Home | Raad | SER in het kort | SER en overlegeconomie

Overlegeconomie en de SER

Overheid en sociale partners hebben elk een eigen taak. Maar zij hebben ook de mogelijkheid elkaar over en weer aan te spreken over de manier waarop ze die eigen taak vervullen. Dat is het wezen van de overlegeconomie. De SER vormt daarin een vooraanstaand platform voor afstemming en overleg over belangrijke sociaal-economische kwesties. Dit overleg mondt uit in openbare adviezen aan de overheid met beargumenteerde standpunten en aanbevelingen.

Overlegeconomie op drie niveaus

Behalve in de SER treden ondernemers en werknemers op meer plekken in de samenleving met elkaar in overleg.

  • Op bedrijfsniveau overlegt de ondernemingsraad met de werkgever over arbeidsvoorwaardelijke zaken die niet in de cao zijn geregeld. 
  • Op brancheniveau onderhandelen vakbonden en brancheorganisaties over cao’s. Daarin worden afspraken gemaakt over de lonen en andere arbeidsvoorwaarden. 
  • Op nationaal niveau bestaan er naast de SER nog een ander instituut van de overlegeconomie: de Stichting van de Arbeid. Van 2002 tot 2012 heeft ook de Raad voor Werk en Inkomen (RWI) als overlegorgaan gefunctioneerd.  

Stichting van de Arbeid

De Stichting van de Arbeid is in 1945, daags na de bevrijding, opgericht door de centrale organisaties van ondernemers en werknemers. Het is dus een privaatrechtelijke instelling. In de Stichting zitten – in tegenstelling tot de SER – geen onafhankelijke leden, maar alleen de sociale partners.
De Stichting van de Arbeid kan voor de sociale partners een coördinerende rol vervullen door aanbevelingen te doen aan onderhandelende partijen in bedrijven en bedrijfstakken. Twee keer per jaar overlegt de Stichting met het kabinet over het te voeren beleid, het zogeheten voorjaars- en najaarsoverleg.  

Overlegeconomie

Veelgestelde vragen