Home | Publicaties | SER-adviezen | 2000 - 2009 | 2008 | Vierjaarlijkse beoordeling representativiteit Hoofdbedrijfschap Ambachten

Vierjaarlijkse beoordeling representativiteit Hoofdbedrijfschap Ambachten

29 september 2008

De Sociaal-Economische Raad beoordeelt de representativiteit van het organisatorisch draagvlak voorafgaand aan de instelling van een bedrijfslichaam en vervolgens telkens na het verstrijken van een periode van vier jaar. Na de instelling van het Hoofdbedrijfschap Ambachten per 28 november 2003 zijn inmiddels vier jaar verstreken, zodat een hernieuwde beoordeling van het organisatorisch draagvlak moest plaatsvinden. Daartoe gemachtigd door de Raad heeft de Toezichtkamer het onderzoek op 16 oktober 2008 uitgebracht aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Download:Volledige beoordeling (45 kB)

Het onderzoek is als volgt opgebouwd. Allereerst wordt een korte schets gegeven van het Hoofdbedrijfschap Ambachten. Daarna volgt een beschrijving van het beoordelingskader en de wijze waarop het onderzoek heeft plaatsgevonden. Ten slotte worden de resultaten van het onderzoek weergegeven en geeft de Toezichtkamer zijn oordeel over het organisatorisch draagvlak van het Hoofdbedrijfschap Ambachten.

Dit oordeel houdt in dat het organisatorische draagvlak van het Hoofdbedrijfschap Ambachten als geheel en van de drie commissies ex artikel 88a Wet op de bedrijfsorganisatie voldoet aan de criteria, zoals opgenomen in de Verordening representativiteit en het Besluit advisering representativiteit bedrijfslichamen. Voorts wordt vastgesteld dat het organisatorisch draagvlak in tien branches niet voldoet aan de daartoe gestelde normen.

Overeenkomstig de geldende regels zal over twee jaar opnieuw een beoordeling van de representativiteit van het organisatorisch draagvlak plaatsvinden in de volgende branches: 
  • consumptie ijsbereidersbedrijf 
  • zonweringsbedrijf 
  • muziekinstrumentmakersbedrijf 
  • lederwarenambacht 
  • naaimachinebedrijf 
  • zadelmakersbedrijf 
  • grimeurs- en toneelkappersbedrijf

Met betrekking tot het maatoverhemdenbedrijf, het modisterijbedrijf en het kleding-reparatiebedrijf is vastgesteld dat deze branches ook al tijdens de (her)instelling van het hoofdbedrijfschap in 2003 niet voldeden aan de gestelde representativiteitseisen. Op advies van de Bestuurskamer heeft de minister niettemin besloten deze branches onder de werkingssfeer van het hoofdbedrijfschap te houden vanwege het belang van de activiteiten van het hoofdbedrijfschap voor de betrokken bedrijven. Om die reden zal de Bestuurskamer worden verzocht zich uit te spreken over de vraag of nog steeds aanleiding bestaat om, met toepassing van artikel 2, tweede lid van het Besluit advisering representativiteit bedrijfslichamen, op grond van bijzondere omstandigheden en het algemeen belang af te wijken van de gestelde representativiteitseisen. Indien dit zo is zal kunnen worden afgezien van een tussentijds onderzoek over twee jaar.