Home | Publicaties | SER-adviezen | 2000 - 2009 | 2009 | Vierjaarlijkse beoordeling representativiteit Productschap Vee en Vlees

Vierjaarlijkse beoordeling representativiteit Productschap Vee en Vlees

21 september 2009

De Sociaal-Economische Raad beoordeelt de representativiteit van het organisatorisch draagvlak voorafgaand aan de instelling van een bedrijfslichaam en vervolgens telkens na het verstrijken van een periode van vier jaar. Na de instelling van het Productschap Vee en Vlees per 15 maart 2004 zijn inmiddels vier jaar verstreken, zodat een hernieuwde beoordeling van het organisatorisch draagvlak moest plaatsvinden. Daartoe gemachtigd door de Raad heeft de Toezichtkamer het onderzoek op 12 oktober 2009 uitgebracht aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Het onderzoek is als volgt opgebouwd. Allereerst wordt een korte schets gegeven van het Productschap Vee en Vlees. Daarna volgt een beschrijving van het beoordelingskader en de wijze waarop het onderzoek heeft plaatsgevonden. Ten slotte worden de resultaten van het onderzoek weergegeven en geeft de Toezichtkamer zijn oordeel over het organisatorisch draagvlak van het Productschap Vee en Vlees.

Dit oordeel houdt in dat het organisatorische draagvlak van het Productschap Vee en Vlees, zoals verenigd in de dragende organisaties, in vier van de vijf geledingen voldoet aan de criteria, zoals opgenomen in de Verordening representativiteit organisaties en het Besluit advisering representativiteit bedrijfslichamen. In de geleding “de veehouderij” is niet aangetoond dat aan de norm, als gesteld in artikel 3 van het Besluit advisering representativiteit bedrijfslichamen wordt voldaan.

Voorts is geoordeeld dat het organisatorische draagvlak van de vier commissies ex artikel 88a van de Wet op de bedrijfsorganisatie voldoet aan de criteria.

Overeenkomstig de geldende regels zal over twee jaar opnieuw een beoordeling van de representativiteit van het organisatorisch draagvlak plaatsvinden in de geleding “de veehouderij”.