Wie zijn kiesgerechtigd en verkiesbaar voor de OR (ofwel: wie hebben actief en passief kiesrecht)?

Artikel 6, lid 2 WOR bepaalt dat kiesgerechtigd zijn de personen die gedurende tenminste zes maanden in de onderneming werkzaam zijn geweest. Lid 3 bepaalt dat verkiesbaar zijn degenen die een jaar in de onderneming hebben gewerkt. In lid 4 staat dat voor een goede toepassing van de WOR in de onderneming, OR en ondernemer gezamenlijk een of meer groepen die anders dan op grond van een arbeidsovereenkomst met de ondernemer regelmatig in de onderneming arbeid verrichten, kunnen aanmerken als in de onderneming werkzame personen, dan wel juist groepen uitzonderen van dit begrip.

Degenen die gedurende tenminste twee jaar krachtens een uitzendovereenkomst in de onderneming werkzaam zijn, worden ook als werknemer in de zin van de WOR aangemerkt. Over het algemeen heerst de opvatting dat na deze twee jaar deze werknemers geacht kunnen worden tevens te hebben voldaan aan de diensttijdeisen voor het actief en passief kiesrecht, m.a.w. dat zij na deze periode ook actief en passief kiesgerechtigd zijn. In 2014 heeft evenwel een kantonrechter geoordeeld dat uit de WOR voortvloeit dat uitzendkrachten pas na 30 respectievelijk 36 maanden actief en passief kiesrecht krijgen.

Artikel 6, lid 5 WOR bepaalt dat de OR in zijn reglement kan afwijken van artikel 6, lid 2 en 3, indien dit bevorderlijk is voor een goede toepassing van de WOR in de onderneming. Dit kan de OR dus zonder toestemming van de ondernemer doen. Het is wel zo dat de ondernemer of een andere belanghebbende die meent dat de vereisten voor het actief en passief kiesrecht die afwijken van de wettelijke criteria, níet bevorderlijk zijn voor een goede toepassing van de wet, de kantonrechter kan verzoeken te bepalen dat de betreffende bepalingen in het reglement van de OR worden gewijzigd. Voorafgaand daaraan kan eventueel de bemiddeling van de bedrijfscommissie worden ingeroepen.