Home | Taken | Fusiegedragsregels | Veelgestelde vragen | Wat moet er aan wie en wanneer worden gemeld op basis van de Fusiegedragsregels?

Wat moet er aan wie en wanneer worden gemeld op basis van de Fusiegedragsregels?

A. Gegevens / informatie over de voorgenomen fusie (artikel 4 FG)

Wie:

De ondernemingen die partij zijn bij een voorgenomen fusie (de ‘fusiepartijen’’) moeten de vakbonden hierover informeren (artikel 4 FG).

De fusiepartijen zijn daarnaast verplicht om het SER-secretariaat te informeren over de fusie die in voorbereiding is (artikel 8, lid 1 FG).

   
Wat:

De fusiepartijen zijn verplicht om de vakbonden te informeren over: (i) de motieven voor de fusie, (ii) de voornemens met betrekking tot het in verband daarmee te voeren ondernemingsbeleid, (iii) de te verwachten sociale, economische en juridische gevolgen van de fusie en (iv) de voorgenomen maatregelen (artikel 4, lid 2 FG).

De fusiepartijen moeten de vakbonden in de gelegenheid stellen om een oordeel te geven over de voorgenomen fusie (artikel 4, lid 3 FG).
De fusiepartijen moeten de vakbonden ook de mogelijkheid bieden om in een bespreking met de fusiepartijen in te gaan op: (i) de grondslagen van de fusie, (ii) de maatregelen om negatieve gevolgen voor de in de onderneming werkzame personen te voorkomen of te beperken, (iii) het tijdstip en de wijze waarop de in de onderneming werkzame personen zullen worden ingelicht en (iv) de verslaggeving (artikel 4, lid 4 FG).

Fusiepartijen kunnen verplicht zijn om op verzoek van de vakbonden nadere informatie te geven (artikel 4, lid 5 FG). Het moet dan wel gaan om informatie die in redelijkheid van de betrokken fusiepartijen kan worden gevraagd. De door de vakbonden verzochte aanvullende informatie moet in redelijkheid nodig zijn voor hun oordeelsvorming. De vakbonden mogen geen informatie opvragen die geen verband houdt met de fusie.

De hiervoor genoemde verplichtingen rusten op iedere fusiepartij. Deze verplichtingen kunnen worden nagekomen door partijen gezamenlijk of elke partij afzonderlijk (artikel 4, lid 8 FG).

   
Wanneer:

De fusiepartijen zijn verplicht om de vakbonden in te lichten vóórdat overeenstemming (*) over de fusie wordt bereikt. De vakbonden kunnen dan een oordeel over de voorgenomen fusie vormen. Dit oordeel moet van wezenlijke invloed kunnen zijn op het al dan niet tot stand komen van de fusie en op de modaliteiten daarvan (artikel 4, lid 6 FG).

De fusiepartijen stellen de betrokken ondernemingsraden in de gelegenheid kennis te nemen van het oordeel van de vakbonden, zodat die ondernemingsraden daarmee rekening kunnen houden bij het uitbrengen van een advies als bedoeld in artikel 25 van de Wet op de ondernemingsraden (WOR) (artikel 4, lid 7 FG).

Op het moment dat de vakbonden in kennis worden gesteld, moeten de fusiepartijen tevens het SER-secretariaat in kennis stellen van de fusie die in voorbereiding is (artikel 8, lid 1 FG).

B. Voorafgaande kennisgeving van openbare mededeling (artikel 3 FG)

Wie:

De fusiepartijen moeten de vakbonden informeren over een openbare mededeling over de voorbereiding of totstandkoming van een fusie (artikel 3, lid 1 FG).

   
Wat:

De inhoud van de openbare mededeling moet aan de vakbonden bekend worden gemaakt (artikel 3, lid 1 FG).

   
Wanneer:

Voordat de openbare mededeling wordt gedaan, moeten de vakbonden worden geïnformeerd (artikel 3, lid 1 FG).


 

Fusiegedragsregels
Veelgestelde vragen - Vind het antwoord op je vraag
  Zoeken

Meer informatie

Formulier melden fusie