Home | Taken | Fusiegedragsregels | Beslissingen | Beslissing Fusiegedragsregels 30 mei 2017

CNV Vakmensen - Vervaeke Holding B.V., Frans van der Lee B.V., Rudolf van der Lee B.V., Robbert van der Lee B.V., Holding Van der Lee Internationaal B.V.

30 mei 2017

Feiten

De verkopers hielden gezamenlijk alle aandelen in de doelvennootschap. Verkopers hebben voorafgaande aan de verkoop van de aandelen in de doelvennootschap met diverse partijen gesprekken gevoerd. Uiteindelijk zijn op 16 januari 2017 tussen de verkopers en de koper over de verkoop van alle aandelen in de doelvennootschap de belangrijkste punten afgestemd. Op 17 januari 2017 is over het laatste belangrijke punt overeenstemming bereikt. Op diezelfde dag zijn de betrokken vakbonden namens de koper geïnformeerd over de transactie. Tegelijkertijd is namens de verkopers en Koper de fusiemelding gedaan bij de SER. Later op diezelfde dag zijn de aandelen in de doelvennootschap door verkopers overgedragen aan koper. Op 18 januari 2017 is een openbare mededeling gedaan over de transactie en verliep tevens het financieringsvoorstel, inclusief rentekorting, van de bank. Nadien heeft nog een gesprek plaatsgevonden tussen de verkopers, de koper, CNV Vakmensen en FNV bondgenoten om de verwachte gevolgen van de transactie nader toe te lichten. CNV Vakmensen stelt dat de verkopers, de koper en de doelvennootschap artikel 4 leden 2 tot en met 8 Fusiegedragsregels niet hebben nageleefd. De verkopers en koper beroepen zich op overmacht en stellen zich op het standpunt dat het niet mogelijk was om aan de regels van artikel 4 Fusiegedragsregels (tijdig) gevolg te geven.

Niet ontvankelijkheid van de doelvennootschap

De Geschillencommissie oordeelt dat CNV Vakmensen niet ontvankelijk is voor zover de klacht zich tegen de doelvennootschap richt. Nu de doelvennootschap zelf niet in de procedure is verschenen en gesteld noch gebleken is dat de doelvennootschap zelf partij is geweest bij de Transactie, gaat de Geschillencommissie ervan uit dat de doelvennootschap, anders dan de verkopers en koper, niet kan worden gekwalificeerd als fusiepartij. 

Niet naleving artikel 4 Fusiegedragsregels

De Geschillencommissie stelt vast dat de verkopers en koper de verenigingen van werknemers niet in de gelegenheid hebben gesteld om voorafgaande aan de transactie hun oordeel te geven over de fusie, waardoor zij geen invloed hebben uitoefenen op de totstandkoming van de fusie en de modaliteiten daarvan. De Geschillencommissie concludeert dat verkopers en kopers de verplichtingen uit artikel 4 Fusiegedragsregels niet correct hebben nageleefd. 

Overmacht

Het is op zichzelf denkbaar dat zich omstandigheden kunnen voordoen die zodanig dwingend zijn dat zij de fusiepartijen noodzaken om met grote spoed overeenstemming te bereiken, waardoor soms aan de Fusiegedrasgsregels niet volledig gevolg kan worden gegeven. Maar in een dergelijk geval kan onvolledige naleving van de Fusiegedragsregels alleen gerechtvaardigd zijn als: (1) deze omstandigheden losstaan van de wil van de fusiepartijen en aldus onafhankelijk het verloop van de fusieonderhandelingen beïnvloeden; (2) de fusiepartijen onmiddellijk na het bereiken van overeenstemming de verenigingen van werknemers op de hoogte hebben gesteld; en (3) de fusiepartijen de verenigingen van werknemers hebben uitgenodigd zo spoedig mogelijk in overleg te treden om alsnog zoveel mogelijk aan de artikel 4-procedure uitvoering te geven. De verkopers en de kopers motiveren hun beroep op overmacht met een globale, weinig gedetailleerde schets van het onderhandelingsverloop. Ook laten zij na te specificeren welke specifieke gevolgen het vervallen van de rentekorting voor de fusie zelf zou hebben gehad. De stelling dat de belangen van de werknemers afdoende zijn beschermd, kunnen de verkopers en kopers evenmin baten gelet op de uitspraak Nautilus NL/Dockwise Transport N.V. van 15 maart 2007. Het beroep van verkopers en kopers op overmacht strandt.

Ernstig karakter en ernstige verwijstbaarheid

Tot slot oordeelt de Geschillencommissie dat verkopers en koper de voorschriften van artikel 4 Fusiegedragsregels niet naar behoren hebben nageleefd, maar dat deze niet-naleving geen ernstig karakter draagt en niet enstig verwijtbaar is in de zin van artikel 32 lid 3 Fusiegedragsregels, omdat verkopers en koper na afronding van de transactie op eigener beweging alsnog getracht hebben om de verenigingen van werknemers te voorzien van voldoende informatie en een constructief gesprek heeft plaatsgevonden. Tenslotte is gesteld noch gebleken dat verkopers en koper zich eerder aan overtreding van de Fusiegedragsregels hebben schuldig gemaakt.

Fusiegedragsregels
Geschillencommissie Fusiegedragsregels