Arbeidsmarktproblematiek maatschappelijke sectoren

Maatschappelijke sectoren als zorg, onderwijs, veiligheid, rechtspraak en kinderopvang zijn essentieel voor de kwaliteit van onze samenleving. De kwaliteit en toegankelijkheid van deze sectoren zijn van groot belang voor een goed functionerende maatschappij en de ontwikkeling van brede welvaart.

De dienstverlening van de maatschappelijke sectoren staat echter onder druk. Het lukt niet om voldoende mensen te motiveren om een beroep binnen deze sectoren te kiezen. En als mensen wel voor deze sectoren kiezen, dan slagen die sectoren er onvoldoende in hen vervolgens te behouden. Dit was aanleiding voor de voormalige minister van Defensie om in december 2020, mede namens de toenmalige bewindspersonen van het ministerie van BZK, JenV, OCW, SZW en VWS, de SER om advies te vragen.

Adviesaanvraag

De centrale vragen in de adviesaanvraag zijn:

  • Wat zijn de structurele en/of gemeenschappelijke oorzaken voor tekorten aan werknemers in de maatschappelijke sectoren zorg, onder wijs, veiligheid, kinderopvang en rechtspraak? Hoe verhoudt zich dit tot de situatie in het bedrijfsleven?
  • Hoe kunnen — in het licht van (internationale) demografische, economische, sociaalgeografische, technologische en sociaal-culturele ont wikkelingen — voldoende arbeidsaanbod voor en de aantrekkelijkheid van deze en (mogelijk) aanpalende sectoren nu en in de toekomst worden gewaarborgd? Kunt u daarbij o.a. ingaan op thema’s als het arbeidspotentieel, lifetime employability, de krappe woningmarkt in stedelijke gebieden, arbeidsvoorwaarden, arbeidsduur/deeltijdwerken, opleidingskeuzes en -mogelijkheden, kinderopvang, duurzame inzetbaarheid/een leven lang leren, de inzet van vrijwilligers, meer samenwerking tussen overheidssectoren en andere sectoren, en de consequenties die een sterkere positie op de arbeidsmarkt van ge noemde overheidssectoren heeft op de economie als geheel? (niet uitputtend.)
  • Is een vernieuwing en/of verbreding van het instrumentarium van overheidsmaatregelen nodig dat het aantrekkelijker maakt om in de genoemde sectoren te werken, is het een kwestie van anders organiseren of gaat het om een combinatie van beide?
  • Welke bijdrage kan het bedrijfsleven leveren en hoe kan het bedrijfsleven bij oplossingen voor dit vraagstuk (meer/beter) worden betrokken?

Daarbij vraagt het kabinet specifiek hoe het onbenut arbeidspotentieel en toekomstig arbeidspotentieel naar deze sectoren kan worden geleid en in hoeverre samenwerking met het bedrijfsleven een oplossing kan bieden.

Download de adviesaanvraag

Aanpak

De SER heeft in verschillende adviezen al eerder aandacht besteed aan de problematiek die in de adviesaanvraag aan de orde wordt gesteld, zoals bijv. het MLT-advies en het advies Aan de slag voor de zorg. Om te beginnen zullen de relevante aanbevelingen uit deze eerdere SER-adviezen op een rijtje worden gezet en in een tussentijds briefadvies nogmaals onder de aandacht van het kabinet worden gebracht.
In het tweede deel zullen de knelpunten in de sectoren nader worden geanalyseerd en zullen vijf oplossingsrichtingen verder worden uitgewerkt door middel van literatuuronderzoek, interviews en rondtafelgesprekken. Het gaat om het beter benutten van het onbenut potentieel beter benutten, de slimmere inzet van mensen, vermindering van administratieve belasting, goed werkgeverschap en een langere beleidshorizon.

Tussentijd briefadvies

Op 20 mei 2022 heeft de SER een tussentijds briefadvies uitgebracht over de arbeidsmarktproblematiek in de maatschappelijke sectoren.

Lees het briefadvies Arbeidsmarktproblematiek in de maatschappelijke sectoren

Commissie

Het advies wordt behandeld door de commissie Transities en arbeidsmarkt, onder voorzitterschap van prof. Bas ter Weel. Voor dit specifieke adviestraject wordt deze commissie aangeduid als de commissie Arbeidsmarktproblematiek Maatschappelijke Sectoren (AMS).

Gericht aan: Bewindslieden van Defensie, BZK, JenV, OCW, SZW en VWS
Voorbereid door: Commissie Transities en Arbeidsmarkt
Voorzitter: prof. dr. Bas ter Weel
Secretarissen: dr. Gerard van Essen en Riemer Kemper MSc