Verkenning ontplooiingskansen jongeren: Overvraag ons niet

Zijn jongeren voldoende toegerust om zich te kunnen ontplooien en een zelfstandig bestaan op te bouwen? In een verkenningsaanvraag verzoekt minister Wouter Koolmees van SZW de SER dat te onderzoeken. Het SER-Jongerenplatform krijgt hierin een belangrijke rol en is daar blij mee.

Felix de Fijter

Steeds meer jongeren maken schulden. Daarnaast hebben ook jongeren te maken met meer prestatiedruk en werkstress. Het aantal burn-outs onder jongeren neemt toe, de intensiteit van hun sociale leven ook, een huis vinden is moeilijk en een hypotheek krijgen nog moeilijker. Stuk voor stuk factoren die het moeilijk maken een zelfstandig bestaan op te bouwen en het leven op de rails te krijgen, zo klinkt het geregeld. Die analyse heeft minister Koolmees ook bereikt en hij vroeg de SER – en dan met name het SER-Jongerenplatform – om een verkenning. Daar is het SER-Jongerenplatform heel blij mee, zegt voorzitter Luce van Kempen, die tevens voorzitter van de Nationale Jeugdraad is. Aan tafel met Semih Eski (voorzitter CNV Jongeren), Tom van den Brink (voorzitter Interstedelijk Studentenoverleg) en Hasher Ahmadi (voorzitter AWVN Young HR) kijkt ze vast vooruit op hun verkenningstocht.

‘Ik was een tijdje geleden bij een bijeenkomst waarbij ik uitlegde dat jongeren het vandaag de dag niet gemakkelijk hebben’, zegt Van Kempen. ‘En toen stond er een grijze, oudere man op. “Een prima verhaal. Heel zielig allemaal, maar toen ik jong was, hadden we ook met woningnood te kampen”, zei hij. Kijk, zo’n reactie begrijp ik wel, maar toch zie je de situatie dan verkeerd. We hoeven niet gepamperd te worden, we zijn niet sneu, maar er komt wel heel veel op ons af.’

Kwetsbaar

Eski is het daar roerend mee eens. Hij is sinds 2016 als voorzitter van CNV Jongeren betrokken bij het jongerenplatform. ‘Je mag veel van ons vragen, maar óvervraag ons niet. We hoeven niet de “winnaar” te worden, maar dat betekent niet dat we dan maar de “verliezer” moeten zijn.” Toch is dat het scenario dat boven de hoofden van de jonge generatie hangt’, zegt hij. ‘Niet voor niets heeft de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid jongeren als een nieuwe kwetsbare groep geoormerkt.’

Van den Brink: ‘Sinds de invoering van het sociaal leenstelsel is de tendens vanuit de overheid dat je de schulden die je maakt om je studie te bekostigen, moet zien als een investering in je eigen toekomst. Maar wij vinden dat de overheid moet investeren in mensen. Er is prestatiedruk, financiële druk. Van studenten wordt verwacht dat ze sneller afstuderen, maar ze moeten zich ook internationaal oriënteren en een bestuursjaar bij de studentenvereniging is een belangrijke plus voor je ontwikkeling. Lange tijd bestond het beeld dat jongeren zich gemakzuchtig wentelen in een zesjescultuur. Maar als die er al was, is dat nu echt wel verleden tijd.’

‘Veel jongeren ervaren druk’, zegt ook Ahmadi, die sinds een kleine twee maanden voorzitter van AWVN Young HR is. ‘En dat heeft ook alles te maken met technologische en aanverwante ontwikkelingen in de maatschappij en op de arbeidsmarkt. We moeten altijd maar bereikbaar zijn, ons ‘perfecte leventje’ etaleren op sociale media, ons enerzijds blijven ontwikkelen en anderzijds financieel gezond blijven en ga zo maar door.’

Hele plaatje

‘Het is een giftige cocktail’, resumeert Van Kempen. ‘Eén van de redenen waarom we als SER-Jongerenplatform graag een rol hebben bij de verkenningsaanvraag, is dat de discussie vaak op die verschillende deelonderwerpen gevoerd wordt. Wij vinden het juist belangrijk om het hele plaatje in ogenschouw te nemen. Als je bedenkt dat één op de twaalf jongeren “psychisch ongezond” is, en dat 75 procent van de jongeren psychische klachten ondervindt, dan lijkt me dat ook gerechtvaardigd.’

We gaan jongeren opzoeken, offline: via dialoogtafels, en online: via nieuwe vormen van consultatie

Paradoxen

De veelzijdigheid aan vraagstukken maakt het antwoord op de vraag van de minister ook best ingewikkeld, denken de vier. Ahmadi: ‘We kunnen het hebben over de flexibilisering van de arbeidsmarkt, maar die is aan de orde van de dag. Belangrijker is de vraag: hoe zorgen we voor werk? Hoe gaan we dat opnieuw organiseren?’ ‘De samenhang telt’, zegt Eski. ‘Al die verschillende beleidsdomeinen op zichzelf, daar kunnen we het over hebben, maar daar gaat het ons in essentie niet om. Belangrijker is dat we het in zijn verband zien.’

En in dat ‘verband’ zien de vier een aantal paradoxen. Van den Brink: ‘Enerzijds zegt het ministerie van OCW dat lenen voor je studie een investering is in de toekomst. Anderzijds zegt het ministerie van SZW, een paar deuren verderop, dat jongeren vooral niet zoveel schulden moeten maken. Eski vult aan: ‘Ook nemen burn-outs en werkstress bij jongeren toe, terwijl er sprake is van een personeelstekort. Dan denk ik: neem mensen aan en biedt zekerheid.’

Ahmadi vindt het mooi om te zien dat jongeren over dat soort zaken ook steeds proactiever het gesprek aangaan. ‘Een aantal jonge accountants bijvoorbeeld, sprak zich onlangs in Het Financieele Dagblad gezamenlijk uit over de veel te hoge werkdruk. Er is in meer sectoren een cultuuromslag nodig, om dat soort zaken, maar bijvoorbeeld ook die scheiding tussen werk en privé, openlijk te kunnen bespreken.’

Stem geven

De eerste stap in de verkenning is dat het SER-Jongerenplatform de voelsprieten gaat uitsteken. Van Kempen: ‘We gaan jongeren opzoeken, offline: via dialoogtafels, en online: via nieuwe vormen van consultatie. Zo proberen we jongeren een stem te geven. Hoe zien zij het? Wat ervaren zij? Waar lopen zij tegenaan?’ Eski: ‘We hebben vooraf niet een blauwdruk: zo moet het volgens ons. Nee, het vertrekpunt is de vraag wat jongeren nodig hebben.’ Van den Brink: ‘Dat is de kracht van deze verkenning. We gaan niet meteen naar de oplossingen toe, maar staan ook stil bij de beschouwing van de problematiek.’ Ahmadi: ‘En dan kan het ook best zijn dat we tot de conclusie komen dat het meevalt. Het is daarom belangrijk de bevindingen met data en input van jongeren te onderbouwen.'

Van Kempen hoopt dat er, mede dankzij de verkenning, een correctie komt op het beeld dat jongeren alleen maar hoogvliegers willen zijn die het vooral leuk moeten hebben. ‘Dat is gewoon niet zo. Jongeren weten dat het leven niet alleen rozengeur en maneschijn is, ze vinden het niet erg om het een paar jaartjes minder goed te hebben, maar ze willen ook aan hun toekomst werken.’

‘Als deze inventarisatie is afgerond’, zegt Van den Brink, ‘dan hoop ik dat elk Kamerlid en elke minister die erbij betrokken is de verkenning gebruikt als er over de ontplooiingskansen van jongeren gesproken wordt. En dat we kunnen zeggen: kijk, dit is de werkelijkheid. Zo zit het in elkaar en daar moeten we wat aan doen.’


SER-voorzitter Mariëtte Hamer: ‘Belangrijk dat jongeren meepraten’

‘Het SER-Jongerenplatform bestaat sinds 2015. Het is opgericht om meer vaste vorm te geven aan het betrekken van jongeren bij het werk van de SER. Het platform komt regelmatig bij elkaar en denkt mee over adviestrajecten. Nu gaat het Jongerenplatform een verkenning over ontplooiingskansen van jongeren voorbereiden. Het werkt daarbij samen met een klankbordgroep vanuit de SER. De SER zal de verkenning vaststellen. Ik vind het heel belangrijk om jongeren bij ons werk te betrekken, om zo ook vanuit hun perspectief de ontwikkelingen te bekijken. Het gaat hier om een onderwerp dat de jongeren direct raakt, en ik zie dan ook dat de jongeren deze verkenning met veel enthousiasme aanpakken!’


SERmagazine december 2018 / januari 2019