Home | Publicaties | SER-adviezen | 2010 - 2017 | 2014 | Consultatief overleg EU-Voorjaarstop 2014

Consultatief overleg EU-Voorjaarstop 2014

5 maart 2014

Betrek sociale partners vroegtijdig bij het Europese Semester

Minister Kamp van Economische Zaken heeft de SER geconsulteerd ter voorbereiding op de Europese Voorjaarstop die op 20 en 21 maart 2014 in Brussel plaatsvindt. Op de voorjaarstop stelt de Europese Raad de prioriteiten vast voor het sociaal-economisch beleid van de EU en de lidstaten. Mede op basis van deze prioriteiten gaat Nederland zijn volgende nationale hervormingsprogramma opstellen. Er is ook een relatie met de landspecifieke aanbevelingen die in de zomer worden vastgesteld. Minister Kamp sprak in SER-verband met de voorzitters van organisaties van werkgevers en werknemers.

SER-voorzitter Wiebe Draijer verwees naar de gemeenschappelijke punten die sociale partners en kroonleden ter voorbereiding van het overleg hebben opgesteld. De vier hoofdonderwerpen zijn:
1. de aansturing van het sociaal-economisch beleid en de sociale dialoog; 2. de financiering van het MKB en de Europese bankenunie; 3. de versterking van het groeivermogen via de interne markt, industriebeleid, kennis en energie, en 4. het vrij verkeer van werknemers en diensten.

Minister Kamp schetste de centrale positie die de Voorjaarsraad in het Europese Semester inneemt. Het Europees Semester coördineert op EU-niveau het budgettaire en economische beleid van de lidstaten. Deze coördinatie is en wordt terecht verdiept en de Europese Commissie speelt hier een goede rol. Zo heeft ook Nederland nuttige aanbevelingen gekregen. Nederland is op de goede weg om deze aanbevelingen (op zijn eigen manier) op te volgen.

De FNV vraagt aandacht voor de verdieping van de sociale dimensie in Europa en voor sociale onevenwichtigheden (zoals de hoge werkloosheid). Betrokkenheid van sociale partners is in Nederland gebruikelijk. Als we dat hier van belang vinden, dan is het zaak sociale partners in andere eurolanden ook in staat te stellen om een rol te vervullen. Het Refit-programma beoogt de administratieve lastendruk voor het bedrijfsleven te verlagen. Dat is een mooi streven, maar dan is het vreemd om regels voor de bescherming van werknemers af te willen schaffen die eerder mede op aandringen van ons land zijn ingesteld.

Het CNV wijst op de zorgen in zijn achterban op het gebied van uitbuiting van buitenlandse werknemers en verdringing op de Nederlandse arbeidsmarkt. Het Sociaal Akkoord benoemt schijnconstructies. Daarnaast maken bestaande regels voor vrij verkeer van diensten (de detacheringsrichtlijn) het mogelijk om op een legale manier het Nederlandse CAO-loon te onderbieden.

Het MHP signaleert dat het Europese Semester steeds dwingender wordt voor het beleid in Nederland. In die situatie is het ook van belang dat sociale partners beter bij de beleidsvoorbereiding worden betrokken. Voor het behoud van hoogwaardige werkgelegenheid in Nederland is het ook van belang dat buitenlandse kenniswerkers hier welkom zijn. Anders gaan sectoren hun productie verplaatsen naar het buitenland.

MKB Nederland en VNO-NCW vragen samen aandacht voor de financiering van het midden- en kleinbedrijf. Die is nu problematisch. De bankenunie waar nu aan wordt gewerkt moet een solide invulling krijgen. Europa heeft een structurele groeiagenda nodig, met nadruk op industriebeleid . Energie-intensieve sectoren hebben er last van dat er nog steeds geen sprake is van een Europese energiemarkt. Europa moet de CO2-reductiedoelstellingen halen; Nederland moet daar geen schepje bovenop doen. Het is efficiënter om via extra R&D-inspanningen de CO2-uitstoot te verlagen.

LTO Nederland heeft waardering voor de manier waarop de EU de eurocrisis heeft opgelost. De bankenunie is een belangrijk onderdeel. Nu betalen MKB-ondernemers in Duitsland een veel lagere rente dan in Nederland. Versterking van de sociale dimensie is nodig. Het is goed dat Duitsland een wettelijk minimumloon krijgt. Daardoor is er minder ruimte voor oneigenlijke concurrentie. Nederland moet meer inzetten op kwaliteit, kennis en innovatie. Dat vraagt om een goede publiek-private samenwerking, zeker nu de productschappen worden afgeschaft.

De kroonleden hebben het belang van een solide bankenunie benadrukt. Alleen dan kan de wederzijdse gijzeling van zwakke eurolanden en zwakke banken worden doorbroken. Het gemeenschappelijk toezicht moet echter nog van een effectief besluitvormings- en afwikkelingsmechanisme worden voorzien in combinatie met een stevige basis voor een gezamenlijk fonds. Nederland heeft last van nog bestaande fricties op de interne markt. Die belemmeren onze exportmogelijkheden en daarmee onze economische groei. Zo bestaat er nog geen echte interne markt voor financiële diensten. Het moet voor een Nederlands bedrijf ook mogelijk zijn om een bankrekening in Oostenrijk te openen. Ook verzekeraars en andere financiële dienstverleners ondervinden nu nog te veel belemmeringen bij het werven van klanten over de grens. Daarom is het nodig om uiteenlopende en beperkende nationale regels te vervangen door geharmoniseerde Europese regels. Voor een goede discussie met de sociale partners is van belang dat het kabinet aangeeft welke punten het zelf wil inbrengen op de EU voorjaarstop.

Minister Kamp onderschrijft de wenselijkheid om binnen het Europees Semester aan het sociale aspect aandacht te geven. Hij signaleert dat hier momenteel de nodige aandacht naar uitgaat, mede dankzij de recente belangrijke stappen ter versterking van de aandacht voor sociale aspecten. De minister is het eens met de wens van sociale partners om breed en vroegtijdig betrokken te worden bij de invulling van het sociaal-economische beleid. Dat is goed voor Nederland en is ook voor andere lidstaten een goede praktijk. Als we de werkloosheid willen terugdringen is het wel van belang dat werklozen in Nederland beschikbaar zijn en op vacatures solliciteren, zodat werkgevers niet, zoals nu veel gebeurt, veel van hun vacatures hoeven in te vullen met buitenlandse werknemers. Het is van belang dat mensen zelf verantwoordelijkheid nemen voor hun arbeidsmarktperspectieven door o.a. perspectiefrijke studiekeuzes en een leven lang leren. De minister geeft aan zich te zullen inzetten voor het aantrekken van voldoende kenniswerkers in Nederland, het techniekpact is hiervan een goed voorbeeld. Als de detacheringsrichtlijn onderbieding van Nederlandse CAO-lonen mogelijk maakt, dan moeten we daar alert op zijn. De regering heeft grote inspanningen geleverd om de financiering van het MKB op peil te houden, om te beginnen door Nederlandse banken overeind te houden.

De voorzitter sluit af met de vaststelling dat volgens de SER de Europese Unie weliswaar materiële vooruitgang heeft geboekt, maar dat voor verdere duurzame welvaartsgroei Europa niet af is. Dit vraagt om een proactieve agenda met een belangrijke rol voor sociale partners in de afzonderlijke lidstaten en op EU-niveau.