Home | Taken | Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie | Product- en bedrijfschappen

Wat zijn product- en bedrijfschappen?

Product- en bedrijfschappen zijn publiekrechtelijke samenwerkingsverbanden van ondernemers en werknemers, die activiteiten ontplooien ten behoeve van een gehele sector. Het hele stelsel van product- en bedrijfschappen wordt ook wel genoemd: de publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie (PBO).

Met ingang van 1 januari 2015 zijn alle product- en bedrijfschappen opgeheven. Op deze en andere pagina’s van de website is de informatie over de schappen opgenomen, zoals die tot deze datum gold.


Hoofdkenmerken: een eigen overheid voor branches

Vrijwel elke branche in Nederland is op een of andere manier georganiseerd, meestal met het doel bepaalde zaken voor de branche als geheel beter te regelen. Een bijzondere vorm om die zaken te regelen, was het schap.

Schappen zijn er in uiteenlopende branches zoals de tuinbouw, de akkerbouw, de detailhandel, het stukadoorsbedrijf en de horeca. Een sector bepaalt zelf of zij een schap voor de sector wil laten instellen. Daarom hebben sommige sectoren van het bedrijfsleven wel een schap en anderen niet.

Kenmerkend voor een schap is het bindende karakter voor de branchegenoten; alle betrokken bedrijven vallen eronder en ze moeten zich aan de regels van het schap houden.

Een schap is dan ook een openbaar bestuurslichaam, een overheid, net als de gemeentelijke, provinciale en rijksoverheid. Maar wel een bijzondere overheid, met taken voor specifieke branches. Bij de activiteiten van een schap staan zowel het algemeen belang als het belang van de betrokken branche voorop.

Bij zo’n sterke positie als een bijzonder soort overheid hoort ook een goed toezicht. Dat toezicht gebeurt door verschillende ministeries en de Sociaal-Economische Raad, de SER.


Het verschil tussen product- en bedrijfschappen

Er zijn twee soorten schappen: product- en bedrijfschappen. Productschappen zijn er voor bedrijven die zich met hetzelfde product bezighouden, van grondstof tot eindproduct (zoals bij het Productschap Vee en Vlees: 'van fok tot kok'). Bedrijfschappen zijn er voor bedrijven met eenzelfde functie in het economische leven, zoals alle bedrijven in de detailhandel en alle bedrijven in de horeca.


Een typisch Nederlands verschijnsel

Ook in andere landen bestaan instellingen die soortgelijke taken als de schappen verrichten. Maar meestal zijn dat agentschappen van de rijksoverheid, zoals in Frankrijk, of organen van ondernemersorganisaties, zoals in Duitsland. De vormgeving in Nederland, waarbij uitgegaan wordt van samenwerking tussen ondernemers- en werknemersorganisaties, komt elders nauwelijks voor.


Het schap en de Europese integratie

De Europese eenwording biedt beperkingen maar ook mogelijkheden. De open grenzen betekenen dat de schappen geen maatregelen mogen treffen die het verkeer tussen de lidstaten hinderen. Daar ziet Brussel op toe. Zij moeten zich dus instellen op een open concurrentie. Maar juist daarin kunnen de schappen een rol van betekenis voor hun sector spelen.

Daarnaast gaat de eenwording gepaard met richtlijnen en verordeningen uit Brussel. Bijvoorbeeld in het kader van het Europese landbouwbeleid. Vanwege hun deskundigheid zijn schappen vaak niet alleen betrokken bij de voorbereiding van Europese regelgeving, maar ook bij de omzetting daarvan in nationale regels en de uitvoering van deze regels in hun sector.