Home | Publicaties | SERmagazine | 2014 | februari 2014 | Door het vuur voor kwetsbare mensen

Werkkamer: Door het vuur voor kwetsbare mensen

Andrée van Es, voorzitter Werkkamer

Andrée van Es, wethouder in Amsterdam, houdt niet van somberen. Ze is voorzitter van de Werkkamer, een bestuurlijk overleg van gemeenten en sociale partners dat meer kwetsbare mensen aan een baan wil helpen. En dat in een tijd van crisis en bezuinigingen. ‘Samen zijn we gepassioneerd om voor deze groep door het vuur te gaan.’

Michèle de Waard

Meer mensen met een ‘krasje’ aan werk helpen, in een tijd waarin de economie stagneert en de werkloosheid stijgt. De bezuiniging die met de Participatiewet moet worden gehaald, is al ingeboekt: 1,6 miljard euro tot 2055. Dat is 40 miljoen per jaar. ‘Het wordt een heel moeilijke zaak. Dat hoor ik overal om me heen’, zegt Van Es in haar werkkamer op het Amsterdamse stadhuis.

Ik denk dat we de bezuinigingsopgave
niet gaan halen

 

Het raam kijkt uit op de Magere Brug over de Amstel, hangend in de mist. Tegen de muur staat een ingelijst Ajax-shirt, rood-wit, met grote letters Van Es – De wil om te winnen. Natuurlijk, de bezuinigingen zijn enorm en de opdracht is groot, geeft ze toe. Maar: ‘Heb je deze taak op je genomen, dan zet je alles op alles om te kijken of het lukt.’

Het kabinet wil dat zo veel mogelijk van de 240.000 mensen met een geestelijke of lichamelijke arbeidshandicap en van de 400.000 mensen met een bijstandsuitkering aan werk worden geholpen. De gemeenten moeten deze opgave uitvoeren in samenhang met twee andere decentralisaties van het kabinet op het gebied van zorg en jeugdzorg.

‘Ik ga er eerlijk gezegd van uit dat we de bezuinigingen die het kabinet denkt in te boeken, niet gaan halen’, zegt Van Es openhartig. ‘Halen we die wél, dan wordt de prijs betaald doordat er meer mensen in de bijstand komen in plaats van dat zij in een bedrijf aan het werk zijn. Dat kan niet de bedoeling van de Participatiewet zijn.’

Toch is de wethouder optimistisch. Sinds afgelopen zomer is zij voorzitter van de Werkkamer, een bestuurlijk overleg van gemeenten en sociale partners dat voor de uitvoering van de wet moet zorgen. Maandenlang hebben de werkgevers, de bonden en wethouders, die aan tafel zitten, in stilte aan een plan gewerkt. Op deze ochtend, voorafgaand aan het interview, is belangrijke vooruitgang geboekt, stelt Van Es vast. Ze is ‘niet ontevreden’.

Er zijn zoveel mensen onzichtbaar naar de zijlijn
geschoven. Het laatste woord is er nog niet over gezegd

 

Waar put u hoop uit?

‘Ik ben optimistisch omdat ik werk met mensen die allemaal zeggen: hoe dan ook, wij gaan ervoor zorgen dat er meer mensen aan de slag komen. Dat stemt me hoopvol. Werkgevers, vakbondsmensen, wethouders – ze zijn gepassioneerd om voor deze kwetsbare groep door het vuur te gaan. Dat is fijn om mee te maken. Je ziet het besef ontstaan dat we er sámen verantwoordelijk voor zijn.

We hebben ook met elkaar afgesproken dat, mocht gaandeweg blijken dat we meer mensen aan het werk kunnen helpen en daarvoor meer middelen nodig hebben, we toch echt bij het kabinet aankloppen. Maar eerst gaan we kijken of we het redden.’

De groep die aan de slag geholpen moet worden, is vrij breed. Op wie richt de Werkkamer zich?

‘Het heeft even geduurd, maar we hebben hierover de knoop doorgehakt. De definitie in de wet is breed: mensen die niet in staat zijn zelfstandig het minimumloon te verdienen. Wethouders zien dat er ook in de bijstand veel mensen zijn die dat niet kunnen. Ze zijn eigenlijk verkapt arbeidsongeschikt, al zijn het geen Wajong’ers of mensen uit de Sociale Werkvoorziening. Maar we zijn het erover eens geworden dat de eerste twee jaar voorrang wordt gegeven aan Wajongers en mensen die op de wachtlijst staan voor een SW-bedrijf. Daarna gaan we over op de bredere definitie van de Participatiewet en richten we ons ook op mensen in de bijstand.’

Waarom was dat zo lastig?

‘Voor de vakbeweging weegt de doelgroep heel zwaar. Dat begrijp ik goed. De Wajong houdt op en een belangrijk deel van de SW-bedrijven gaat dicht, dus de vakbeweging zegt: de 125.000 banen die ondernemers en overheid de komende tien jaar hebben toegezegd, zijn voor die groep. Niet voor de anderen’.

Wie gaat ervoor zorgen dat Wajongers bij een bedrijf aan de slag kunnen?

‘In elk van de 35 arbeidsmarktregio’s komen zogeheten Werkbedrijven. Gemeenten, sociale partners en UWV werken daarin samen – en ook andere spelers zoals SW-bedrijven, regionale werkgevers en onderwijsinstellingen. Per regio kan de vorm van deze samenwerking verschillen, afhankelijk van de lokale omstandigheden en arbeidsmarkt.

Een Werkbedrijf is dus geen gebouw of nieuw instituut. Het is eerder een netwerk van organisaties in de regio die de brug vormen tussen werkgevers en mensen met een beperking. Gemeenten hebben de lead. Werkgevers leveren een belangrijke bijdrage, ook bij de financiering. Het Werkbedrijf stelt samen met de werkgever de loonwaarde van iemand met een beperking vast. Het Werkbedrijf zorgt ook voor begeleiding op de werkplek.’

Betekent dat meer centralisatie bij de uitvoering?

‘Juist niet. Het is echt aan gemeenten zelf om de vorm van de samenwerking te bepalen. De situatie is overal anders. In Veendam of Heerlen kampen gemeenten van oudsher al met grote groepen in de bijstand en in de Sociale Werkvoorziening. In sommige delen van Limburg is het SW-bedrijf de grootste werkgever. De situatie in Limburg is onvergelijkbaar met die in Utrecht of Rotterdam.’

Bedrijven vrezen dat elke gemeente met eigen regelingen komt. Hoe wordt voorkomen dat werkgevers op ‘koopjes’ gaan jagen?

‘Ik zou niet over ‘koopjes’ willen spreken. Werkgevers kunnen natuurlijk niet met 408 gemeenten afzonderlijk in conclaaf gaan. Er moet een basispakket komen met instrumenten en voorzieningen zoals jobcoaches en aanpassing van de werkplek. Ook moeten er in de regio uniforme afspraken komen over collectieve detachering, de hoogte van de loonkostensubsidie en de vaststelling van loonwaarde.

De krapte op de arbeidsmarkt, die steeds
voorspeld is, wordt uitgesteld en uitgesteld

 

Aan de andere kant moeten gemeenten wel de vrijheid hebben maatregelen zelf in te vullen, omdat de werkgelegenheidssituatie overal anders is. Je wilt niet van tevoren alles dichttimmeren. Daarom beginnen we binnenkort in een aantal regio’s met pilots, bijvoorbeeld in Groot-Amsterdam, Twente, Rivierenland en Noordoost-Brabant. We willen van werkgevers en andere betrokkenen in de regio horen wat zij vanuit hun praktijk belangrijk vinden, wat landelijk en wat vooral lokaal moet worden geregeld.’

Geld en tijd zijn de belangrijkste bottlenecks?

‘Je moet voorkomen dat mensen een enkeltje bijstand krijgen, zoals FNV-voorzitter Ton Heerts dat noemt. Je kunt ook niet tegen gemeenten zeggen: zie maar hoe je het geld ophoest. In Amsterdam zijn de re-integratiemiddelen de afgelopen jaren tot een derde teruggebracht. Dit jaar leggen we al 7 miljoen euro toe op ons SW-bedrijf. De komende jaren loopt dat verder op door de rijksbezuiniging. Wat jobcoaches, aanpassingen op de werkplek en loonkostensubsidies betreft komt de gemeente al geld tekort. In andere gemeenten is dat niet anders.

Zonder al die hulpmiddelen wordt het voor werkgevers echter een moeilijk verhaal. Zij zijn van goede wil. Ze zeggen: wij zorgen wel voor werk, maar jullie moeten helpen bij de begeleiding. Ontzorging is het sleutelwoord, willen ze bereid zijn iemand met een beperking in dienst te nemen. Ook moeten we voldoende tijd krijgen de veranderingen uit te voeren.

Je kunt wel meteen alle Wajongers willen herkeuren, maar wat heeft dat voor zin als die banen er nu niet zijn? Dan zeg je in feite nu al: ga maar naar de bijstand.’

Toch kan het nog jaren duren voor de economie serieus aantrekt.

‘Ik had gehoopt dat er eerder krapte op de arbeidsmarkt zou ontstaan door de uitstroom van babyboomers. De cijfers laten een ander beeld zien.

Mensen werken langer door. En vertrekkende werknemers laten vacatures achter die niet worden opgevuld. De krapte die steeds voorspeld is, wordt uitgesteld en uitgesteld. Er wordt nu gesproken over 2020. Dat maakt de situatie ook voor werkgevers lastiger.’

‘We gaan boze tijden tegemoet’, zei econoom Flip de Kam recentelijk.

‘In mijn beleving zijn die boze tijden al begonnen. Er zijn zoveel mensen onzichtbaar naar de zijlijn geschoven. Het laatste woord is er nog niet over gezegd. Ik denk oprecht dat deze bezuinigingsopgave en de inhoudelijke doelstelling niet haalbaar zijn. Maar we zetten alles op alles om het te proberen’.

Wie is Andrée van Es?


Andrée van Es (60) is sinds 2010 voor Groen Links wethouder Werk en Inkomen en Participatie in Amsterdam. Ze is tevens voorzitter van de Werkkamer. Daarvoor werkte Van Es als directeur-generaal Bestuur en Koninkrijksrelaties bij het ministerie van Binnenlandse Zaken. Ze was ook lid van de commissie-Dijkstal, die de beloning van politici en topambtenaren onderzocht. Van Es is geboren in Den Haag. Ze studeerde rechten/bestuurskunde aan de Rijksuniversiteit Utrecht. Na haar studie was ze vele jaren Tweede Kamerlid, voor de voormalige PSP (Pacifistisch-Socialistische Partij), later voor Groen Links.

De Werkkamer

De Werkkamer is een bestuurlijk overleg van gemeenten, werkgevers en werknemers, die bekijken hoe de Participatiewet concreet kan worden uitgevoerd. Aan tafel zitten:

  • Andrée van Es (wethouder Amsterdam)
  • Jan Hamming (voorzitter Commissie Werk en Inkomen VNG) 
  • Andries Ekhart (gemeente Leeuwarden) 
  • Patrick Welman (gemeente Enschede) 
  • Michaël van Straalen (MKB-Nederland) 
  • Niek-Jan van Kesteren en Ton Schoenmaeckers (VNO-NCW) 
  • Gerard van der Grind (LTO) 
  • Leo Hartveld en Peter Wiechmann (FNV) 
  • Willem Jelle Berg (CNV) 
  • Nic van Holstein (MHP)

Peter Koppe (VNG) en Eddy Haket (Stichting van de Arbeid) vormen het secretariaat.

SERmagazine februari 2014

SERmagazine in PDF

Inhoudsopgave

Alles over het thema