Home | Publicaties | SER-adviezen | 2010 - 2017 | 2011 | Werk maken van baan-baanmobiliteit

Werk maken van baan-baanmobiliteit

Advies nr. 2011/05: 15 april 2011 (Commissie Arbeidsmarkt- en Onderwijsvraagstukken)

In dit advies beantwoordt de SER vragen van de regering over de kwestie hoe sociale partners en overheid baan-baanmobiliteit kunnen stimuleren en ondersteunen – zowel tussen en binnen markt, overheid en zorg (in beide richtingen).

 

Download:Volledig advies (3607 kB)Samenvatting (167 kB)

Baan-baanmobiliteit en arbeidsmarkt: ontwikkelingen
Het wisselen van baan is in het algemeen structureel toegenomen. Wel verschilt het beeld naar gelang leeftijd (hoe ouder, hoe minder baanwisseling), opleidingsniveau, sector (mobiliteit tussen (semi)publieke en private sector is beperkt), bedrijfsgrootte en type arbeidscontract (vast/flexibel).

Uitdagingen: voorkom mismatch, optimale mobiliteit
Het totale potentiële arbeidsaanbod neemt af (t.g.v. vergrijzing). Ondanks verwachte personeelstekorten in sommige sectoren zullen er nog steeds mismatches en werkloosheid voorkomen. De belangrijkste uitdaging voor de arbeidsmarkt is dan ook te zorgen dat er een match ontstaat. Daarvoor moeten werkenden vaker een overstap naar een andere baan en/of sector kunnen maken. Aandacht is nodig voor ongehinderde allocatie (soepele verdeling arbeidsvraag en arbeidsaanbod) en realiseren midner knelpunten/mismatches op de arbeidsmarkt.

Het gaat volgens de SER om het streven naar een optimale mate van arbeidsmobiliteit – d.w.z. individuele werknemers moeten gemakkelijker vrijwillig kunnen veranderen van baan. De SER is van mening dat een optimale mate van vrijwillige baan-baanmobiliteit voordelen heeft voor werkgevers, werknemers en de samenleving. Voorbeelden van deze voordelen zijn: het bevorderen van kennis en ontwikkeling van werknemers zodat zij langer, productiever en gezonder aan het werk blijven; de doorstroming naar een beter passende functie; en verhoging van de dynamiek en meer kennisuitwisseling in de organisatie. Zo kan ook worden bijgedragen aan (sociale) innovatie. Daarnaast kunnen (dreigende) arbeidsmarktknelpunten worden voorkomen.

Aanbevelingen
Het is primair aan werkgevers en werknemers om mobiliteit te stimuleren en faciliteren. De commissie formuleert aanbevelingen langs drie hoofdlijnen.

  •  Creëer een’ mobiliteitscultuur’ (mentaliteitsomslag)
    Werkgevers en werknemers moeten zich meer bewust worden van de voordelen van vaker van baan veranderen (grotere bewustwording voordelen van baanwisseling, grotere rol baanmobiliteit in personeelsbeleid, met aandacht voormogelijkheden oudere werknemers, realiseren cultuuromslag). 
     
  • Investeer in scholing en inzetbaarheid van werknemers
    Verder ontwikkelen, door sociale partners op sectorniveau, van persoonlijk budgetvoor scholing, effectieve(re) inzet en gebruik van de bestaande mogelijkheden en middelen voor scholing, ook voor groepen die hier nu nog geen of te weinig gebruik van maken. Voor overstap naar andere sector: oproep tot vrijwillige samenwerking van sectorale opleidings- en ontwikkelingsfondsen, eenvoudiger maken om via cofinanciering omscholing te betalen, voor met werkloosheid bedreigde werknemers koppeling leggen met re-integratiegelden.
     
  •  Versterk faciliteiten die mensen ondersteunen: goede informatie- en netwerkstructuur
    Verbeteren toegankelijkheid arbeidsmarktinformatie door: transparanter overzicht aanbod van vacatures en werkzoekenden, samenwerking UWV Werkbedrijf en private uitzendbureaus, betere benutting bestaande netwerk en behoud van mobiliteitscentra in dit netwerk.

Zie verder:
Het advies is het antwoord op een adviesaanvraag van de minister van BZK d.d. 3 december 2009, en is voorbereid door de SER-commissie Arbeidsmarkt- en Onderwijsvraagstukken (AMV). Voor nadere inhoud en conclusies: zie: ‘samenvatting’, het ‘volledige advies’ en de afzonderlijke hoofdstukken.