Jacco Vonhof, nieuwe voorzitter MKB-Nederland: ‘Zó goed gaat het niet met de economie’

Jacco Vonhof is afgelopen september aangetreden als nieuwe voorzitter van MKB-Nederland. Zijn topprioriteiten zijn de organisatie weer smoel te geven, de regio te vertegenwoordigen in Den Haag en samen met de andere sociale partners een antwoord te geven op de arbeidsmarktproblematiek.

Trudy van Dijk

De carrière van Jacco Vonhof is als de Amerikaanse droom. Hij schopte het van glazenwasser in Zwolle tot vertegenwoordiger van ruim 170.000 kleine en middelgrote bedrijven in heel Nederland. In de tijd daartussen zette hij zijn eigen schoonmaakbedrijf op dat inmiddels tweeduizend medewerkers telt. Ook was hij onder meer voorzitter van VNO-NCW Midden. Zijn eigen verklaring voor de loop van zijn carrière is bescheiden. Lachend: ‘Ik vind het moeilijk om néé te zeggen.’

Is het ondernemerschap u met de paplepel ingegoten?

‘Dat niet. Hoewel mijn opa wel een eigen kapperszaak had. Ik vraag mijzelf weleens af of ik zelfs wel een echte ondernemer ben. Ja, ik ben een ondernemend type en heb een mooi bedrijf opgebouwd, maar ik heb niet de focus die ik met echte ondernemers associeer. Mij overkomen dingen en daar reageer ik op. Ik heb vaak onbewust bekwaam beslissingen genomen die heel goed uitpakten. Eigenschappen die mij typeren? Ik ben nieuwsgierig en wil graag mensen verbinden. Het voortouw nemen, zaken tot actie brengen, dáár ben ik van.’

Eerder was u voorzitter van VNO-NCW Midden, wat neemt u daarvan mee?

‘Ik was wel gewend operationeel leiding te geven, maar als voorzitter heb je een heel andere rol. Je moet als voorzitter veel meer alle belangen wegen en vervolgens de uiteindelijke beslissing nemen. Ook ben je als voorzitter van een vereniging wat minder autonoom om je eigen keuzes te maken, dan in een bedrijf. Je staat voor de belangen van je leden. Dat heb ik bij VNO-NCW Midden goed geleerd.

Voordat ik voorzitter werd, dacht ik overigens altijd dat het verstandiger was om in een bestuur gewoon lid te zijn en geen functie te bekleden. Daar ben ik van teruggekomen. Als voorzitter kun je de dingen doen waar het echt om gaat. Mits je natuurlijk, zoals ik, ondersteund wordt door een goede werkorganisatie.’

Ondernemers hebben zekerheid nodig, dan krijgen ze vleugels en durven ze beslissingen te nemen

Hoe verliep het sollicitatieproces voor uw huidige functie? Bent u gevraagd?

‘Ik kwam al geregeld in de Malietoren in Den Haag, waar VNO-NCW en MKB-Nederland beide gevestigd zijn, omdat ik een plek had in het dagelijks bestuur van VNO-NCW. Ik kende dus de verhoudingen en heb ook het vertrek van mijn voorganger meegemaakt. Ergens in de zoektocht naar een opvolger werd ik gepolst. Zo kwam ik eerst op een longlist en daarna op een shortlist terecht. Het verliep allemaal redelijk vlot: na twee gesprekken was het rond.’

Uw voorganger vertrok omdat er te weinig ruimte was om aan een eigen profiel te werken voor MKB-Nederland naast VNO-NCW. In hoeverre zal onder uw hoede MKB-Nederland gelijk optrekken met VNO-NCW en waar zal MKB-Nederland een eigen geluid laten horen?

‘Het idee leeft dat wij minder zichtbaar zijn dan VNONCW, wij zouden “het ondergeschoven kindje” zijn. Wij zijn vergeleken met VNO-NCW echter groter als het gaat om het aantal ondernemers in Nederland en de werkgelegenheid die wij bieden: wij zijn een factor om rekening mee te houden. Wat mij betreft is het tijd dat verhaal te vertellen, ook in de regio. We trekken samen met VNO-NCW op waar de belangen gelijk zijn, maar gaan apart waar dat nodig is. Er is veel dat ons bindt, maar de prioriteiten liggen vaak anders. Sommige onderwerpen spelen sterker in het mkb en bepaalde wet- en regelgeving pakt anders uit in een klein bedrijf dan in een grote onderneming.’

Wat heeft voor u topprioriteit voor MKB-Nederland?

‘Wat de vereniging betreft gaat het om meer eigen smoel en versterking in de regio. Ik wil veel meer de verhalen van ondernemers in de regio naar Den Haag brengen, want er is ook nog een werkelijkheid naast die van het Haagse. Mijn kennismakingsronde is bijna afgerond. Nu is het tijd om een agenda voor onszelf te maken, met onderwerpen waar ondernemers het meest van wakker liggen.’

Welke onderwerpen zijn dat?

‘Het echte probleem is de arbeidsmarkt in al zijn facetten. Dat de vraag naar werknemers en het aanbod van werknemers niet overeenkomen bijvoorbeeld. Maar ook de gevolgen van robotisering voor de arbeidsproductiviteit en de vraag wat de opkomst van de platformeconomie betekent voor de manier waarop wij zaken organiseren. We moeten met elkaar aan de slag met de arbeidsmarkt van de toekomst. Vooral de tekorten aan mensen en de mismatch tussen vraag en aanbod, kunnen een rem geven op de groei van bedrijven. Terwijl groei noodzakelijk is om te kunnen blijven investeren, bijvoorbeeld in verduurzaming.’

Maar het gaat toch juist goed met Nederland?

‘We roepen soms te veel dat het goed gaat met de economie. Veel bedrijven maken inderdaad meer omzet, maar ze maken niet meer winst. Dat baart me wel zorgen. Uiteindelijk moet er onder de streep wel geld overblijven om te investeren, om problemen aan te kunnen pakken. Je moet niet vergeten dat de lasten van bedrijven nog steeds stijgen.’

U zal wat dat betreft wel blij zijn dat de dividendbelasting niet is afgeschaft en de vennootschapsbelasting alsnog verlaagd wordt?

‘Blij zijn dat de afschaffing niet is doorgegaan omdat Unilever zijn Britse hoofdkantoor niet naar Nederland verhuist, is verkeerde vreugde. Wij willen grote bedrijven graag hierheen halen en hier houden. Wel is het zo dat bij mkb-ondernemers het gevoel leefde dat de rekening voor de afschaffing van de dividendbelasting bij hen lag. Toen die maatregel niet doorging hebben wij ons ervoor ingezet dat dit geld voor een groot deel naar het mkb ging. Dat is gelukt.’

Investeren ze dat geld dan ook?

‘Zeker. Mkb’ers gaan niet voor het snelle geld, maar voor continuïteit en duurzaamheid. Ze zien een gezond bedrijf als hun pensioenvoorziening. Ze denken niet alleen na over morgen, maar vooral ook over hoe hun bedrijf er over tien jaar uit zal zien. En familiebedrijven werken bijvoorbeeld naar het moment toe dat hun zoon of dochter klaar is om het bedrijf over te nemen.’

Hoe ervaart u MKB-Nederland tot nu toe?

‘Ik vind het prachtig wat ik hier allemaal herken. MKB-Nederland is een verzamelclub van echte ondernemers: mensen die nog elke nacht wakker liggen van de kansen en bedreigingen die op hun bordje liggen. Zelf heb ik alle stadia die je als mkb’er mee kunt maken, doorlopen. Ik begon alleen als glazenwasser, nam mensen aan en groeide van een bedrijf met tien man personeel uit tot een mkb-bedrijf met tweeduizend medewerkers.’

Is dat nog wel een mkb-bedrijf te noemen?

‘In de schoonmaakbranche is mijn bedrijf middelgroot als het gaat om het aantal medewerkers. En als je mijn bedrijf vergelijkt met mijn buurman die een ICT-bedrijf heeft met twintig man personeel, ligt mijn omzet lager.’

U bent als voorzitter van MKB-Nederland ook lid van de SER. Wat vindt u van de SER?

‘Ik vind de SER een heel bijzonder instituut. Ik ben zelf een kind van de polder. Alle minister-presidenten die ik heb meegemaakt hadden veel aandacht voor samenwerking tussen werknemers- en werkgeversorganisaties. Dat heeft ons land veel gebracht.

De belangrijkste opbrengst is de sociale rust die dankzij het poldermodel is ontstaan. We mogen het oneens zijn en kunnen tegelijkertijd vertrouwen op de werking van de afspraken tussen werkgevers en werknemers. Voorspelbaarheid is voor ondernemers ontzettend belangrijk. Als ondernemers op afspraken kunnen vertrouwen en zekerheid hebben, krijgen ze vleugels en durven ze beslissingen te nemen.

Ik vind wel dat we elkaar soms te lang bezighouden. Neem de pensioenen. Die discussie duurt al zo lang en houdt al het andere tegen. Ik hoop dat we er alsnog uit komen. En dan moeten we het gaan hebben over de toekomst van de arbeidsmarkt en onze sociale zekerheid. Dat zeg ik overigens als fan van de SER. Er gebeuren heel goede dingen als je je met elkaar ergens voor inzet.’

Tot slot. Zeemt u nog wel eens een raam?

‘Afgelopen weekend nog. Mijn vrouw zegt wel eens: ik heb de enige man die zijn werk niet mee naar huis neemt. Dan weet ik dat ik de trekker en zeem moet pakken.’


Wie is Jacco Vonhof?

Jacco Vonhof (1969) studeerde een blauwe maandag Rechten aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij hield het echter vrij snel voor gezien, kocht een ladder en een bestelbusje en besloot glazenwasser te worden. Zijn eenmanszaak in Zwolle breidde hij in de loop der jaren uit tot een middelgroot schoonmaakbedrijf dat actief is in Midden- en Noord-Nederland. Vonhof was eerder, onder meer, bestuurslid van brancheorganisatie OSB (Ondernemersorganisatie Schoonmaak- en Bedrijfsdiensten) waarvoor hij ook de cao-onderhandelingen deed, lid van de landelijke adviesraad van het UWV en bestuurslid van Nazorg-centrum Intermezzo in Zwolle. Van 2013 tot 2018 was hij voorzitter van VNO-NCW Midden.

Vonhof is sinds september 2018 voorzitter van MKB-Nederland en sindsdien lid van de SER.