Home | Publicaties | SER-adviezen | 2000 - 2009 | 2007 | Niet de afkomst maar de toekomst

Niet de afkomst maar de toekomst: Naar een verbetering van de arbeidsmarktpositie van allochtone jongeren

Advies 2007/01 - 16 februari 2007
De arbeidsmarktpositie van allochtone jongeren moet dringend verbeteren. Een van de opgaven voor de komende periode is hen stevig toe te rusten op duurzame arbeidsdeelname. Dat vraagt om een gezamenlijke inzet en extra investeringen van alle betrokkenen: onderwijsinstellingen, (organisaties van) werkgevers en werknemers, gemeenten, uitkerings- en bemiddelingsorganisaties (CWI, UWV) en uitzendbureaus, en uiteraard ook van allochtone jongeren zelf. Het kabinet moet krachtiger invulling geven aan zijn coördinerende en faciliterende taak.

Download:Volledig advies (1850 kB)Samenvatting (141 kB)

Samenvatting

De positie van jongeren van allochtone afkomst in het onderwijs en op de arbeidsmarkt moet dringend worden verbeterd. De gunstige conjuncturele economische ontwikkeling biedt daartoe een geweldige kans. Het komt er nu op aan om een kwalitatieve en daarmee structurele verbetering te realiseren van de arbeidsmarktpositie van allochtone jongeren, gericht op duurzame participatie en integratie. Volgens de raad zijn daarvoor veel redenen: het bevorderen van sociale cohesie en maatschappelijke integratie, het investeren in menselijk kapitaal van álle jongeren en het anticiperen op komende personeelstekorten op de arbeidsmarkt.

Een van dé opgaven voor de komende periode is om jongeren, ongeacht hun afkomst, stevig toe te rusten voor participatie en kansen te bieden op scholing, werk en inkomen: niet de afkomst, maar de toekomst telt. De slag moet nú worden gemaakt.
Het gaat daarbij om de verdere ontwikkeling en vooral ook om de uitvoering en toepassing – overal en op kwalitatief goede wijze – van oplossingen op lokaal en regionaal niveau, en in sectoren en arbeidsorganisaties. Daarvoor is de inzet én samenwerking nodig van alle betrokkenen: van onderwijsinstellingen, (sectorale en centrale organisaties van) werkgevers en werknemers, gemeenten, uitkerings- en bemiddelingsorganisaties (CWI, UWV), private intermediairs en uiteraard ook van allochtone jongeren zelf.
Het kabinet moet ervoor zorgen dat de wettelijke kaders daarvoor voldoende ruimte bieden, waar nodig extra middelen beschikbaar stellen en krachtig invulling geven aan zijn coördinerende en faciliterende taak.

Aanbevelingen toerusting voor de arbeidsmarkt (verhoging kwalificatieniveau)

Een forse inzet op de aanpak van taal- en onderwijsachterstanden


De raad bepleit een intensieve aanpak van taal- en onderwijsachterstanden, die zo vroeg mogelijk (in het voorschoolse traject) begint en doorloopt in het basis- en voortgezet onderwijs én in het middelbaar beroepsonderwijs.

Verdere vergroting deelname voor- en vroegschoolse educatie (vve) van jonge kinderen met taal- en ontwikkelingsachterstanden
 De raad beveelt aan:
  • Dat gemeenten en basisscholen streven naar een volledig bereik van de doelgroep van vve-voorzieningen door een toereikend (landelijk dekkend) aanbod van kwalitatief hoogwaardige vve-voorzieningen te realiseren, met programma’s voor opvoedingsondersteuning en ontwikkelingsstimulering en met aandacht voor het taalniveau van de ouders.
  • Dat gemeenten die een kwalitatief en kwantitatief toereikend aanbod hebben gerealiseerd, mogen experimenteren met verplichte deelname van jonge kinderen met taal- en ontwikkelingsachterstanden aan vve, mits er een methode kan worden ontwikkeld om deze achterstanden objectief vast te stellen.
  • Dat het kabinet (op langere termijn) de voorzieningen voor jonge kinderen (peuterspeelzalen, kinderopvang, vve) op elkaar laat aansluiten, zodat vve wordt aangeboden voor kinderen die dit nodig hebben.

Uitbreiding leertijd
De raad beveelt aan:

  • Dat basisscholen meer mogelijkheden krijgen om tijdens de gehele duur van het basisonderwijs extra leertijd per dag of week (de verlengde schooldag) beschikbaar te stellen voor leerlingen met taal- en onderwijsachterstanden.

Vergroting betrokkenheid ouders
De raad beveelt aan:

  • Dat scholen in het basis- en voortgezet onderwijs hun inspanningen vergroten om ook allochtone ouders bij de school en bij het onderwijs van hun kinderen te betrekken.

Herstel of verbetering mogelijkheden ‘stapelen’ opleidingen
De raad beveelt aan:

  • Dat het kabinet belemmeringen wegneemt om onderwijs te ‘stapelen’ en door te stromen naar vervolgopleidingen in en naar het voortgezet onderwijs, beroepsonderwijs en het hoger en wetenschappelijk onderwijs.

Grondige, integrale evaluatie onderwijsachterstandenbeleid
De raad beveelt aan:

  • Dat het kabinet komt tot een grondige, integrale evaluatie om te bezien of de organisatie en middelen in het herziene onderwijsachterstandenbeleid toereikend zijn voor het voorkomen en inhalen van taal- en onderwijsachterstanden op (kosten)effectieve wijze. Naast de voor- en vroegschoolse fase en in het primair en voortgezet onderwijs, dient ook de aanpak van taal- en onderwijsachterstanden in het middelbaar beroepsonderwijs hierbij te worden betrokken.
  • Om, vooruitlopend op deze evaluatie, de drempelwaarde in de gewichtenregeling in het basisonderwijs te schrappen.

Het voorkomen van voortijdig schoolverlaten

Verbetering opleidings- en beroepskeuze
De raad beveelt aan:

  • Dat onderwijsinstellingen betere en intensievere begeleiding aanbieden bij het opleidings- en beroepskeuzeproces met aandacht voor zowel de eigen interesses en talenten van leerlingen als de arbeidsmarktperspectieven van bepaalde opleidingen en beroepen. KBB’s (de Kenniscentra Beroepsonderwijs Bedrijfsleven) moeten daarvoor regionale arbeidsmarktinformatie beschikbaar stellen aan onderwijsinstellingen.
  • Dat er overal mogelijkheden komen om tussentijds over te stappen bij een verkeerd gebleken keuze (flexibele instroom).

Verbetering overgang van vmbo naar mbo
De raad beveelt aan:

  • Dat vmbo-instellingen ‘risico-overstappers’ vroegtijdig in kaart brengen, in het oog houden en zo nodig intensief begeleiden naar een vervolgopleiding. Zowel de instelling waar de leerling vandaan komt als de instelling waar de leerling naar toegaat moet daarbij betrokken zijn.

Intensivering leerlingbegeleiding in voorgezet onderwijs en mbo
De raad beveelt aan:

  • Dat de mogelijkheid van extra begeleiding door een professionele mentor of een coach in beginsel toegankelijk is voor leerlingen op alle onderwijsniveaus die daaraan behoefte hebben. Ook maatschappelijke initiatieven met mentoring of coaching door vrijwilligers verdienen navolging.
  • Dat het kabinet een strategie ontwikkelt om leraren op scholen met veel allochtone leerlingen beter toe te rusten voor het begeleiden van leerlingen met diverse culturele achtergronden en voor het lesgeven aan leerlingen voor wie Nederlands de tweede taal is. Daarbij hoort ook het aanreiken van methoden (gesprekstechnieken) om leerlingen te begeleiden bij de identiteitsvorming en morele oordeelsvorming en bewustwording van het effect van gedrag en uiterlijk.

Intensivering aanpak zorgleerlingen
De raad beveelt aan:

  • Dat gemeenten, onderwijsinstellingen en organisaties in de jeugdketen gezamenlijk streven naar de verdere invoering en professionalisering van zorgadviesteams om leerlingen die meer dan alleen leerproblemen hebben, binnen de eigen schoolomgeving snel en adequaat te kunnen herkennen, opvangen en doorverwijzen.
  • Dat het kabinet en de onderwijsinstellingen bijzondere leerwegen, zoals het AKAtraject tot arbeidsmarktgekwalificeerd assistent, (verder) ontwikkelen en invoeren voor zorgleerlingen en anderen die nog niet over de juiste vaardigheden beschikken om een beroepsopleiding met succes te kunnen afronden. In deze leerwegen worden zij in principe voorbereid op een vervolgopleiding met een beroepskwalificatie.

Bevorderen totstandkoming, kwaliteit en begeleiding bpv- en stageplaatsen
De raad beveelt aan:

  • Dat het kabinet de taken en verantwoordelijkheden van de partijen die betrokken zijn bij de totstandkoming van beroepspraktijkvormingsplaatsen (bpv-plaatsen) en stageplaatsen verder expliciteert.
  • Dat vmbo- en mbo-instellingen en het bedrijfsleven op lokaal en regionaal niveau arbeidsmarktgericht overleg over bpv- en stageplaatsen voeren en het startmoment van stages en bpv-plaatsen meer spreiden.
  • Dat onderwijsinstellingen en leerwerkbedrijven de stagebegeleiding verbeteren en een duidelijk aanspreekpunt creëren voor leerlingen en voor bedrijven.
  • Dat KBB’s en (allochtone) ondernemersnetwerken allochtone ondernemers stimuleren om een leerwerkbedrijf te worden.

Jongeren beter voorbereiden op het zoeken naar werk
De raad beveelt aan:

  • Dat onderwijsinstellingen een taak krijgen om sociale competenties of zogenoemde ‘soft skills’ van leerlingen te versterken die nodig zijn om op de arbeidsmarkt te participeren, inclusief de bewustwording van de effecten van onderscheidend gedrag en uiterlijk op potentiële werkgevers.
  • Dat baanzoek- en sollicitatietraining een volwaardig onderdeel wordt van het curriculum van opleidingen.
  • Dat onderwijsinstellingen voor het begeleiden bij het zoeken naar werk van gediplomeerde ex-leerlingen, meer samenwerken met intermediaire organisaties. (uitzendbureaus en het CWI), onder meer door leerlingen actief door te verwijzen en/of genoemde organisaties in de school te halen.

Aanbevelingen bevorderen toetreding tot de arbeidsmarkt

Werkgevers stimuleren meer allochtone jongeren in dienst te nemen

Uitbreiding van het aantal jongeren van allochtone afkomst dat in dienst wordt genomen
De raad roept werkgevers op:

  • Om nú een extra inspanning te leveren om de werkgelegenheid voor jongeren van allochtone afkomst te vergroten.
  • Om ‘groenpluk’ te voorkomen (het in dienst nemen van jongeren die nog op school zitten) en om jongeren die nog geen diploma op startkwalificatieniveau hebben, volop te stimuleren en te faciliteren om zich alsnog tot ten minste dit niveau te scholen.
  • Om een diversiteitsbeleid in te voeren dan wel te blijven voeren.
  • Om het wervings- en selectiebeleid meer cultuurneutraal te maken.
  • Om in hun (sociaal) jaarverslag aan te geven welke inspanningen zij hebben verricht om tot een divers samengesteld personeelsbestand te komen en om verslag te doen van hun inspanningen om bpv- en stageplaatsen beschikbaar te stellen.
  • Om de ondernemingsraad meer actief te betrekken bij de positie van (onder andere) minderheden in de onderneming en het minderheden- of diversiteitsbeleid periodiek te agenderen in de overlegvergadering. Vakbonden kunnen kaderleden daarover actief informeren en ondersteunen.

Stimuleren ‘good practices’
De raad beveelt het kabinet aan:

  • Om initiatieven te (blijven) ondersteunen die de maatschappelijke wenselijkheid en mogelijke bedrijfseconomische voordelen van een diversiteitsbeleid onder de aandacht brengen van ondernemingen en om een internetdatabank te ontwikkelen waar ook bedrijven zelf praktijkvoorbeelden en -ervaringen kunnen uitwisselen.
  • Om bij wijze van stimulans een instrument te ontwikkelen teneinde bedrijven zichtbaar te maken die een grote bijdrage leveren aan het bevorderen van diversiteit in de onderneming.
  • Om met enige regelmaat gegevens te publiceren over de gemiddelde samenstelling van personeelsbestanden in sectoren en beroepsgroepen en de ontwikkelingen daarin, en om deze actief (campagnegericht) onder de aandacht te brengen van onder andere brancheorganisaties, vakbonden, bedrijven en instellingen.
  • Om ervoor te zorgen dat de overheid als werkgever zich – op alle bestuursniveaus – meer inzet om de arbeidsmarktpositie van (jonge) allochtonen te verbeteren (voorbeeldfunctie).

Toeleiding en bemiddeling van allochtone jongeren van werk

Realisering sluitende aanpak
De raad beveelt aan:

  • Uitzendbureaus actief te betrekken bij de verbetering van de positie van allochtone jongeren en hun kennis te benutten van de regionale arbeidsmarkt en van de bemiddeling naar werk.
  • Dat werkzoekende (allochtone) jongeren die niet direct op eigen kracht of met hulp van een uitzendbureau een baan vinden, in beeld worden gebracht en tijdig een aanbod krijgen voor scholing, werk of een reïntegratietraject (sluitende aanpak).
  • Dat de betrokken organisaties (CWI’s, RMC’s, ROC’s, gemeenten, UWV, werkgevers en uitzendbureaus) op lokaal/regionaal niveau komen tot één integrale benadering en aanpak van deze jongeren.
  • Dat deze organisaties hun samenwerking institutionaliseren in Jongerenloketten en de dienstverlening in reeds bestaande Jongerenloketten verder integreren tot een herkenbaar aanspreekpunt voor jongeren en tot een centraal punt voor gegevensuitwisseling en afstemming voor de betrokken organisaties.
  • Dat het kabinet wet- en regelgeving doorlicht op institutionele belemmeringen voor verdergaande samenwerking en meer algemeen beziet hoe het organiserend vermogen van de regio structureel kan worden versterkt.

Landelijke regie- en coördinatiefunctie
De raad beveelt aan:

  • Dat het kabinet de ontwikkeling van nieuwe (lokale en regionale) initiatieven en samenwerking blijft stimuleren en daartoe de werkwijze (aanjaagfunctie, kennisontwikkeling en verspreiding van ‘best practices’) van de Taskforce Jeugdwerkloosheid voortzet.
  • Dat daartoe één persoon als coördinator/ambassadeur optreedt, die de onderwijs- en arbeidsmarktpositie van allochtone jongeren bij het kabinet, het parlement en de relevante departementen continu en consistent onder de aandacht brengt. Dit kan een landelijk coördinator of regeringscommissaris zijn.

Werk én opleiding eerst
De raad beveelt aan:

  • Dat bemiddelingsorganisaties bij de toeleiding van werkloze jongeren zonder startkwalificatie naar werk als eerste inzetten op kwalificerende scholing in combinatie met betaald werk. Daartoe is de verdere ontwikkeling en toepassing nodig van:

    Ontwikkeling banenplannen op regionaal niveau
    De raad beveelt aan:

    Aanpak risicojongeren
    De raad beveelt aan:

    Bevorderen zelfstandig ondernemerschap
    De raad beveelt aan:

    Aanbevelingen antidiscriminatiebeleid en positieve beeldvorming

    Meer en beter onderzoek naar de mate en vorm waarin discriminatie plaatsvindt
    De raad beveelt het kabinet aan:

    Bestrijding van discriminatie
    De raad beveelt het kabinet aan:

    Versterken positieve beeldvorming en vergroten bewustwording van vooroordelen
    De raad beveelt het kabinet aan:

    Beleid voor de lange(re) termijn

    De aanbevelingen van de raad in dit advies zijn gericht op de korte en middellange termijn. Daarnaast spreekt de raad de wens uit om over enkele vraagstukken met een breder of langetermijnkarakter op een later moment een (vervolg)advies uit te brengen op basis van een adviesaanvraag. Dit betreft:

  • tweede-kans-beroepsonderwijs (met als onderdeel de no-risk-polis voor werkgevers);
  • de door de RWI voorgestelde leerwerktrajecten;
  • duale trajecten taalverwerving en arbeid (voor nieuwkomers).
  • Dat partijen op decentraal niveau initiatieven of ‘banenplannen’ ontwikkelen voor (jonge) werkzoekenden uit minderheidsgroepen en om daarvoor passende kwantitatieve doelstellingen te formuleren en na te streven.
  • De werkwijze van de CWI-jongerenadviseurs voort te zetten en de groep (allochtone) jongeren die dit nodig hebben, intensief te begeleiden.
  •  Dat het kabinet ervoor zorgt dat er meer gegevens beschikbaar komen over de mate waarin het reïntegratie-instrumentarium allochtone werkzoekenden bereikt en effectief wordt toegepast.
  • Dat gemeenten jongeren die niet op de arbeidsmarkt participeren, geen onderwijs volgen en die niet als werkzoekende staan ingeschreven, in beeld brengen.
  • Dat voor de groep voor wie ontsporing dreigt, interventies worden ontwikkeld waarbij in de eerste plaats wordt ingezet op aanvullende voorzieningen die zijn verbonden aan reguliere onderwijsinstellingen en waar jongeren vanuit verschillende disciplines (onderwijs, jeugdzorg, welzijn) zeer intensief worden begeleid. Een preventieve aanpak, waarbij het creëren van kansen en perspectief voor deze jongeren centraal staat, verdient prioriteit.
  • Dat het kabinet de effectiviteit van de eventuele afzonderlijke voorzieningen (‘prep camps’) die het voor ogen heeft, laat volgen met gedegen onderzoek.
  • Dat het kabinet verder gaat met de uitvoering van de beleidsvoornemens uit het actieplan Nieuw ondernemerschap dat in samenwerking met ondernemersverenigingen is opgesteld.
  • Dat in het curriculum van onderwijsinstellingen meer aandacht wordt besteed aan de mogelijkheid om een eigen bedrijf te beginnen en aan de kennis en vaardigheden die daarvoor nodig zijn.
  • Meer en beter onderzoek te (laten) verrichten naar zowel de mate en vormen waarin intentionele of bewuste (directe en indirecte) discriminatie voorkomt als naar nietintentionele of onbedoelde uitsluiting als gevolg van negatieve beeldvorming.
  • Spoedig de nieuwe landelijke discriminatiemonitor arbeidsmarkt in te voeren die daarin moet voorzien voor zover het de arbeidsmarkt betreft.
  • Ook discriminatie bij het aanbieden van stage- en bpv-plaatsen daarin mee te nemen.
  • Te zorgen voor een spoedige invoering van een landelijk dekkend stelsel van antidiscriminatievoorzieningen, waar gevallen van discriminatie (ook op de arbeidsmarkt) te melden zijn en waar deze meldingen zorgvuldig worden onderzocht en effectief afgehandeld.
  • Ook een landelijk meldpunt te creëren voor gevallen van discriminatie bij het aanbieden van bpv- en stageplaatsen, bijvoorbeeld als (herkenbaar) onderdeel van het hiervoor genoemde stelsel van antidiscriminatievoorzieningen.
  • Een coördinerend bewindspersoon aan te wijzen die zorgt voor een verdere stroomlijning van het antidiscriminatiebeleid binnen de rijksoverheid.
  • Om samen met lokale overheden en het maatschappelijk middenveld een strategie te ontwikkelen om de bewustwording van vooroordelen te vergroten en de positieve (wederzijdse) beeldvorming te versterken, in samenwerking met de allochtone gemeenschappen zelf en waarbij ook de media worden betrokken. Onderdeel daarvan is het stimuleren van onderlinge kennismaking en contact.
  • Om zowel in het onderwijs als op de arbeidsmarkt de verdraagzaamheid te bevorderen door stevig in te zetten op het vergroten van de wederzijdse kennis van en begrip voor de diverse culturele en religieuze achtergronden en op het stimuleren van onderlinge kennismaking en contact en interculturele dialoog.
  • het onderwijsachterstandenbeleid;
  • het tegengaan van woon- en onderwijssegregatie in het kader van het grotestedenbeleid;
  • eventuele beleidsvoornemens naar aanleiding van de evaluatie van de Structuur Uitvoering Werk en Inkomen (SUWI);
  • het antidiscriminatiebeleid (naar aanleiding van de uitkomsten van de geplande discriminatiemonitor arbeidsmarkt).
  • Dat het kabinet blijft inzetten op de verdere ontwikkeling en invoering van de erkenning van verworven competenties (EVC).