-business, e-governance, distributie, zaad- en plantenlijsten, voedselveiligheid en energiebesparing. Bij innovatie gaat het zowel om (het financieren van) projecten op het gebied van het ontwikkelen van nieuwe producten of diensten, als om het verbeteren van het innovatief vermogen van ondernemers in de sector.
Op basis van de jaarrekeningen 2010 van de schappen blijkt dat van de totale lasten (afgerond 257 miljoen euro) ongeveer 12 procent Technisch productonderzoek en innovatie betreft (31 miljoen euro). 

Bevordering kwaliteit ondernemerschap

Verschillende schappen kennen taken op het gebied van het bevorderen van de kwaliteit van het ondernemerschap en het verbeteren van de bedrijfsvoering in de sector. Een aantal schappen organiseert cursussen en opleidingen voor ondernemers, dan wel financiert dergelijke cursussen. Andere taken in dit verband zijn het ontwikkelen van certificeringsystemen, kwaliteitssystemen, keurmerken, erkenningsregelingen en codes, projecten ter verbetering van de bedrijfsvoering, goed ondernemerschap en professionalisering. Ook kan in dit verband op een tweetal taken van het Bedrijfschap Horeca en Catering worden gewezen. Zo heeft het bedrijfschap een ‘Kostprijscalculator’ ontwikkeld. Dit interactieve instrument stelt gebruikers in de gelegenheid inkoopkosten, marges en personeelskosten van gerechten op de menukaart snel inzichtelijk te maken. Een andere taak van dit bedrijfschap is de Nederlandse Hotelclassificatie, die hotelsterren toewijst aan logiesverstrekkende ondernemingen, zoals hotels en pensions.
Op basis van de jaarrekeningen 2010 van de schappen blijkt dat van de totale lasten (afgerond 257 miljoen euro) ongeveer 3 procent Bevordering kwaliteit ondernemerschap betreft (8,3 miljoen euro). 

Milieu, duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen

De schappen verrichten taken op het gebied van milieu, duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Taken in het kader van duurzaamheid worden ook actief gestimuleerd vanuit de SER, die het afgelopen jaar meerdere bijeenkomsten heeft georganiseerd voor de schappen in het kader van (Internationaal) Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen - (I)MVO. Zo worden er bijvoorbeeld taken verricht op het terrein van energie. Het Productschap Tuinbouw heeft een specifieke commissie (ex artikel 88a Wbo) voor energie, waar projecten plaatsvinden als de ‘Kas als energiebron’ en ‘Led-belichting’. Andere projecten die bij dit schap en/of de andere schappen plaatsvinden, hebben betrekking op biodiesel en biobrandstoffen, co²-reductie, carbonfootprint, GGO’s (genetisch gemodificeerde organismen) en (I)MVO. Ook zijn er schappen die participeren in milieuconvenanten met de overheid.
Op basis van de jaarrekeningen 2010 van de schappen blijkt dat van de totale lasten (afgerond 257 miljoen euro) ongeveer 3 procent Milieu, duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen betreft (7,5 miljoen euro). 

Ketenbeheer

Een aantal productschappen voert taken op het gebied van ketenbeheer uit. Met name de verticale kolomstructuur van productschappen leent zich voor taken op het gebied van ketenbeheer. Door middel van ketenbeheer worden door de sector garanties gegeven over kwaliteit, herkomst en manier van produceren. De productschappen Vee en Vlees en Pluimvee en Eieren kennen verschillende regelingen op het gebied van ketenbeheer, onder de naam IKB (Integrale Ketenbeheersing). In deze systemen worden onderwerpen geregeld als controle op het veevoer, medicijngebruik, groeibevorderaars, hygiëne en transport. Voorts zijn preventiemodules opgenomen om dierziektes te voorkomen en wordt de monitoring van kritische stoffen zoals diergeneesmiddelen geregeld. Ook andere schappen doen aan ketenbeheersing, bijvoorbeeld ten aanzien certificering, (I)MVO, dierenwelzijn, opleidingen en communicatie.
Op basis van de jaarrekeningen 2010 van de schappen blijkt dat van de totale lasten (afgerond 257 miljoen euro) ongeveer 1 procent Ketenbeheer betreft (1,3 miljoen euro). 

Plant- en dierziekten

Met name de productschappen in de agrarische sectoren zijn actief op het terrein van het voorkomen, monitoren en bestrijden van plant- en dierziekten. Taken strekken zich uit over preventiemaatregelen, onderzoek, regelgeving, monitoring, toezicht en handhaving, bestrijdingsmaatregelen, fondsvorming (diergezondheidsfonds, plantgezondheidsfonds), identificatie en registratie, dierenwelzijn, vervoer en kwaliteitssystemen. Ook zijn enkele schappen actief op het terrein van crisismanagement, in het geval van acute uitbraken van plant- of dierziekten. De betreffende taken gaan veelal gepaard met een voorlichtingsprogramma.
Op basis van de jaarrekeningen 2010 van de schappen blijkt dat van de totale lasten (afgerond 257 miljoen euro) ongeveer 9 procent Plant- en dierziekten betreft (23 miljoen euro).

Arbeid

Ieder schap verricht taken ten behoeve van de factor arbeid. Hoewel met name de werknemersorganisaties zich sterk maken voor taken op dit terrein, valt ook een grote betrokkenheid van ondernemersorganisaties waar te nemen. De aard van de taken loopt sterk uiteen. Veel schappen kennen taken op het gebied van scholing en opleiding van werknemers en arbeidsomstandigheden. Daarnaast houdt een aantal schappen zich bezig met het opstellen van een arbocatalogus, fondsvorming, arbeidsmarktbeleid, kwaliteitsbevordering en veiligheid. Diverse schappen zijn voorts actief in het aantrekkelijker maken van de betreffende sector voor scholieren en studenten om in te gaan werken. Een voorbeeld hiervan is de campagne ‘It’s Alive’ van het Productschap Tuinbouw. Vermeldenswaardig is ook nog dat de productschappen een bundeling van taken op het terrein van arbeid kennen middels het gezamenlijk gefinancierde project ‘Verankering arbeid’.
Dit betreft een samenwerkingsproject van de agrarische productschappen met FNV Bondgenoten en CNV Vakmensen. Doel van dit project is het stimuleren van beleidsontwikkelingen op het terrein van arbeid in de agrifoodsectoren, het verankeren van de factor arbeid in de productschappen, evenals het vergroten van de betrokkenheid van de vakbonden bij het werkveld van de productschappen. Oorspronkelijk werd gestart met activiteiten op een zestal thema’s: sociaaleconomisch, communiceren, informeren en professionaliseren, maatschappelijke verantwoordelijkheid en duurzaamheid, goed werkgeverschap, personeelsbeleid en arbeidsomstandigheden. Het gaat zowel om generieke projecten als sectorspecifieke activiteiten. Een van de eerste projecten was bijvoorbeeld ´Stof? Pak ’t aan!´. Na een periode van vier jaar heeft een evaluatie van het project plaatsgevonden en is besloten het project voort te zetten, waarbij de zes thema’s zijn uitgebreid met enkele nieuwe thema’s, te weten: opleiding, arbeidsmarkt en maatschappij.
Op basis van de jaarrekeningen 2010 van de schappen blijkt dat van de totale lasten (afgerond 257 miljoen euro) ongeveer 9 procent Arbeid betreft (22 miljoen euro).

Advisering en samenwerking

Vanwege hun specifieke kennis over de sectoren waarvoor zij zijn ingesteld, worden schappen regelmatig gevraagd samen te werken met de overheid op uiteenlopende terreinen, dan wel de overheid te adviseren. Zo worden schappen regelmatig geconsulteerd als het de totstandkoming van wet- en regelgeving betreft. Veel schappen vervullen een actieve rol bij de harmonisatie van levensmiddelen wetgeving. Andere terreinen waarop schappen actief zijn, betreffen de Warenwet, bijvoorbeeld bij de totstandkoming van hygiënecodes, ruimtelijke ordening, normalisatie en etikettering. Het Bosschap heeft in dit kader bijvoorbeeld een samenwerkingsverband met de waterschappen. Sommige schappen zijn actief in de ondersteuning en advisering van Europese gremia. Met de overheid wordt voorts samengewerkt om veterinaire exportbelemmeringen weg te nemen (het Veterinair Informatie punt).
Op basis van de jaarrekeningen 2010 van de schappen blijkt dat van de totale lasten (afgerond 257 miljoen euro) ongeveer 0 procent Advisering en samenwerking betreft (0 miljoen euro).

Belangenbehartiging

In het verlengde van de advisering en samenwerking houden de meeste schappen zich ook op de een of andere wijze bezig met belangenbehartiging bij nationale en internationale overheden. Voorbeelden van belangenbehartiging door schappen zijn: het namens de sector voeren van procedures tegen importheffingen in het buitenland, taken op het gebied van handelspolitiek, het bestrijden van oneerlijke mededinging, het bestrijden van winkelcriminaliteit, taken op het gebied van veiligheid (BOB-campagne) en fiscaliteit (BTW-problematiek), samenwerking met buitenlandse brancheorganisaties, taken in het kader van verantwoord alcoholgebruik, taken op het gebied van voedings- en gezondheidsclaims, administratieve lasten en het gebruik van kleur- en zoetstoffen.
Op basis van de jaarrekeningen 2010 van de schappen blijkt dat van de totale lasten (afgerond 257 miljoen euro) ongeveer 1 procent Belangenbehartiging betreft (1,5 miljoen euro).

Ondersteuning

Enkele schappen bieden ondersteunende diensten ten behoeve van organisaties of ondernemers in de sector. Zo hebben verschillende schappen een helpdesk, waar ondernemers met vragen terecht kunnen. Het Hoofdbedrijfschap Agrarische Groothandel biedt ondernemers een debiteurensysteem, ondersteuning bij exportkredietverzekeringen en een incassoservice, die aanmaningen verricht voor ondernemers. Verschillende schappen hebben zich ontwikkeld tot kenniscentrum over en voor de sector, waar ondernemers en organisaties informatie kunnen verkrijgen. Het Hoofdbedrijfschap Ambachten verricht in dit kader bijvoorbeeld ook een secretariaatsfunctie voor verschillende kleine brancheorganisaties.
Op basis van de jaarrekeningen 2010 van de schappen blijkt dat van de totale lasten (afgerond 257 miljoen euro) ongeveer 0 procent Ondersteuning betreft (0,8 miljoen euro).