Kennisgeving van voorgenomen fusie aan vakbonden en aan SER

Wat?

Kern van de Fusiegedragsregels (‘FG’) is dat de fusiepartijen de betrokken verenigingen van werknemers (‘de vakbonden’) tijdig in kennis stellen, informatie verstrekken en de gelegenheid bieden hun oordeel te geven vanuit het gezichtspunt van het werknemersbelang. Met ‘tijdig’ wordt bedoeld: vóórdat overeenstemming over de fusie wordt bereikt. De fusiepartijen moeten ervoor zorgen dat het oordeel van de vakbonden van wezenlijke invloed kan zijn op het al dan niet tot stand komen en de condities van de fusie. Dit staat in de ‘kernbepaling’ artikel 4 FG.

De fusiepartijen moeten aan de vakbonden informatie verstrekken over (artikel 4, lid 2 FG):

  • de motieven voor de fusie; 
  • de voornemens met betrekking tot het in verband daarmee te voeren ondernemingsbeleid; 
  • de te verwachten sociale, economische en juridische gevolgen van de fusie; 
  • de voorgenomen maatregelen in verband met de verwachte sociale, economische en juridische gevolgen.

De fusiepartijen moeten de vakbonden ook de mogelijkheid bieden om in een bespreking met de fusiepartijen in te gaan op (artikel 4, lid 4 FG):

  • de grondslagen van de fusie; 
  • de maatregelen om negatieve gevolgen voor de in de onderneming werkzame personen te voorkomen of te beperken; 
  • het tijdstip en de wijze waarop de in de onderneming werkzame personen worden ingelicht; 
  • de verslaggeving.

Naast de hierboven beschreven verplichtingen moeten de fusiepartijen, voordat zij een openbare mededeling over de voorbereiding of totstandkoming van een fusie doen, de vakbonden informeren over de inhoud daarvan (artikel 3 FG).

De Fusiegedragsregels zijn van toepassing als bij een voorgenomen fusie ten minste één in Nederland gevestigde onderneming betrokken is waarin in de regel 50 of meer personen werkzaam zijn. Ook kan een voorgenomen fusie onder de Fusiegedragsregels vallen als sprake is van een ‘samenstel van ondernemingen’. In dat geval moet(en) één of meer bij de fusie betrokken onderneming(en) onderdeel uitmaken van een ‘samenstel van ondernemingen’ en moeten bij de in Nederland gevestigde onderneming(en) in de regel 50 of meer personen werkzaam zijn (artikel 2 FG).

De Fusiegedragsregels zijn niet van toepassing in de volgende vier uitzonderingssituaties:

  1. alle fusiepartijen behoren tot hetzelfde samenstel van ondernemingen (de intra-concernexceptie) (zie veelgestelde vraag voor een toelichting op het begrip ‘samenstel van ondernemingen’) (artikel 2, lid 3, onder a FG);
  2. als de zeggenschap overgaat als gevolg van het ontstaan of beëindigen van een huwelijksgoederengemeenschap, bewind, testamentaire beschikking, curatele of faillietverklaring. (Als de curator of bewindvoerder overgaat tot overdracht van een onderneming zijn de Fusiegedragsregels wél van toepassing) (artikel 2, lid 3, onder b FG); 
  3. als bij de onderneming of het samenstel van ondernemingen waarin de zeggenschap door fusie overgaat in de regel minder dan 10 personen werkzaam zijn (artikel 2, lid 3, onder c FG); of 
  4. als de fusie niet tot de Nederlandse rechtssfeer behoort, doordat de voorgenomen fusie geen redelijk te verwachten gevolgen heeft voor de in Nederland werkzame personen van (één van de) fusiepartijen (artikel 2, lid 3, onder d FG).

Hoe?

Op het moment dat de vakbonden worden geïnformeerd over de voorgenomen fusie, moet ook tegelijkertijd het SER-secretariaat worden geïnformeerd over de fusie die in voorbereiding is.

Voor de melding van de voorgenomen fusie kunnen de fusiepartijen gebruikmaken van het Meldingformulier. Door dit formulier in te vullen voorzien de fusiepartijen het SER-secretariaat van de informatie die nodig is om de melding te kunnen registreren. Het is voor de fusiepartijen overigens niet verplicht om gebruik te maken van het Meldingsformulier. Fusiepartijen kunnen er ook voor kiezen om een brief aan het SER-secretariaat te sturen met daarin een toelichting op de voorgenomen fusie en informatie of de vakbonden al zijn geïnformeerd. Als de fusiepartijen de vakbonden schriftelijk hebben geïnformeerd over de voorgenomen fusie, dan moet een kopie van deze brieven bij de melding aan het SER-secretariaat worden meegestuurd.

Op basis van de melding en het door de fusiepartijen ingenomen standpunt over de toepasselijkheid van de Fusiegedragsregels, bevestigt het SER-secretariaat de toepasselijkheid of niet-toepasselijkheid van de Fusiegedragsregels. Het SER-secretariaat gaat daarbij af op (de juistheid van) de van de melder ontvangen gegevens.

De melder van de fusie ontvangt altijd bericht van het SER-secretariaat dat de melding is ontvangen. Het SER-secretariaat kan naar aanleiding van een melding bij de fusiepartijen aanvullende informatie opvragen.

Bij de meeste door het SER-secretariaat ontvangen meldingen, blijkt dat de fusiepartijen van mening zijn dat de Fusiegedragsregels van toepassing zijn. Wanneer de fusiepartijen bij hun melding aangeven dat zij van mening zijn dat de Fusiegedragsregels niet van toepassing zijn, neemt het SER-secretariaat in geval van twijfel contact op. Dit kan ertoe leiden dat de fusiepartijen alsnog concluderen dat de Fusiegedragsregels wel van toepassing zijn.

Indien de fusiepartijen van mening zijn – en ook na overleg van mening blijven – dat de Fusiegedragsregels niet van toepassing zijn, stuurt het SER-secretariaat een verkorte kennisgeving aan de vakbonden. Deze kennisgeving informeert de vakbonden uitsluitend over het fusievoornemen, de betrokken partijen en de mening van de fusiepartijen dat de Fusiegedragsregels niet van toepassing zijn. In de verkorte kennisgeving worden de vakbonden gewezen op de geheimhoudingsplicht van artikel 7, lid 1 FG.

De afhandeling van meldingen door het SER-secretariaat geeft geen uitsluitsel over de vraag of de Fusiegedragsregels (op de juiste manier) zijn nageleefd. Het oordeel daarover is voorbehouden aan de door de SER ingestelde Geschillencommissie Fusiegedragsregels.

Naast de behandeling van meldingen van voorgenomen fusies heeft het SER-secretariaat een signaleringsfunctie. Deze functie houdt in dat het SER-secretariaat mededelingen over fusievoornemens of gerealiseerde fusies in de media volgt en op basis daarvan inlichtingen bij de betrokken partijen kan vragen.

Geschillencommissie Fusiegedragsregels

Zie de veelgestelde vragen: