Klaar voor de toekomst

Ons vervolgadvies over toekomstgericht beroepsonderwijs, dat in november in de raad is vastgesteld, heeft veel aandacht gekregen. We mogen trots zijn op de vakmensen die in het mbo worden opgeleid. Op dit moment gaat het ook nog goed met mbo’ers op de arbeidsmarkt. Veel studenten vinden werk binnen een maand nadat ze hun diploma hebben gekregen. Mbo-studenten zijn over het algemeen tevreden over hun opleiding. Werkgevers zijn te spreken over de kwaliteit van de gediplomeerden. Ook internationaal staat het Nederlandse mbo goed aangeschreven.

Toch maken we ons zorgen. Want we zien dat de arbeidsmarkt snel verandert en dat de kans voor mbo’ers om langdurig werk te vinden, onder druk komt te staan. Dat komt ook door de technologisering van de arbeidsmarkt. Studenten moeten dus vaardigheden krijgen waarmee ze zich duurzaam kunnen redden op de arbeidsmarkt van nu en de toekomst. Naast vakspecifieke en basisvaardigheden gaat het om sociaal-communicatieve vaardigheden en de vaardigheid om jezelf te blijven ontwikkelen. Het praktijkgerichte onderwijs is daarvoor van belang.

Het moet voor iedereen de gewoonste zaak van de wereld worden om je gedurende je hele leven te blijven ontwikkelen en te blijven leren – niet alleen in de schoolbanken maar ook op de werkvloer.

Het SER-advies Leren en ontwikkelen tijdens de loopbaan riep al op tot landelijke en regionale afspraken om leren, werken en innoveren met elkaar te verbinden. Deze oproep voor een nationaal vaardigheids- en technologieakkoord brengen wij graag opnieuw onder de aandacht van het kabinet. Door met elkaar – bedrijven, onderwijsinstellingen en overheid – de schouders eronder te zetten, geven we het leven lang ontwikkelen handen en voeten.

Het mbo heeft met zijn praktijkgerichte opleidingen goud in handen. Door zijn sterke kanten verder uit te bouwen, bereidt het mbo zich goed voor op de toekomst.

Mariëtte Hamer
Voorzitter Sociaal-Economische Raad