Home | Publicaties | SERmagazine | 2011 | september 2011 | Ingrid Robeyns (Erasmus Universiteit) over sociale rechtvaardigheid

Ingrid Robeyns (Erasmus Universiteit) over sociale rechtvaardigheid

‘We hollen maar door’

De economie regeert. Maar volgens econome en filosofe Ingrid Robeyns, hoogleraar aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, zijn zachte, immateriële aspecten net zo belangrijk als de harde economische. Eind september sluit ze na vijf jaar een project af over Sociale Rechtvaardigheid en de Nieuwe Welvaartsstaat. ‘We moeten onszelf veel diepere vragen stellen.’

Elke van Riel

De welvaartsstaat moet grondig tegen het licht worden gehouden, vindt hoogleraar praktische filosofie én econome Ingrid Robeyns (39). In september rondt ze het project Sociale Rechtvaardigheid en de Nieuwe Welvaartsstaat af, waar ze sinds 2006 met twee andere Rotterdamse filosofen aan werkt. ‘Onze welvaartsstaat is ontstaan in een tijd waarin mensen een minder hoge levensverwachting hadden, vrouwen nog niet massaal werkten en er veel minder zzp’ers waren. Nu de omstandigheden veranderd zijn, moet opnieuw worden bekeken wat redelijk en rechtvaardig is.’
De afgelopen jaren verschenen verscheidene artikelen over het onderzoek, met name over een van de centrale thema’s: zorg. ‘Zorg is van even groot belang als betaalde arbeid, maar het is in onze maatschappij een ondergeschoven kindje.
In economische modellen staat zorg in de categorie vrije tijd, alsof het een hobby is. Daarmee krijgt het meteen een inferieure positie. Maar als je kijkt hoe mensen beslissingen nemen, blijkt dat ze aan zorg juist een hogere urgentie toekennen dan aan betaald werk.’

De overheid doet er alles aan om vrouwen meer aan het werk te krijgen.
‘Vanuit het belang van de overheid is dat inderdaad goed, met het oog op de vergrijzing en de belastinginkomsten.
Maar je kunt als overheid vrouwen niet zomaar opleggen dat zij economisch zelfstandig moeten zijn. Interessant is de vraag: waarom kiezen zoveel vrouwen voor een deeltijdbaan? Soms zijn er praktische barrières, maar er spelen zeker ook immateriële overwegingen mee. Veel mensen vinden twee voltijdbanen gewoon te stressvol en kiezen voor rust in huis, in plaats van voor meer welvaart. Dat is volledig rationeel, maar het past niet in puur economische modellen.’

Wat is er dan mis met die modellen?
‘Het koopkrachtplaatje staat daarin centraal. We kunnen berekenen welk effect maatregelen hebben op de koopkracht van groepen in de samenleving, maar we hebben geen maatstaf voor hoe de kwaliteit van leven hierdoor verandert. Hoe meet je bijvoorbeeld de hoeveelheid stress in een gezin?’
‘De overheid neemt haar beslissingen vooral vanuit economische motieven. In mijn optiek moeten we toe naar een breder welvaartsbegrip, waarbij we de niet-materiële dimensie in evenwicht brengen met de materiële, en de grenzen van de meetbaarheid erkennen.’

De SER gaat ook uit van een breder welvaartsbegrip. Herkent u dat in de adviezen?
‘Ik ken niet alle SER-adviezen, maar ik neem aan dat dit brede welvaartsbegrip daarin aan bod komt. Het ontbreekt in Nederland zeker niet aan adviezen. Punt is meer dat het zo lang duurt voordat er iets mee gebeurt. Er is bijvoorbeeld al zoveel geschreven over wat er nodig is om werkende ouders te faciliteren: brede scholen, kortere wachttijden in de kinderopvang. De knelpunten zijn bekend, toch krijgt de overheid er geen grip op. Blijkbaar is het geen prioriteit van de politiek.’

Zou een filosoof in de SER iets toevoegen?
‘Ik denk dat het heel goed zou zijn om een filosoof op te nemen in de SER. Filosofen zijn er namelijk in getraind om impliciete ideeën en normatieve aspecten in argumentaties te herkennen. In al ons beleid zitten uitgangsposities, maar doorgaans zien we die niet. Economie wordt vaak gezien als objectieve wetenschap, maar dat is niet zo. Economen zijn zich meestal niet bewust van de morele waarden in hun denken. Ze richten zich vooral op efficiëntie, effectiviteit en financiële duurzaamheid. Waarden als solidariteit en gemeenschapszin zijn uit de mode. Kwaliteit van leven wordt door economen zwaar materialistisch en vanuit een eenzijdig perspectief ingevuld. Maar als je kijkt naar: wat is goed voor mensen, wat is goed voor de samenleving of: wat is rechtvaardig, dan kunnen dingen er opeens heel anders gaan uitzien.’

Kunt u een voorbeeld noemen?
‘Neem het zwangerschapsverlof: meemoeders en vaders krijgen slechts twee dagen verlof bij de geboorte van hun kind. Moeders krijgen in totaal zestien weken, waarvan tien tot twaalf weken na de bevalling. De meeste moeders zijn medisch gezien na acht weken hersteld van de bevalling. Punt is dat de overheid hiermee het signaal blijft uitzenden dat vaderschap toch niet hetzelfde is als moederschap: dat vaders primair werkende mensen zijn en dat moeders de primaire verzorger van een kind zijn. Moeders worden hierdoor bijna gedwongen om te zorgen en vaders staan in de kou. Vrouwen hebben het kind gebaard en geven vaak borstvoeding. Maar als ze vervolgens zo lang thuiszitten, ontwikkelen ze allerlei zorgvaardigheden, en hebben ze daarin een voorsprong op mannen.’

Moet het verlof eerlijker verdeeld worden over beide ouders, of moeten vaders langer verlof krijgen?
‘Het tweede. Anders komen kinderen te kort en worden ouders nog zwaarder belast. Het voornaamste tegenargument tegen het wetsvoorstel van GroenLinks om vaders twee weken verlof te geven, was dat het te duur is. Ik begrijp wel dat de werkgevers niet staan te popelen om een langer verlof te betalen. Maar we zouden het ook via een collectief verzekeringssysteem kunnen regelen, of allemaal één verlofdag kunnen opgeven. Probleem is dat mensen willen houden wat ze hebben, ook al is het meer dan waar ze recht op hebben vanuit rechtvaardigheidsperspectief. Als er eenmaal regelingen zijn, verdedigt elke partij haar eigen belangen en verworvenheden.’ ‘Dat zie je ook aan de discussies over de verhoging van de pensioenleeftijd en de hypotheekrenteaftrek. Die hypotheekrenteaftrek kost weldra per jaar 15 miljard, terwijl alle economen het erover eens zijn dat de aftrek inefficiënt is, omdat het prijsmechanisme op de woningmarkt zijn werk niet meer kan doen. Het geld dat nu naar de hypotheekrenteaftrek gaat, zou beter aangewend kunnen worden voor maatregelen die een duurzame economie stimuleren en de levenskwaliteit van de bevolking bevorderen. De aftrek is bovendien onrechtvaardig, want hij bevoordeelt de mensen met de duurste huizen en de hoogste inkomens. Toch wordt de regeling niet afgeschaft. Maar dit kabinet gaat wel 300 miljoen bezuinigen op passend onderwijs. Dat is vanuit moreel oogpunt niet rechtvaardig.’

Waarom niet?
‘Elke plausibele rechtvaardigheidstheorie zegt: als je benadeeld bent in het leven, als je in een zwakke positie zit en daar zelf helemaal niets aan kunt doen, dan moeten we met z’n allen zorg voor je dragen. Blijkbaar stappen we van dat principe af. De bezuiniging is nu een jaar uitgesteld, waarbij de minister met het argument kwam dat er gewerkt zal worden aan meer draagvlak. Ik zie niet hoe dat zou kunnen, voor een maatregel die de samenleving minder menselijk maakt.’

Zou het regeringsbeleid ethisch getoetst moeten worden?
Lacht: ‘Ja, een goed idee. Maar daar zit in ieder geval de huidige regering absoluut niet op te wachten. Er wordt wel getoetst of wetten in lijn zijn met de Grondwet, maar een volledig ethisch en rechtvaardig beleid vergt meer dan enkel de Grondwet respecteren. In sommige landen, waaronder Hongarije, bestaan overheidscommissies die alle beleidsplannen beoordelen vanuit het perspectief van toekomstige generaties. Iets dergelijks zou je kunnen doen vanuit het perspectief van gezinnen in het spitsuur van hun leven en ouderen in verzorgingstehuizen. Zij hebben daar zelf geen tijd en energie voor. Kritisch naar de samenleving kijken, dat zie ik ook als een maatschappelijke taak van wetenschappers, maar de universiteit wordt steeds meer als een bedrijf gezien. Over tien jaar zit hier misschien niemand meer om dit verhaal te vertellen.’

U verwacht niet veel van politici?
‘De meesten denken vooral aan de korte termijn: behoud van koopkracht, economische groei, de belangen van het bedrijfsleven. En aan de verkiezingsuitslag. Daarom wil een meerderheid zich niet branden aan de hypotheekrenteaftrek. De kracht van de traditie is zo sterk, dat we het bestaande systeem steeds hooguit wat aanpassen en dat we ons vooral op urgente vragen op de korte termijn richten. We zouden wat vaker met een afstandelijke blik moeten kijken en onszelf veel meer fundamentele vragen moeten stellen.’

Fundamentele vragen als?
‘Draagt een verdere economische groei nog bij aan kwaliteit van leven? Moeten we onderwijs zien als een investering in onze arbeidstoekomst, of gaat onderwijs naast training ook over vorming? En wat zijn in al dit soort vraagstukken de waarden die we belangrijk vinden? Veel mensen zijn eenzaam; professioneel verzorgenden staan onder zodanige tijdsdruk dat ze geen praatje meer kunnen maken met de mensen die ze verzorgen. Je ziet overal een micromanagementstructuur ontstaan: aangenomen wordt dat sectoren beter gaan draaien als er veel regels zijn en mensen constant rapportages schrijven. Als je daarvan een beetje afstand zou nemen, zie je dat het absurd is. En toch hollen we maar door.’ 

Wie is Ingrid Robeyns?
Prof. dr. Ingrid Robeyns (1972) studeerde economie in Leuven en promoveerde in Cambridge op het proefschrift Gender Inequality. A Capability Perspective. Haar promotor was Amartya Sen, winnaar van de Nobelprijs voor de Economie (1998). Vervolgens studeerde ze in Engeland filosofie. Sinds september 2008 is ze hoogleraar praktische filosofie aan de faculteit wijsbegeerte van de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Ze is lid van de Jonge Akademie van de KNAW. Robeyns doet onderzoek op het raakvlak van de analytische politieke filosofie, ethiek, economie en genderstudies en houdt zich vooral bezig met rechtvaardigheidsvraagstukken. Voor het onderzoek Sociale rechtvaardigheid en de nieuwe welvaartsstaat ontving zij een Vidi-beurs van NWO, bedoeld voor vernieuwend onderzoek door gepromoveerden. Robeyns heeft twee zonen van 3 en 5 jaar.

SERmagazine september 2011

SERmagazine in PDF

Inhoudsopgave

Alles over het thema