Home | Publicaties | SER-adviezen | 2000 - 2009 | 2006 | Arbeidsmarktperspectieven

Themadocument Arbeidsmarktperspectieven laaggeschoolden en ontwikkeling kwalificatiestructuur beroepsbevolking

Advies 2006/08 III - 20 oktober 2006

Download:Volledig advies (826 kB)

1. Thematiek en opbouw

Kabinet vraagt de raad naar inschatting perspectieven laaggeschoolden
Het kabinet vraagt de raad in zijn adviesaanvraag hoe hij de gevolgen van de ontwikkeling naar een kenniseconomie inschat voor de onderkant van de arbeidsmarkt op de (middel)lange termijn, of de raad hierin aanleiding ziet voor aanpassing van het arbeidsmarktbeleid en zo ja, hoe deze aanpassing er dan uit zou moeten zien.

Visie van de raad
In het hoofddocument Welvaartsgroei door en voor iedereen zet de raad zijn visie over de gevolgen van de ontwikkeling naar een kenniseconomie voor de onderkant van de arbeidsmarkt uiteen. De raad formuleert deze als volgt:

Een gemoderniseerd stelsel van werk, scholing en inkomen moet inspelen op de toekomstige arbeidsmarkt in de context van een kenniseconomie. De raad benadrukt dat een kenniseconomie niet impliceert dat mensen zonder hogere opleiding per definitie buitenspel zullen staan en daarmee tot een onderklasse zouden gaan behoren. Het is ten eerste onzeker of de upgrading van de kwalificatievereisten als gevolg van de toepassing van nieuwe technologieën zich in hetzelfde tempo als de afgelopen jaren doorzet. Ten tweede zal er ook in een meer kennisintensieve economie vraag blijven naar laaggeschoold werk. Door vergrijzing en toenemende welvaartsgroei, maar ook door het groeiende aantal tweeverdienerhuishoudens, liggen er bijvoorbeeld in de sfeer van de persoonlijke dienstverlening in ruime zin kansen voor mensen met een lager opleidingsniveau.
Dat neemt niet weg dat de toekomstige werkgelegenheidsgroei waarschijnlijk vooral zal plaatsvinden in sectoren waar relatief weinig laaggeschoolden werkzaam zijn. (...)

Voor de toekomstige ontwikkeling van de kwalificatiestructuur van het arbeidsaanbod zijn vooral de huidige trends in het voortgezette en hoger onderwijs van belang. Deze wijzen op een herstel van de deelname aan hoger onderwijs, na de inzinking in de eerste helft van de jaren negentig. Dat herstel draagt ertoe bij dat de kwalificatiestructuur zich gunstiger ontwikkelt dan was voorzien in de eerdere prognoses. Dit betekent overigens allerminst dat er zich geen arbeidsmarktknelpunten zullen voordoen.
De trends in het voortgezet onderwijs wijzen tegelijkertijd echter tevens op een polarisatie van de kwalificatiestructuur doordat naast het aantal hoger opgeleiden ook het aantal lager opgeleiden toeneemt. Dit is temeer verontrustend daar deze polarisatie in belangrijke mate het onderscheid tussen allochtoon en autochtoon volgt. Zowel vanuit het oogpunt van sociale cohesie als vanuit het oogpunt van een optimaal gebruik van het aanwezige arbeidspotentieel in Nederland is het voorkomen van een dergelijke polarisatie een van de meest dringende beleidsopgaven.

Doel van het themadocument
Dit themadocument bevat de analyses en de conclusies waarop bovenstaande visie van de raad is gebaseerd. Het besteedt aandacht aan de ontwikkeling van respectievelijk de kwalificatiestructuur van het arbeidsaanbod, de kwalificatiestructuur van de vraag naar arbeid, alsmede de aansluiting tussen beide.

Er wordt met name uitvoerig ingegaan op de langetermijnontwikkeling van de kwalificatiestructuur van het arbeidsaanbod, die van direct belang is voor de potentiële economische groei. De ontwikkeling aan de aanbodzijde is, gezien de trends in het voortgezet onderwijs, ook minder lastig te voorspellen dan de ontwikkelingen aan de vraagzijde, die vooral bepaald worden door het onzekere verloop van de technologische ontwikkeling.
Bovendien leveren de ontwikkelingen aan de aanbodzijde meer aangrijpingspunten voor beleid op dan de ontwikkelingen aan de vraagzijde van de arbeidsmarkt.

Het themadocument beoogt ook enig zicht te krijgen op de op het eerste gezicht tegenstrijdige berichten over de ontwikkeling van de kwalificatiestructuur van het arbeidsaanbod.
Het CBS wijst erop dat het opleidingsniveau van de bevolking blijft toenemen, en dat de belangstelling voor hoger onderwijs zelfs fors toeneemt. Hiertegenover staan alarmerende berichten over voortijdig schoolverlaten en prognoses. Gesteld wordt dat de stijging van het gemiddelde opleidingsniveau de komende jaren flink zal afvlakken en geen pas zal houden met de steeds hogere kwalificatievereisten, vanwege de toepassing van nieuwe technologieën (de ‘verloren-race-hypothese’). Hierdoor, vreest men, zal de arbeidsmarktpositie van laaggeschoolden verslechteren.

Het themadocument komt tot de conclusie dat er sprake is van een dreigende polarisatie van de kwalificatiestructuur van het arbeidsaanbod, doordat zowel het aantal hoger opgeleiden als ook het aantal lager opgeleiden toeneemt en het middensegment kleiner wordt. Verder wordt geconstateerd dat de prognoses van de kwalificatiestructuur die aan de verloren-race-hypothese ten grondslag liggen, verouderd zijn.

Nader onderzoek gewenst
De toekomstige ontwikkeling van de kwalificatiestructuur van het arbeidsaanbod en van de vraag naar arbeid bepaalt mede de potentiële economische groei en de aansluiting van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. Een goed zicht op deze ontwikkeling is daarom van groot belang voor beleidsmakers. Geconstateerd moet echter worden dat het zicht op de ontwikkelingen verre van helder is. Zowel wat de aanbodkant en zeker wat de vraagkant betreft, zijn er grote onzekerheden en is meer onderzoek gewenst. De langetermijnscenario’s van het CPB/CBS over de kwalificatiestructuur van de (potentiële) beroepsbevolking zijn duidelijk verouderd. Nieuwe scenario’s op basis van recente data en inzichten kunnen meer duidelijkheid verschaffen over de toekomstige ontwikkeling van de kwalificatiestructuur van het arbeidsaanbod. Aan de vraagkant is vooral meer onderzoek nodig naar de verschuiving van de kwalificatievereisten binnen sectoren en het tempo van de upgradingssnelheid van kwalificatievereisten. Belangrijk is of de trend naar stijgende rendementen op onderwijs zich de komende jaren voortzet.

Dit themadocument is als onderdeel van het SER-advies Welvaartsgroei door en voor iedereen vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 20 oktober 2006. Het verslag van deze vergadering is verkrijgbaar bij het SER-secretariaat en is tevens te raadplegen op de website van de raad: www.ser.nl.

Leeswijzer
Het themadocument begint met de analyse van de ontwikkeling van de kwalificatiestructuur van het aanbod van arbeid. Centraal staat de vraag hoe de kwalificatiestructuur zich de komende decennia ontwikkelt, en of dit aanleiding geeft voor zorgen over het gemiddelde onderwijspeil van de beroepsbevolking in het algemeen en over de positie van laaggeschoolden in het bijzonder.

Paragraaf 2.1 bespreekt de verschillende factoren die van invloed zijn op de ontwikkeling van de kwalificatiestructuur van het arbeidsaanbod. Ter wille van het perspectief schetst paragraaf 2.2 kort de ontwikkeling van de kwalificatiestructuur in de twintigste eeuw.
De expansie van de deelname aan het hoger onderwijs lijkt begin jaren negentig van de vorige eeuw te stagneren. Paragraaf 2.3 laat zien dat deze deelname zich de laatste jaren weer heeft hersteld. Daarbij wijst paragraaf 2.4 er vervolgens op dat er sprake is van een polarisatie in het voortgezet onderwijs, waarbij er niet alleen sprake is van een groeiend aandeel havo/vwo-leerlingen maar ook van een groeiend aandeel leerlingen op het laagste niveau van het vmbo. Paragraaf 2.5 gaat na wat deze trends impliceren voor de toekomstige ontwikkeling van de kwalificatiestructuur van de beroepsbevolking. Deze meer recente prognoses worden in paragaaf 2.6 vergeleken met eerdere prognoses over de ontwikkeling van de kwalificatiestructuur. Paragraaf 2.7 besluit het hoofdstuk over het aanbod van arbeid met een vergelijking van Nederland met andere OECD-landen. Paragraaf 2.8 formuleert conclusies over de ontwikkeling van de kwalificatiestructuur van het aanbod van arbeid.

Voor de prognoses van de vraagkant van de arbeidsmarkt wordt in hoofdstuk 3 ten eerste gekeken naar de consequenties van de ontwikkeling van de sectorstructuur voor de vraag naar lager opgeleiden (paragraaf 3.2). Daarna komt het mogelijke effect van de technologische ontwikkeling op de relatieve vraag naar laaggeschoolde arbeid aan de orde (paragraaf 3.3). Paragraaf 3.4 bevat de conclusies.

Hoofdstuk 4 gaat, op basis van de voorafgaande hoofdstukken over de toekomstige aanbod- en de vraagontwikkeling, in op de arbeidsmarktperspectieven voor laaggeschoolden op de lange termijn. Daarnaast wordt ook in bredere zin aandacht besteed aan de aansluiting van de vraag- en aanbodkant op de arbeidsmarkt wat opleidingsniveau en –richting betreft.

Voordat in de paragrafen 4.3 en 4.4 wordt ingezoomd op de toekomst, komt eerst in paragraaf 4.2 de huidige arbeidsmarktpositie van laaggeschoolden aan bod. Dit gebeurt om een indruk te geven van het belang van het opleidingsniveau, de opleidingsrichting en andere factoren zoals geslacht en etniciteit die van belang zijn voor iemands positie op de arbeidsmarkt. Paragraaf 4.5 bevat de conclusies.