Home | Publicaties | SERmagazine | 2015 | Oktober 2015 | De dilemma’s van de deeleconomie

Delen is hip, maar ook complex

De dilemma’s van de deeleconomie

Delen is duurzaam en hip, maar werpt ook vragen op. Dit najaar organiseert de SER een werkconferentie over dit onderwerp, vooruitlopend op een adviesaanvraag van het kabinet. Koen Frenken, hoogleraar innovatiestudies, ziet de inkomensongelijkheid toenemen. Wie weinig bezit, trekt aan het kortste eind.’

Felix de Fijter

De deeleconomie heeft de laatste jaren wereldwijd voet aan de grond gekregen. Delen is namelijk het nieuwe hebben; particulieren verhuren of delen onderling spullen. Het fenomeen kreeg bekendheid door vaandeldragers als Airbnb, waarbij particulieren hun woning verhuren, en SnappCar, dat hetzelfde doet voor auto’s. Vorig jaar werden in Nederland zo’n 15.000 deelauto’s en ruim 100.000 autodelers geteld, een verdubbeling ten opzichte van 2013.

Ook op het gebied van gebruiksgoederen en voedsel doet de deeleconomie haar intrede, getuige websites als peerby.nl en thuisafgehaald.nl. De voortgaande integratie van internet en mobiele technologie in het dagelijks leven lijkt de belangrijkste randvoorwaarde voor de groei van de deeleconomie; online platforms maken onderlinge particuliere transacties immers steeds gemakkelijker.

Volgens Koen Frenken, hoogleraar innovatiestudies aan de Universiteit Utrecht, is de deeleconomie welbeschouwd niets nieuws. ‘Iedereen leende de grasmaaier of kruiwagen wel eens uit aan een buurman of vriend, al dan niet tegen een vergoeding. Maar lenen aan vreemden deed je niet zo snel. Het probleem dat je een onbekende niet zomaar kon vertrouwen, is echter grotendeels opgelost dankzij de alomtegenwoordigheid van internet en sociale media. We kunnen varen op online reviews of even op Facebook kijken om te zien wat voor vlees we in de kuip hebben. Ook bieden de deelplatforms steeds vaker garanties en de optie tot het afsluiten van een verzekering.’


15.000 deelauto’s telde Nederland vorig jaar


Serieuze vragen

De deeleconomie is duurzaam en hip. Mensen hebben minder eigen spullen nodig en gaan door het delen verrassende, nieuwe contacten aan. Maar de groei van de deeleconomie roept toch ook serieuze vragen op. Want particulieren hoeven zich aan veel minder regels te houden dan bedrijven als ze bijvoorbeeld een woning verhuren. Werkt dat geen oneerlijke concurrentie in de hand? En ontwricht de massale opkomst van Airbnb de hotelbranche en woningmarkt niet?

Over dat soort vragen vindt op 17 november bij de SER een werkconferentie plaats, waarbij betrokken actoren en stakeholders het gesprek aangaan. Een goede zaak, vindt Frenken. ‘Techniek is niet iets wat ons alleen maar overkomt. We kunnen aanpassingen afdwingen, regels opstellen en de entree van nieuwe techniek op die manier proactief inbedden in de maatschappij.’

En dat is ook nodig, zegt Frenken, want als je de deeleconomie z’n gang laat gaan, kan ze een ontwrichtende uitwerking hebben op markten en sectoren. Zo zal een verdere opkomst van Airbnb naar zijn verwachting prijsstijgingen in de particuliere huursector veroorzaken. ‘Woon je in een populaire wijk in bijvoorbeeld Amsterdam, dan kun je flink verdienen als je in vakantietijd even bij je partner gaat wonen en je eigen woning verhuurt.’

Ter illustratie: in de stad Amsterdam worden via Airbnb 10.000 woningen te huur aangeboden; dat is ruim 10 procent van het aantal eigen woningen in die stad. De Airbnb-prijs voor een tweepersoonsverblijf bedraagt gemiddeld 121 euro per nacht. ‘Je hebt in een paar weken je vakantie terugverdiend. Dat zal ook huurbazen aan het denken zetten. Waarom zouden zij, gelet op de stijgende prijzen, ook niet overgaan op tijdelijke verhuur?’

De deeleconomie kan in dat geval problemen veroorzaken. Frenken voorziet segregatie in de grote steden. ‘Wie woont er straks nog in het centrum? Mensen met veel geld, die weinig thuis zijn.’

Peerby

Peerby.nl stelt particulieren in staat onderling spullen uit te lenen of te verhuren. Wie een boormachine, steekwagen of stoomreiniger zoekt, plaatst een oproep op de site, die terechtkomt bij andere Peerby-leden in de buurt. Het merendeel van de gevraagde spullen wordt momenteel binnen 30 minuten gevonden, maar de ambitie is om dat terug te brengen tot een paar minuten.

Het platform heeft zo’n 100.000 gebruikers per maand. Eind vorig jaar haalde het Nederlandse bedrijf. dat ook actief is in België, Londen, Praag en Berlijn, een investering van 1,7 miljoen op voor verdere expansie. Eind dit jaar wil het bedrijf actief zijn in vijftig Amerikaanse steden.


Via online reviews of Facebook kunnen we zien wat voor vlees we in de kuip hebben


Sociale gevolgen

Naast economische gevolgen heeft de deeleconomie volgens hem ook sociale gevolgen. ‘Je gaat nieuwe contacten aan, maar bestaande contacten kunnen ook onder de deeleconomie gaan lijden. Zou je als Utrechter voorheen je familie thuis uitnodigen om de Tour de France van dichtbij te bekijken, nu ga je verhuren en verdienen. Sociale contacten worden ingewisseld voor economisch gewin. Dat is niet per se goed of fout, maar het is wel goed dat we dat waarnemen.’

Hetzelfde geldt voor de vragen op gebied van privacy. ‘Mensen hebben niet in de gaten hoe alle data worden geregistreerd en opgeslagen. Maar die data zijn juist bij uitstek het groeimiddel voor de deeleconomie. Met de gegevens over koopgedrag, consumentenwensen en -voorkeuren kun je reclame maken of andere producten aanbieden.’

De misschien wel lastigste uitdaging ligt volgens Frenken in de groeiende vermogensongelijkheid als de deeleconomie verder oprukt. ‘Je kunt pas wat delen als je iets bezit. Die wetmatigheid zie je aan alle kanten van de deeleconomie terugkomen. Wie veel heeft, gaat profiteren. Wie weinig bezit, trekt aan het kortste eind.’ Dienstverlening In de deeleconomie gaat het om individuen die onbenutte spullen tijdelijk aan elkaar verhuren. Daarom ziet Frenken de veel bediscussieerde taxidienst Uber niet als een product van de deeleconomie. ‘Je bestelt iemand op afroep om van a naar b te komen. Er is dus geen sprake van overcapaciteit, de aanbieder creëert capaciteit. De chauffeur was niet van plan die route te kiezen. Geen deeleconomie dus. En dat geldt voor alle vormen van dienstverlening tussen consumenten. Online dienstenplatforms die vraag en aanbod aan elkaar verbinden, weerspiegelen dat de diensteneconomie steeds vaker via internet wordt georganiseerd.’

Maar volgens hem leidt ook dat soort dienstverlening tot nieuwe vragen. Hoe garandeer je een eerlijk loon? Zijn ‘werknemers’ wel verzekerd en hoe zit het met de loonbelasting over hun arbeidsinkomsten?

Wat Frenken betreft zijn het kinderziektes waar juist dankzij de internetcomponent vroeg of laat wel weer een medicijn voor wordt gevonden. ‘Vroeger was er ook een flinke kleine-klusjes-economie, maar dan zwart. De online component van deze vorm van dienstverlening maakt het pad naar effectieve wetgeving en belasting juist eenvoudiger begaanbaar. We kunnen transacties volgen en monitoren. Zo is dat ook met Marktplaats gegaan. Grootverbruikers worden door de fiscus in de gaten gehouden.’

BlablaCar

Blablacar.com is een online platform dat onderling meerijden mogelijk maakt. Wie een rit wil maken, kan dat via het platform duidelijk maken. Ook informatie over het type auto, het aantal zitplaatsen en persoonlijke voorkeuren qua muziek, huisdieren en roken worden gedeeld. Wie lid wordt, moet aangeven in welke mate hij een babbelaar is: bla, blabla of blablabla.

De bestuurder bepaalt een vergoeding per zitplaats. Deze dient als compensatie voor de brandstofkosten. De bestuurder maakt dus geen winst die bij de Belastingdienst moet worden gemeld.

Investeerders waarderen het van origine Franse BlablaCar inmiddels met een waarde van 1,4 miljard. 10 procent van alle Fransen zou bij het bedrijf geregistreerd staan. In Nederland is BlablaCar vooral populair voor de langere ritten, bijvoorbeeld naar Parijs of Berlijn.

SERmagazine nr. 10 - oktober 2015

SERmagazine in PDF

Inhoudsopgave

Alles over het thema