Keuzes en prioriteiten voor Europa: op weg naar een diepere en eerlijkere interne markt

De Europese markt verandert snel. Dat betekent dat Nederland keuzes moet maken en prioriteiten moet stellen. Hoogleraar Sybe de Vries pleit in dat kader voor meer aandacht voor de sociale doelen van Europa.

Corien Lambregtse

Op verzoek van het kabinet werkt de SER aan een advies om tot een ‘diepere en eerlijkere interne markt’ te komen. De opdracht ‘dieper en eerlijker’ die het kabinet zichzelf stelt, klinkt haast filosofisch. Toch is de betekenis behoorlijk doelgericht. Het ‘diepere’ slaat op het wegnemen van belemmeringen voor het vrije verkeer van goederen en mensen binnen Europa. Het ‘eerlijker’ gaat over het streven dat alle burgers in gelijke mate van de interne markt profiteren.

Eerlijker

Welk perspectief heeft professor Sybe de Vries, hoogleraar EU internemarktrecht en grondrechten aan de Universiteit Utrecht, op deze
opdracht? ‘Juist op het gebied van “eerlijker” heeft Europa nog heel wat werk te doen’, zegt hij. ‘Het probleem van de interne markt is dat de voordelen niet in gelijke mate bij alle burgers terechtkomen. Er zijn mensen en bedrijven die profiteren van het vrije verkeer van goederen en diensten, anderen hebben er schade van. Als dat scheef blijft lopen, kan het ertoe leiden dat mensen zich achtergelaten voelen en zich daarom van Europa afkeren, zoals in het Verenigd Koninkrijk is gebeurd. Dat is spijtig. De Europese Gemeenschap heeft vanaf het begin niet alleen een economisch, maar ook een sociaal doel gehad. Mensen mogen verwachten dat hun sociale grondrechten binnen de EU worden beschermd.’

Sociale grondrechten

Die sociale grondrechten staan in het Handvest van de grondrechten. Dit handvest werd in 2009 samen met het Verdrag van Lissabon juridisch bindend. Naast politieke en burgerlijke rechten, zoals het recht op privacy en bescherming van persoonsgegevens, staan er in het handvest sociale of sociaal getinte grondrechten. Dit zijn bijvoorbeeld het recht op veilige arbeidsomstandigheden, collectieve onderhandelingen over arbeidsovereenkomsten en preventieve gezondheidszorg.

Lidstaten kunnen de sociale grondrechten van hun burgers beschermen doordat elke lidstaat binnen een bepaalde bandbreedte zijn eigen regels en sociaal beleid bepaalt. Hoe groot die bandbreedte mag zijn, is enerzijds onderwerp van politiek debat tussen de lidstaten, en wordt anderzijds bepaald door Europese regels.

Beperkte bevoegdheden

De Vries: ‘Het probleem met veel Europese sociale grondrechten is dat ze niet zomaar juridisch afdwingbaar zijn voor een rechter. Dit in tegenstelling tot andere grondrechten uit het Handvest die wel juridisch afdwingbaar zijn’, legt De Vries uit. ‘Vindt een burger bijvoorbeeld dat een Europese wet inbreuk maakt op de bescherming van privacy en persoonsgegevens? Dan kan hij in principe via de nationale rechter naar het Europese Hof stappen. De afgelopen jaren is gebleken dat deze grondrechten voor het Europese Hof heel zwaar wegen. Maar voor sociale grondrechten ligt dit anders. Hier is de Europese wetgever aan zet, die heeft echter slechts beperkte bevoegdheden op dit terrein.’

Spanning

Het Hof kan overigens alleen een uitspraak doen als er een relatie is tussen nationale wetgeving en Europees recht. ‘Stel dat een lidstaat een wet aanneemt die in strijd is met de Europese waarden, zoals nu in Hongarije en Polen gebeurt. Dan heeft het Handvest alleen geldingskracht als deze wet binnen de reikwijdte van Europese regels valt. Anders staat het Hof bijna altijd machteloos.’

De grote vraag is hoe groot de rol van de rechtspraak mag zijn ten opzichte van de politiek en dus de democratie. Daar zit een spanning tussen. De Vries: ‘Er bestaat consensus over de standaarden van de rechtsstaat. De politieke uitwerking is echter in de lidstaten verschillend. Aan die standaarden mag geen enkele lidstaat tornen, anders wordt de legitimiteit van Europa ondermijnd.’

Bescherming burgers

De Vries benadrukt dat het kabinet zich niet alleen op de economische kant, maar ook op de sociale kant van Europa zou moet richten. ‘Wat doen we tegen de toenemende ongelijkheid, hoe zorgen we voor eerlijke arbeidsvoorwaarden? En hoe gaan we om met vraagstukken als vergrijzing en klimaatverandering? De sociale markteconomie gaat over veel meer dan alleen het wegnemen van de belemmeringen voor de interne markt.’

Juist op het gebied van ‘eerlijker’ heeft
Europa nog heel wat werk te doen

De moeilijkheid is dat de bevoegdheid voor sociale wetgeving vooral bij de lidstaten zelf ligt. De Vries vindt dat het tijd wordt om over die bevoegdheidsverdeling na te denken. ‘Laten we het erover hebben of het wenselijk is om de bevoegdheden van Europa uit te breiden als het over de sociale pijlers van Europa gaat. Als Europa duidelijk maakt dat álle burgers op sociale bescherming kunnen rekenen en dus ook allemaal van Europa profiteren, voorkomt dit dat groepen mensen zich achtergesteld voelen.’