Home | Publicaties | SERmagazine | 2015 | juni 2015 | Meet meerwaarde van sociale ondernemingen

Hoogleraar Mirjam van Praag over SER-advies

‘Meet meerwaarde van sociale ondernemingen’

Ondernemers die willen bijdragen aan de oplossing van maatschappelijke problemen, komen veel hindernissen tegen. In een verkennend advies inventariseert de SER, onder leiding van commissievoorzitter Mirjam van Praag, de knelpunten en oplossingen voor sociaal ondernemen. ‘Maatschappelijke doelen zijn moeilijk meetbaar te maken.’

Berber Bijma

Een chocoladefabrikant die slavernij in ontwikkelingslanden bestrijdt, een bedrijf dat lampen op zonneenergie produceert of langdurig werklozen helpt re-integreren – de voorbeelden van ‘typisch’ sociaal ondernemen zijn bekend. Maar wanneer ben je nu precies een sociaal ondernemer?

In Sociale ondernemingen: een verkennend advies (zie kader) heeft de SER aan die vraag relatief veel aandacht besteed, vertelt Mirjam van Praag, SER-kroonlid en voorzitter van de Commissie Sociaal Ondernemerschap die het advies voorbereidde. ‘Sociale ondernemingen vormen een lastig af te bakenen groep. Ze bevinden zich ergens in het continuüm tussen een goed doel en een commercieel bedrijf. Het gaat om zelfstandige ondernemingen die als primair en expliciet doel hebben dat ze willen bijdragen aan het oplossen van maatschappelijke problemen.’

Sociale ondernemers ondervinden hinder van het
feit dat ze hun meerwaarde niet kunnen kwantificeren
 

Die problemen kunnen volgens haar variëren van de moeite die mensen met een arbeidshandicap moeten doen om een opleiding te volgen of een baan te vinden tot energieverspilling of slavenarbeid bij toeleveranciers. Sociale ondernemingen zijn bedrijven die winst willen maken met het oplossen van deze problemen. Die winst wordt doorgaans geherinvesteerd in het bedrijf. ‘Het maatschappelijke doel als primaire drijfveer bepaalt het verschil tussen sociale ondernemingen en andere bedrijven.’

Neemt het aantal sociale ondernemingen toe?

‘Het lijkt er wel op dat er een groeiende groep bedrijven is die in het gat springt dat de overheid openlaat, maar er zijn nauwelijks cijfers. Dat heeft ons ook ernstig gehinderd in ons adviestraject. De groep sociale ondernemingen manifesteert zich wel steeds duidelijker. Bedrijven krijgen steeds meer kansen om in te springen op problemen die voorheen meer door de overheid werden aangepakt, zoals langdurige werkloosheid. Ook in landen om ons heen is sociaal ondernemerschap een belangrijk onderwerp geworden. De vraag die de minister ons heeft gesteld – willen en kunnen wij als overheid iets met sociale ondernemingen? – ligt daarom wel voor de hand.’

Tegen welke knelpunten lopen sociale ondernemers aan?

‘Er zijn twee basisproblemen waar de andere knelpunten grotendeels op te herleiden zijn: de impact van sociale bedrijven is niet meetbaar en er is een gebrek aan erkenning en herkenning.

Over het eerste punt: een bedrijf dat als doel heeft om aandeelhouderswaarde te creëren, kan zijn waarde eenvoudig aflezen aan de beurskoersen. Bedrijven die alleen op aandeelhouderswaardecreatie koersen, zijn overigens een zeldzaamheid tegenwoordig. Een sociale onderneming heeft meerdere doelen – maatschappelijke problemen helpen oplossen én winst maken – en die doelen zijn voor een deel ook nog eens lastig te meten. Als je langdurig werklozen opleidt of aan een baan helpt, hoeveel levert dat dan op? Daarvoor moet je eigenlijk na een aantal jaren de werkloosheid opnieuw meten en kunnen vaststellen wat er was gebeurd als deze mensen níét waren geholpen – uitermate complex. En dan heb ik het nog niet eens over softe factoren als toegenomen welzijn of geluk, die al helemaal lastig te meten zijn. Wij pleiten in ons advies voor het verder ontwikkelen van methodieken om die impact toch te meten. Misschien niet in hele exacte getallen, maar dan op z’n minst in bijvoorbeeld dashboards met kleuren.’

Samenwerking is van wezenlijk belang; veel relatief
kleine partijen lopen tegen dezelfde problemen aan
 

Zitten sociale ondernemingen daar echt op te wachten?

‘Jazeker. Dat bleek ook duidelijk tijdens de werkconferentie die we in het begin van het adviestraject hebben georganiseerd. Veel sociale ondernemers gaven aan hoe lastig het is dat ze niet kunnen kwantificeren wat hun meerwaarde is. Bij het verkrijgen van financiering is dat heel vervelend, maar soms ook bij het krijgen van opdrachten. Neem het voorbeeld van een gemeente die een bedrijf zoekt dat papieren archieven kan digitaliseren. Een bedrijf dat daarvoor mensen met autisme in dienst heeft, moet hard kunnen maken wat de maatschappelijke meerwaarde daarvan is: het werk duurt misschien iets langer, maar het gebeurt dan ook écht goed en je helpt mensen met een arbeidshandicap aan werk. Als je dat niet met harde cijfers kunt aantonen, bestaat de kans dat de gemeente simpelweg de opdracht geeft aan de partij met de laagste prijs.

Als commissie vinden wij dat sociale ondernemingen geen concurrentievoordeel hoeven hebben, maar ook geen nadeel, wat in dit voorbeeld wel het geval is. Daarom is zo’n impactmeting toch ontzettend belangrijk, hoe complex ook.’

Specifieke problemen

Het tweede basisknelpunt naast het gebrek aan meetbaarheid van resultaten is het ontbreken van erkenning en herkenning van sociale ondernemingen. De SER is geen voorstander van een aparte rechtsvorm voor sociale ondernemingen, zegt Van Praag. ‘Maar er zijn wel specifieke problemen voor sociale ondernemingen, bijvoorbeeld op het gebied van financiering. Sommige ondernemingen combineren verschillende rechtsvormen met het oog op verschillende geldstromen: als bv kunnen ze beter bij de bank terecht voor financiering, terwijl het voor subsidies en fondsen praktischer is om een stichting te zijn. Daarnaast zijn er praktische knelpunten, zoals het contact met meerdere loketten bij de gemeente die niet altijd goed op elkaar zijn afgestemd. Voor sociale ondernemingen is het soms lastig hun weg te vinden bij de gemeente.’

Over sociale ondernemingen wordt vaak zwart-wit gedacht:
ze gaan Nederland redden óf ze zijn niks bijzonders
 

Is er een oplossing voor die specifieke problemen van sociale ondernemingen?

‘Het ministerie van Binnenlandse Zaken doet momenteel onderzoek naar een soort van label voor sociale ondernemingen. Dat vinden wij een goede zaak, althans zolang het label niet méér wordt dan een praktische oplossing voor de herkenbaarheid. Er moeten geen andere consequenties uit voortvloeien, zoals een ander belastingtarief of een nieuwe ondernemingsrechtsvorm.

Wellicht kan zo’n label door een notaris toegekend worden aan ondernemingen die kunnen aantonen dat zij het oplossen van een maatschappelijk probleem als primair doel hebben en dat de winst niet gaat zitten in Ferrari’s voor de directie. De impactmeting kan daarbij ook een rol spelen. Sociale ondernemingen hoeven met zo’n keurmerk niet bij iedere opdrachtgever opnieuw aan te tonen dat ze een maatschappelijk doel nastreven.

Daarnaast pleiten wij ervoor dat ambtenaren beter bekend worden met het fenomeen sociale ondernemingen, bijvoorbeeld in een leeratelier. Dat zou veel afstemmingsproblemen tussen verschillende loketten oplossen. En verder kun je in het ondernemerschapsonderwijs meer aandacht geven aan sociale ondernemingen of maatschappelijke stages bij sociale ondernemers stimuleren.’

Wat kunnen sociale ondernemingen zelf doen om knelpunten op te lossen?

‘Elkaar opzoeken. Nog meer dan ze nu doen. ‘Krachten bundelen’ is een term die je waarschijnlijk in meerdere SER-adviezen tegenkomt, maar bij dit onderwerp is het van wezenlijk belang. Heel veel relatief kleine partijen lopen tegen allemaal dezelfde problemen aan, terwijl ze minder dan gemiddeld zijn aangesloten bij koepelorganisaties voor bijvoorbeeld werkgevers. Het loont om elkaar op te zoeken, zoals dat al gebeurt in onder andere Social Enterprise NL. Gezamenlijk kun je bijvoorbeeld met banken in gesprek gaan over financieringsconstructies.’

Wat heeft de werkconferentie die jullie hebben gehouden opgeleverd?

‘Heel veel. Juist omdat er zo weinig cijfers en gegevens zijn over sociale ondernemingen, hebben we in dit adviestraject die ondernemers zelf uitgenodigd, naast andere betrokken partijen als gemeenten en financiers. De knelpunten die we in het advies beschrijven, zijn grotendeels tijdens die conferentie boven tafel gekomen. Wat missen sociale ondernemers, wat hebben ze nodig? Dat hebben we van hen zelf gehoord. Gefrustreerd is sterk uitgedrukt, maar het was duidelijk dat er knelpunten zijn.

Ons advies is een verkennend advies. De waarde ervan ligt ook in de mythes die we de wereld uit helpen. Over sociale ondernemingen wordt vaak zwart-wit gedacht. Volgens de believers gaan sociale ondernemers Nederland redden en moeten ze dus aan alle kanten geholpen worden met subsidies, belastingvoordeel en noem maar op. Aan de andere kant heb je de mensen die vragen: zijn er dan ook asociale ondernemingen? Zij vinden dat sociale ondernemingen zich niet onderscheiden van andere ondernemingen en dat we er niet zo’n drukte over moeten maken.

De meningen in onze commissie liepen minder extreem uit elkaar, maar aanvankelijk zag je wel meningsverschillen. Gaandeweg zijn we naar het midden toegegroeid, naar het standpunt dat sociale ondernemingen wél een aparte groep vormen, ook al is die niet scherp af te bakenen en onderdeel van een continuüm van organisaties. De ontwikkeling van apart beleid lijkt daarvoor vooralsnog niet nodig. Aan de waarde van sociale ondernemingen – hoewel nog niet kwantificeerbaar – was geen enkele twijfel: de wereldproblemen worden er niet meteen mee opgelost, maar ze betekenen méér dan een druppel op de gloeiende plaat.’

Hoofdpunten SER-advies sociale ondernemingen

De SER heeft op 22 mei het SER-advies Sociale ondernemingen: een verkennend advies vastgesteld. Minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid had de SER in juni vorig jaar om dit advies gevraagd. Hij vroeg de SER te onderzoeken in hoeverre en op welke wijze de overheid kan aansluiten bij de groeiende aandacht voor sociaal ondernemerschap. Het advies bevat een actielijst met diverse aanbevelingen, waaronder:

  • een impactmeting om de meerwaarde van sociale ondernemingen te kwantificeren;
  • een kenniscentrum sociaal ondernemerschap voor samenwerking, kennisontwikkeling en opschaling bij impactmeting;
  • vergroten van kennis bij beleidsmakers en overheidsinkopers, bijvoorbeeld door een leeratelier sociaal ondernemerschap;
  • meer aandacht voor maatschappelijke uitdagingen in het ondernemerschapsonderwijs; 
  • bundelen van (digitale) relevante overheidsinformatie; 
  • onderzoek doen naar een label voor sociale ondernemingen;
  • experimenteren met impactfinanciering (op basis van behaalde resultaten); 
  • instellen van een duidelijk aanspreekpunt bij gemeenten;
  • afstemming van regels en procedures tussen en binnen gemeenten.
SERmagazine nr. 6 - juni 2015

SERmagazine in PDF

Inhoudsopgave

Advies Sociale ondernemingen: een verkennend advies
Alles over het thema