Home | Publicaties | SER-adviezen | 2010 - 2017 | 2011 | Ontwikkeling door duurzaam ondernemen

Ontwikkeling door duurzaam ondernemen

Advies nr. 2011/10: 16 september 2011 (Commissie Ontwikkelingssamenwerking)

De SER heeft een unaniem advies uitgebracht over duurzame ontwikkeling in ontwikkelinglanden, het belang van de private sector hierbij en de bijdragen hieraan vanuit Nederland.  

Download:Volledig advies (2607 kB)Samenvatting (78 kB)

Bijdragen aan lokale private sector en volwaardig werk
Een goed ontwikkelde lokale private sector is cruciaal om de kansen van globalisering te benutten. Wil economische samenwerking met ontwikkelingslanden effectief zijn, dan moet die zich daarom richten op het bevorderen van lokale bedrijvigheid als motor van duurzame groei en volwaardige werkgelegenheid. Daarbij horen ook de randvoorwaarden die daarvoor nodig zijn (enabling environment).
Met internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen (IMVO) kan het Nederlandse bedrijfsleven hier een belangrijke bijdrage aan leveren; dit in goede samenwerking met sociale partners en maatschappelijke organisaties.
Met gerichte instrumenten kan het beleid voor ontwikkelingssamenwerking de impact van deze bijdrage verder versterken (m.n. OS-bedrijfsleveninstrumentarium). De SER doet hiervoor een aantal aanbevelingen.

Bijdragen aan betere randvoorwaarden duurzaam ondernemen
De verantwoordelijkheid voor versterking van de private sector ligt volgens de SER allereerst bij lokale overheden, ondernemers en sociale partners. Nederlandse partijen kunnen hieraan wel bijdragen.
De SER beveelt aan de lokale overheid in ontwikkelingslanden te ondersteunen bij het versterken van de private sector als motor van duurzame groei, door de randvoorwaarden voor duurzaam ondernemen te verbeteren.

Actievere betrokkenheid
De SER vindt dat het bedrijfsleven, sociale partners en maatschappelijke organisaties actiever betrokken moeten worden bij de aanwending van de middelen voor ontwikkelingssamenwerking. Dat kan door Nederlandse expertise beter te benutten en hier meer middelen voor vrij te maken.
Vraagsturing vanuit ontwikkelingslanden blijft hierbij centraal staan. De samenwerking met Nederlandse private partijen moet zichtbaar bijdragen aan private sectorontwikkeling en volwaardige werkgelegenheid in de ontwikkelingslanden zelf.

OESO-richtlijnen
De SER adviseert daarnaast om naleven van de herziene OESO-richtlijnen voor internationaal ondernemen als strikte voorwaarde te hanteren voor subsidie toekennen uit ontwikkelingsgelden. Dit impliceert een stroomlijning van de huidige subsidievoorwaarden (beperking administratieve lasten) maar ook meer toezicht op naleving door de Nederlandse overheid.

Sociale partners en arbeidsnormen
De SER vindt dat de positie van sociale partners in ontwikkelingslanden verder versterkt moet worden. De SER beveelt aan om programma’s ter versterking van werkgevers- en werknemersorganisaties te ondersteunen. Ook dienen fundamentele arbeidsnormen van vrijheid van vereniging en collectieve onderhandelingen door onafhankelijke en professionele sociale partners meer centraal te staan in de bilaterale contacten.

Zie verder:
Het advies is het antwoord op een adviesaanvraag van de staatssecretaris van Buitenlandse Zaken (BuZa) Knapen, d.d. 15 maart 2011, en is voorbereid door de ad hoc SER-commissie Ontwikkelingssamenwerking.
Voor nadere inhoud en conclusies, zie: ‘samenvatting’, het ‘volledige advies’, de afzonderlijke hoofdstukken en ‘persberichten’.