Home | Raad | SER in het kort | Werkwijze SER

Werkwijze SER

Raad

De voltallige raad vergadert in beginsel eenmaal per maand, op de derde vrijdag van de maand. Dat gebeurt in de raadzaal van het SER-gebouw. Het belangrijkste onderdeel van de raadsvergadering vormt de behandeling en vaststelling van adviezen. Deze worden voorbereid door een commissie of werkgroep. Als de partijen het op bepaalde punten niet eens zijn, komen de verschillende standpunten in het advies te staan. De vergaderingen van de raad zijn in de regel openbaar. Belangstellenden hoeven zich niet van tevoren aan te melden als zij een vergadering willen bijwonen. Agenda’s en verslagen van de raadsvergaderingen staan op deze website.

Commissies

De raad laat zich in zijn werk bijstaan door een groot aantal commissies en werkgroepen. Evenals de raad zijn ze uit drie partijen samengesteld. Ze bestaan uit ondernemers, werknemers en onafhankelijke deskundigen. Ook niet-raadsleden kunnen lid zijn van een commissie. De meeste commissies bereiden adviezen voor die vervolgens door de raad worden besproken en vastgesteld. Sommige commissies kunnen ook rechtstreeks advies uitbrengen. Het voorzitterschap van een commissie wordt in beginsel door een kroonlid vervuld.
Een bijzondere commissie is de Bestuurskamer. Dit is een commissie van uitsluitend raadsleden die zich speciaal met de bestuurlijke taken van de SER bezighoudt.

Ministerieel vertegenwoordigers

Bij de openbare vergaderingen van de raad en de besloten commissie- en werkgroepvergaderingen zijn altijd ministeriële vertegenwoordigers als waarnemers aanwezig. Dit zijn ambtenaren die gespecialiseerd zijn in bepaalde beleidsterreinen. Hierdoor is een goede uitwisseling van informatie tussen de raad en zijn commissies met de verschillende departementen mogelijk.

Secretariaat

Het secretariaat ondersteunt de raad en zijn commissies bij de voorbereiding en uitvoering van de verschillende werkzaamheden. Daaronder is begrepen de uitvoering van enkele wetten en de toezichthoudende taak. Het secretariaat telt ongeveer 100 medewerkers. Aan het hoofd staat de algemeen secretaris. (Organisatieschema)

Totstandkoming advies

Een advies doorloopt het volgende traject voor het wordt uitgebracht aan kabinet of parlement: 

  1. Een minister of staatssecretaris of het parlement stelt een adviesaanvraag op en stuurt die naar de SER; 
  2. Het dagelijks bestuur van de SER beslist welke commissie of werkgroep het advies gaat voorbereiden; 
  3. Deze commissie of werkgroep stelt in enkele vergaderingen een concept-tekst op. Deze tekst is in de regel openbaar; 
  4. De organisaties van sociale partners bespreken het concept in eigen kring en komen met een reactie (‘achterbanberaad’); 
  5. De reacties worden besproken in de commissie of werkgroep en verwerkt in de tekst; 
  6. Het ontwerpadvies wordt naar de raad gestuurd; 
  7. De raad bespreekt het ontwerpadvies in zijn openbare vergadering en stelt het advies vast. 
  8. Het advies wordt naar de adviesvrager gestuurd.

Onderwerpen waarover de raad adviseert

De raad geeft zowel gevraagd als ongevraagd advies over hoofdlijnen van het sociaal-economisch beleid. Vaak betreft het onderwerpen binnen het klassieke sociaal-economische domein, zoals de arbeidsmarkt, arbeidsrecht, sociale zekerheid, algemeen en internationaal sociaal-economisch vraagstukken.

Daarnaast heeft de SER heeft zich al vanaf het begin uitgesproken over onderwerpen die op het eerste gezicht niet behoren tot het klassieke sociaal-economische onderwerpen. Zo verschenen al in de jaren vijftig adviezen over het landbouwbeleid en het vervoersbeleid. In de loop der jaren is het aandeel van deze adviezen toegenomen. Daarbij ging het dan met name om ruimtelijke inrichting en mobiliteit, milieu en energie, gezondheidszorg en onderwijs.

Het gemeenschappelijke criterium voor de adviesonderwerpen is dat het beleid op de genoemde terreinen van grote invloed is op het algemeen sociaal-economisch beleid. Steeds vaker is een integrale analyse en beoordeling van ontwikkelingen en voornemens nodig. Ook het kabinet benadert problemen meer en meer op een integrale manier en minder vanuit een enkel departement. Daarom dienen bewindslieden regelmatig gezamenlijk een adviesaanvraag bij de SER in.

Deze ontwikkeling past in het ‘brede welvaartsbegrip’ dat de SER begin jaren negentig introduceerde. Welvaart is meer dan alleen materiële vooruitgang (welstand en productiegroei). Ze omvat ook aspecten van sociale vooruitgang (welzijn en sociale cohesie) en een goede kwaliteit van de leefomgeving (ruimtelijke en milieukwaliteit).

De sociaal-economische relevantie bepaalt uiteraard uiteindelijk of een onderwerp geschikt is voor de SER. De SER is immers géén milieuraad, onderwijsraad, gezondheidsraad of raad voor de ruimtelijke inrichting. Hij richt zich op de sociaal-economische aspecten van vraagstukken rond milieu, onderwijs, gezondheid en ruimtelijke inrichting.

Betrokkenheid andere groeperingen

Juist als het gaat om onderwerpen die buiten het klassieke sociaal-economische terrein liggen, kan de inbreng van andere groeperingen van belang zijn. Zo kan een advies winnen aan kwaliteit én draagvlak. Organisaties die op het desbetreffende terrein een specifieke invalshoek hebben of een specifiek belang behartigen, kunnen worden betrokken bij de voorbereiding van een advies in een commissie. Ze worden echter geen lid van de raad en hebben daardoor ook geen inbreng en betrokkenheid bij de formele vaststelling van het advies.

Deze groeperingen kunnen op verschillende manieren betrokken worden: 
  • De commissie kan organisaties ‘horen’ via een hoorzitting, panelgesprek of werkbezoek. Dit komt regelmatig voor. 
  • Organisaties kunnen op ad hoc-basis (voor een bepaald adviesproject) deelnemen aan een commissie. Voorbeeld: twee organisaties van aandeelhouders (VEB en Eumedion) waren lid van de commissie die het advies over evenwichtig ondernemingsbestuur voorbereidde. 
  • Organisaties kunnen op structurele basis lid worden van een commissie, waarmee ze in principe betrokken worden bij alle adviesprojecten op het betreffende beleidsterrein. Zo is de Consumentenbond lid van de Commissie voor Consumentenaangelegenheden en zijn natuur- en milieuorganisaties lid van de commissies Duurzame Ontwikkeling, en Ruimtelijke Inrichting en Bereikbaarheid.