Veelgestelde vragen over het advies over ouderenbeleid (Van alle leeftijden)




Voor wie is het advies bestemd?

Het advies is bedoeld voor de Themacommissie ouderenbeleid van de Tweede Kamer. De Tweede Kamer heeft de SER om advies gevraagd over het ouderenbeleid op middellange en lange termijn op het terrein van werk, inkomen, pensioenen en zorg.
Het doel van de Themacommissie ouderenbeleid is het opstellen van een “integrale visie voor het op middellange (tot 10 jaar) en lange termijn (met een doorkijk naar 30 jaar) te voeren ouderenbeleid”.
De Themacommissie ouderenbeleid heeft een website: www.ouderenbeleid.nl .


Is Nederland meer vergrijsd dan andere Europese landen?

Nee, Nederland is op dit moment een van de minst vergrijsde landen van de Europese Unie. In 2002 telde Nederland 13,7 procent 65-plussers. In de EU als geheel ligt dit percentage op 16. Wel zal het tempo van de vergrijzing in de komende decennia in Nederland hoger zijn dan in de andere landen van de EU. Tot 2025 zal het percentage 65-plussers in de EU naar verwachting met ruim eenderde toenemen; in Nederland zal dit aandeel met meer dan de helft toenemen. In Nederland zijn er dan twintig 65-plussers op honderd personen van 15-64 jaar. In de hele Europese Unie bedraagt dit percentage 24 .


Is de arbeidsdeelname van ouderen in Nederland lager dan in andere landen?

Nee, de arbeidsdeelname van oudere werknemers (55-64 jarigen) in Nederland is in tien jaar tijd fors gestegen (van 29 procent in 1993 naar 45 procent in 2003) en is nu hoger dan de gemiddelde arbeidsdeelname in de EU (van 42 procent).
De arbeidsdeelname van ouderen blijft nog wel achter bij de Europese doelstelling. Volgens deze zogenaamde Lissabondoelstelling moet de arbeidsdeelname van oudere werknemers in 2010 zijn gestegen naar 50 procent.


Hoe wil de SER de arbeidsdeelname van ouderen bevorderen?

De SER stelt vast dat overheid en sociale partners al veel hebben gedaan om langer doorwerken financieel te stimuleren. Om dit beleid te laten slagen is volgens de SER een verdere verbetering nodig van het leeftijdsbewust personeelsbeleid in de onderneming. De SER doet daarom aanbevelingen aan CAO-partijen over investeren in scholingsdeelname en loopbaanontwikkeling, de arbeidsvoorwaardenregelingen (zoals de zogenoemde ontziemaatregelen) en de mogelijkheid van deeltijdpensioen voor en na de pensioengerechtigde leeftijd.


Hoe wordt de AOW op dit moment betaald?

Vaak wordt gedacht dat men spaart voor de eigen toekomstige AOW-uitkering. Dit is niet het geval. De huidige werkenden (oftewel: iedereen onder 65 jaar die loon- en inkomstenbelasting betaalt) betalen de AOW van de huidige gepensioneerden; uit de AOW-premies die mensen in het verleden hebben afgedragen, zijn destijds de AOW-uitkeringen van de toenmalige gepensioneerden betaald. Dit wordt een omslagstelsel genoemd. Werkenden sparen overigens wél zelf voor hun eigen aanvullend pensioen (het zogenoemde kapitaaldekkingsstelsel).
Ouderen betalen ook nu al in beperkte mate mee aan de financiering van de AOW. In 1997 is namelijk een maximum ingevoerd voor de AOW-premie die werkenden betalen, omdat men in de jaren negentig al voorzag dat door de toename van het aantal ouderen de AOW-premie fors zou gaan stijgen. Voor zover de AOW-uitgaven de premie-inkomsten overstijgen, worden de AOW-uitgaven ook nu al betaald uit de algemene middelen, waaraan iedereen bijdraagt..


Vindt de SER dat 65-plussers AOW-premie moeten gaan betalen?

Nee. In het SER-voorstel gaan ouderen geen AOW-premie betalen. De SER stelt voor om de AOW geleidelijk méér uit de algemene middelen te betalen door het huidige maximum AOW-premiepercentage geleidelijk te verlagen. Daarmee wordt de financieringsbasis van de AOW structureel verbreed. Dit houdt in dat naast 65-minners ook AOW-gerechtigden een evenredige bijdrage leveren aan de financiering van de toename van de AOW-lasten. Dit zal volgens de SER echter niet moeten gelden voor mensen met alleen een AOW-uitkering of voor mensen met een AOW-uitkering en een klein aanvullend pensioen.
Het SER-voorstel is uitdrukkelijk bedoeld om ook voor toekomstige ouderen een adequate oudedagsvoorziening te garanderen en om de lasten van de stijgende AOW-uitgaven evenwichtig te verdelen.
De vakcentrale MHP wil de huidige financiering van de AOW handhaven. Hij is van oordeel dat er voldoende andere fiscale instrumenten zijn om de netto inkomensontwikkeling voor de beroepsbevolking en voor de AOW-gerechtigden op elkaar af te stemmen.


Vindt de SER dat de AOW-leeftijd 65 jaar moet blijven?

Volgens de SER is een algemene verhoging van de AOW-ingangsleeftijd op dit moment niet nodig, gezien de arbeidsmarktsituatie en de nog lage arbeidsdeelname van werknemers van 55 jaar en ouder. Een algemene verhoging van de AOW-leeftijd kan opnieuw aan de orde komen, als daartoe aanleiding is op basis van nieuwe inzichten over demografische ontwikkelingen, de sociaal- en financieel-economische situatie en de toestand op de arbeidsmarkt.


Gaat het advies ook over prepensioenregelingen?

Nee, de SER gaat niet in op de kabinetsvoorstellen voor de VUT, het prepensioen en de levensloopregeling, ook al zijn deze van belang voor de toekomstige positie van ouderen. De raad werd immers gevraagd zijn visie te geven op het beleid op de middellange en lange termijn.
Op 5 november 2004 hebben het kabinet en de sociale partners een sociaal akkoord bereikt. Daarin zijn afspraken gemaakt over onder andere de VUT, het prepensioen en de levensloopregeling. De SER verwijst in zijn advies naar deze afspraken. Inmiddels is het wetsvoorstel VUT, prepensioen en levensloop door de Tweede Kamer besproken en aangenomen.

De SER beveelt in het advies wel aan dat pensioenregelingen het mogelijk moeten maken dat oudere werknemers werken in deeltijd combineren met een deeltijdpensioen. Dit moet zowel voor als na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd van 65 jaar mogelijk zijn.


Wat zegt de SER over de gezondheidszorg voor ouderen?

Een toegankelijke, betaalbare, beschikbare en kwalitatief goede zorg is voor iedereen van belang, ook voor ouderen. De SER verwacht dat technologische, maatschappelijke en demografische ontwikkelingen tot een groter beroep op de zorg. De toename van de zorgkosten is op te vangen door een andere inrichting van het stelsel van ziektekostenverzekeringen. Daarover heeft de SER in 2000 geadviseerd: ( SER-advies Naar een gezond stelsel van ziektekostenverzekeringen ). Daarnaast zullen een efficientere uitvoering en een toename van het aanbod van zorgpersoneel bijdragen aan een houdbaar zorgstelsel.