Home | Publicaties | SER-adviezen | 2010 - 2017 | 2011 | Bevolkingskrimp benoemen en benutten

Bevolkingskrimp benoemen en benutten

Advies nr. 2011/03: 18 maart 2011 (Commissie Ruimtelijke Inrichting en Bereikbaarheid)

De SER heeft een beleidsadvies aan de regering uitgebracht over de aanpak van de gevolgen van bevolkingskrimp. Het advies gaat in op de volgende vragen:

  • Wat zijn de kenmerken en vooruitzichten van krimp? Denk aan: ontwikkelingen in krimpregio’s, demografie, vergrijzing, ontgroening, beroepsbevolking, huishoudens, knelpunten en mogelijkheden. 
  • De rol en betrokkenheid van private partijen (bedrijfsleven, instellingen, burgers). 
  • De rol van de overheid (Rijk, provincies, gemeenten). 
  • De kansen die krimp biedt voor het landelijk gebied. 

Download:Volledig advies (2660 kB)Samenvatting (97 kB)

Wat betekent krimp?
Steeds meer regio’s en Euregio’s hebben/krijgen te kampen met een bevolkingsdaling. Krimp vindt nu plaats in m.n. Parkstad Limburg, Noordoost-Groningen, Zeeuws-Vlaanderen. Vanaf 2040 zal naar verwachting het aantal inwoners in Nederland dalen. De bevolkingsdaling is geografisch ongelijk verspreid. Naast krimpregio’s zijn er ook regio’s waar de bevolking blijft stijgen. De krimp is deel van een autonome, bredere dynamiek (concentratie, schaalvergroting, individualisering). De krimp van nu is daarom, denkt de SER, structureel en onomkeerbaar.
Andersom heeft krimp invloed op de economische dynamiek, de vraag naar goederen en diensten, de arbeidsmarkt en het ruimtegebruik. Krimp in een regio kan samengaan – bij ongewijzigd beleid – met knelpunten m.b.t. wonen (leegstand, achterstallig onderhoud, waardedaling), teruglopend aanbod van voorzieningen (medische zorg en welzijn, winkels, scholen, openbaar vervoer) en arbeidsmarktknelpunten.

Transitieproces: overgangsbeleid van groei naar duurzame krimp
De SER wil een heroriëntatie voor een succesvolle transitie in krimpgebieden: niet uitgaan van groei, maar onderkennen van nieuwe omstandigheden van (te verwachten) krimp en daarop inspelen. Het gewenste resultaat: krimpregio’s in een nieuw evenwicht met genoeg draagkracht en vitaliteit voor bewoners en bedrijfsleven, zonder dat overheidssteun nodig is. Wat is nodig om dit nieuwe evenwicht te bereiken? Herstructurering en het benutten van kansen.
- Niet: overinvesteringen in woningen, bedrijventerreinen, scholen, ziekenhuizen en winkels.
- Wel: acceptatie van krimp/ ‘krimpbewustzijn’, concentratie op de sterke punten van regio’s (SWOT-analyse) met een langetermijnvisie, nieuwe vormen van bedrijvigheid en samenwerking.
NB Er bestaan grote verschillen tussen groei- en krimpregio’s en krimpregio’s onderling; er is geen blauwdruk. Daarom is maatwerk nodig, inspelen op eigenheid, en leren van de ‘koplopers’: de eerste generatie krimpregio’s..

Aanbevelingen voor de praktijk
Het SER-advies geeft aan hoe het bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties (woningcorporaties, scholen, zorginstellingen e.d.) en burgers dit streven mede vorm kunnen geven. Het advies geeft aanbevelingen over: bedrijventerreinen, woningvoorraad, onderwijs en personeel, diploma’s, zorg en welzijn, detailhandel en winkels, investeringsmogelijkheden, samenwerking tussen belanghebbende stakeholders, mobiliteit, infrastructuur en grensverkeer op de arbeidsmarkt (grensregio’s). Van groot belang zijn innovatief ondernemerschap, goed (regionaal) samenwerken en een langetermijnvisie.

De rol van de overheid
Een succesvolle aanpak van krimp vereist goede bestuurlijke randvoorwaarden. Wet- en regelgeving moeten voldoende experimenteerruimte bieden voor de benodigde herstructurering en het benutten van de nieuwe kansen. Het gaat hierbij om experimenteren met nieuwe arrangementen, waaronder nieuwe vormen van pps (publiek-private samenwerking). Provincies moeten richting geven door een langetermijnvisie te ontwikkelen en toezien op samenwerking tussen gemeenten in een krimpregio.

Kansen voor het landelijk gebied
Regio’s moeten inspelen op de eigenheid en de onderscheidende kwaliteiten als sterke punten. Nieuwe bedrijvigheid kan zijn: multifunctioneel ondernemerschap (bijv. zorgboerderijen, agrotoerisme, agrarisch natuurbeheer, landschap), nieuwe vormen van verblijfsrecreatie, kwaliteitsstrategie voor biobased economy (groene grondstoffen voor non-foodtoepassingen). Van tweedewoningbezit moet niet te veel worden verwacht.

Zie verder:
Het advies is het antwoord op een adviesaanvraag van de regering d.d. 12 maart 2010, en is uitgebracht door de SER-commissie Ruimtelijke inrichting en bereikbaarheid (RIB).
Voor nadere inhoud en conclusies: zie: ‘samenvatting’, het ‘volledige advies’ en de afzonderlijke hoofdstukken. Zie ook: ‘persberichten’.