Home | Publicaties | SER-adviezen | 2010 - 2017 | 2011 | Tussentijdse beoordeling representativiteit van het Hoofbedrijfschap Ambachten

Tussentijdse beoordeling representativiteit van het Hoofbedrijfschap Ambachten

16 juni 2011

Op 29 september 2008 is door de Toezichtkamer van de Sociaal-Economische Raad - een onderzoek vastgesteld naar het organisatorisch draagvlak van het Hoofdbedrijfschap Ambachten. De conclusie van dat onderzoek luidde onder meer dat niet is aangetoond dat het organisatorische draagvlak van tien branches voldoet aan de criteria als gesteld in het Besluit advisering representativiteit bedrijfslichamen en de Verordening representativiteit organisaties.

Conform het bepaalde in artikel 6, eerste lid, van het Besluit advisering representativiteit bedrijfslichamen vindt na twee jaar opnieuw een beoordeling van de representativiteit van het organisatorisch draagvlak van de betreffende tien branches plaats. Daartoe gemachtigd door de Raad heeft de Toezichtkamer het onderzoek op 5 juli 2011 uitgebracht aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Download:Volledige beoordeling (175 kB)

Het onderzoek is als volgt opgebouwd. Allereerst wordt het beoordelingskader nader uitgewerkt. Daarna volgen de resultaten van het in 2008 uitgevoerde onderzoek naar de representativiteit van de betreffende tien branches en wordt een beschrijving gegeven van de wijze waarop het tussentijdse onderzoek heeft plaatsgevonden en de daarbij gehanteerde waarborgen. Tenslotte worden de resultaten van het onderzoek weergegeven en geeft de Toezichtkamer zijn oordeel over het organisatorisch draagvlak van het Hoofdbedrijfschap Ambachten met betrekking tot de betreffende branches.

Dit oordeel houdt in dat het organisatorische draagvlak, zoals verenigd in de dragende organisaties, van de clusters “Aardewerk, hout en metaalbewerkende ambachten”, “Uiterlijke verzorging”, “Voedingsambachten (versproducten) en “Bouwambachten” voldoet aan de eisen, zoals opgenomen in het Besluit advisering representativiteit bedrijfslichamen en de Verordening representativiteit organisaties. Het organisatorisch draagvlak van het cluster “Kleding/modevak en leerbewerkende ambachten” voldoet niet aan de gestelde criteria.

Omdat het niet voldoen aan de eisen van het cluster “Kleding/modevak en leerbewerkende ambachten” met name wordt veroorzaakt door de branches van het maatoverhemdenbedrijf en het kledingreparatiebedrijf, besluit de Toezichtkamer om, met toepassing van artikel 6, derde lid, van het Besluit advisering representativiteit bedrijfslichamen, de Bestuurskamer te verzoeken aan te geven of het niet voldoen aan de representativiteitseisen door deze beide branches, aanleiding geeft om de minister te adviseren het voortbestaan van het hoofdbedrijfschap in ongewijzigde vorm te heroverwegen.

Alles over het thema