Klokkenluiders

Advies 2004/14 - 22 december 2004

Werknemers die het vermoeden hebben van een misstand in hun onderneming moeten dit op een veilige en adequate manier kunnen melden, bijvoorbeeld bij een onafhankelijke vertrouwenspersoon of -instantie. De gedragscode die de Stichting van de Arbeid hiervoor anderhalf jaar geleden heeft opgesteld, verdient navolging. Een afzonderlijke commissie, zoals in de publieke sector, is voor de private sector niet nodig. Ook is het niet nodig te komen tot een vergoedingsregeling of een fonds voor klokkenluiders onder verantwoordelijkheid van werkgevers en werknemers.

Download:Volledig advies (1423 kB)Samenvatting (78 kB)

Samenvatting

Dit advies is een reactie op twee adviesaanvragen van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over klokkenluiders. Het advies is namens de SER uitgebracht door de commissie Arbeid, Onderneming en Medezeggenschap.

De minister vroeg de SER op 14 mei 2004 advies over de instelling voor de private sector van een commissie die vergelijkbaar is met de Commissie Integriteit Rijksoverheid in de publieke sector. Werknemers van de rijksoverheid kunnen daarnaar toestappen als andere wegen doodlopen.
De SER-commissie ziet geen aanleiding om voor de private sector een commissie in het leven te roepen. De voorkeur van de SER-commissie gaat ernaar uit dat partijen op het decentrale niveau zelf het initiatief nemen voor een procedure die erin voorziet dat werknemers op een veilige en adequate wijze melding kunnen doen van eventuele misstanden in de onderneming. De Stichting van de Arbeid heeft in juni 2003 een gedragscode voor klokkenluiden opgesteld. Het is volgens de SER-commissie belangrijk dat partijen op het decentrale niveau doorgaan met het ontwikkelen van klokkenluiderscodes op basis van de voorbeeldregeling van de Stichting. De commissie vindt het voorbarig zo kort na het totstandkomen daarvan nieuwe voorstellen te doen voor melding van vermoedens van misstanden. Hiervoor moet ten minste de evaluatie van de voorbeeldregeling van de Stichting worden afgewacht. Die vindt plaats in 2006.
De SER-commissie meent dat het streven erop gericht moet zijn dat op termijn een situatie bestaat waarin iedere werknemer die het vermoeden heeft van een misstand in de onderneming waar hij werkzaam is, dit op een veilige en adequate wijze kan melden.
Zij noemt daarbij uitdrukkelijk de mogelijkheid voor de werknemer om zich tot een onafhankelijke vertrouwenspersoon of –instantie te wenden. Deze kan voorzien in de behoefte van de betrokken werknemers aan vertrouwelijke raadpleging of melding van een eventuele misstand.

Op 28 juni 2004 legde de minister de SER de vraag voor of het nodig is in de private sector te komen tot een vergoedingsregeling of een fonds voor klokkenluiders onder verantwoordelijkheid van sociale partners. Volgens de adviesaanvraag bestaat daarvoor geen noodzaak, gezien de reeds bestaande beschermingsregels in de publieke sector en de gedragsregels in de marktsector; waarbij een (potentële) klokkenluider wordt beschermd tegen benadeling dan wel sociaal onrechtvaardig ontslag.
De SER-commissie ziet die noodzaak evenmin en onderschrijft hiermee het standpunt van het kabinet. Een werknemer die een misstand meldt volgens de regels die de Stichting van de Arbeid ontworpen heeft, kan rekenen op bescherming. Werkgever en werknemer dienen zich tegenover elkaar te gedragen als goed werknemer en goed werkgever. Indien de werknemer als gevolg van zijn melding door de werkgever zou worden benadeeld, kan hij zijn schade terugvorderen op grond van bestaande wetgeving. Die biedt daarvoor verschillende aanknopingspunten, zoals de mogelijkheid van (schade)vergoeding bij ontslag, bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst en wegens onrechtmatige daad. Ingeval van knelpunten is het de verantwoordelijkheid van de overheid om deze op te lossen.